miniatuur|Wilhelm Rediess, SS-"politiegeneraal" in bezet Noorwegen tijdens de oorlog van 1940-1945, Josef Terboven, Reichskommissar van nazi-Duitsland in het land, Vidkun Quisling, leider van de fascistische partij Nasjonal Samling (NS) en de nieuwgekozen "minister-president", en Paul Wegener, plaatsvervangend Gauleiter, werden ontvangen in het Storting tijdens de "Staatswet", de benoeming van de Noorse regering door de Duitsers op 1 februari 1942. De ceremonie markeerde de overgang van commissaris-ministers naar Quislings "nationale regering". De Staatsakte van Akershus was een propagandistische ceremonie die op 1 februari 1942 in Oslo plaatsvond tijdens de Duitse bezetting van Noorwegen in de Tweede Wereldoorlog. In de propaganda van de fascistische partij Nasjonal Samling (NS) werd deze gebeurtenis voorgesteld als een formele staatshandeling, waarbij Josef Terboven, rijkscommissaris van nazi-Duitsland in Noorwegen, Vidkun Quisling benoemde tot minister-president. In werkelijkheid betekende de Staatsakte geen beëindiging van de Duitse overheersing, maar een herstructurering van het bezettingsbestuur.
De directe aanleiding van de Staatsakte was het aftreden, op 30 januari 1942, van de zogenoemde commissarische ministers die sinds september 1941 namens de bezettingsmacht hadden gefunctioneerd. Zij verzochten Quisling de titel van minister-president aan te nemen, met een beroep op het noodrecht en met instemming van een door de bezetter ingestelde Hoge Raad. Terboven bekrachtigde deze stap formeel op 1 februari 1942. Later die dag vond een plechtige ceremonie plaats in de Ridderzaal van de Akershusvesting, die was aangekleed met nationalistische symbolen. Vertegenwoordigers van de genazificeerde Noorse staatsinstellingen waren aanwezig, evenals Duitse militaire en civiele autoriteiten. De dag werd afgesloten met een fakkeloptocht in het centrum van Oslo.
Hoewel Quisling een nationale regering vormde die volledig uit NS-leden bestond, bleef de Duitse bezettingsmacht zowel juridisch als feitelijk de hoogste autoriteit in Noorwegen. Het Reichskommissariat Norwegen behield de beslissende zeggenschap over bestuur en beleid. De nieuwe regering kreeg wel meer ruimte voor binnenlandse hervormingen, waaronder verdere nazificatie van staatsinstellingen. Bij wet van 12 maart 1942 werd Nasjonal Samling uitgeroepen tot staatsdragende partij. Quisling nam zijn intrek in het koninklijk paleis van Oslo en eerdere verordeningen kregen voortaan de benaming "wetten".
De Staatsakte werd door NS voorgesteld als een historisch keerpunt, belangrijker dan traditionele nationale gedenkdagen. In de Noorse samenleving stuitte zij echter op brede weerstand. Kerkelijke en burgerlijke protesten, waaronder massaal aftreden van geestelijken, onderstreepten het gebrek aan legitimiteit. De Duitse controle bleef onverminderd bestaan tot de bevrijding van Noorwegen op 8 mei 1945.
Categorie:Tweede Wereldoorlog in Noorwegen