Laurens Jacobsz. Alteras (Arnemuiden – Straat van Gibraltar, 16 oktober 1622) was een viceadmiraal in dienst van de Admiraliteit van Zeeland. Hij vocht in de Zeeslag bij Gibraltar in 1607, en nam na het sneuvelen van admiraal Jacob van Heemskerck het bevel over. In 1622 was hij viceadmiraal in de vloot van Jochem Swartenhondt die koopvaarders konvooieerde in de Middellandse Zee. Hij sneuvelde daarbij in een gevecht met een Spaanse vloot in de Straat van Gibraltar.
In dienst bij de Zeeuwse admiraliteit Laurens (Louwereys in de spelling van die tijd) Jacobszoon werd in Arnemuiden geboren. Hij ging op jonge leeftijd naar zee en klom op tot schipper. Vermoedelijk verhuisde hij al in 1579 naar Vlissingen. In december 1599 staat hij bij de Hervormde Gemeente van Vlissingen vermeld als in ondertrouw gaande met Lydia Hans, of Haen, geboren in Norwich, nadat zijn eerste vrouw, Maeiken Jacobs, in mei 1594 was overleden. Hij was zeker vanaf 1596 in dienst van de Zeeuwse admiraliteit als kapitein-ter-zee, en ging op zeker moment de naam Alteras voeren.
De Zeeuwse zeemacht bestond destijds uit een vaste kern van rond de twintig meestal vrij kleine schepen, en hield zich vooral bezig met het konvooieren van koopvaarders en het blokkeren van Antwerpen en andere Vlaamse zeehavens. Indien nodig werden grotere koopvaardijschepen ingehuurd waarop een van de eigen kapiteins werd aangesteld. Het officierenkorps bleef tamelijk consistent, en de meeste kapiteins, waaronder Joos de Moor en Jan Evertsen, bleven met dezelfde bemanning langere tijd op hetzelfde schip varen. Alteras voerde tussen 1602 en 1604 het bevel over de oorlogskarvelen Dolfijn en Hert. Veel Zeeuwse schepen in die tijd hadden dierennamen.
In 1605 was Alteras kapitein in het Zeeuwse eskader van Willem de Zoete dat Spaanse troepentransporten over zee naar Duinkerken moest onderscheppen. In juni vond er in het Kanaal een gevecht plaats met een Spaanse vloot die zich had voorgedaan als koopvaarders. Meerdere Spaanse schepen werden veroverd of verbrand. De rest vluchtte naar de haven van Dover. Alteras raakte in de strijd gewond aan zijn hoofd.
Zeeslag bij Gibraltar miniatuur|280x280px|De Slag bij Gibraltar: De Roode Leeuw van Laurens Alteras met de Zeeuwse vlag in top. Het schip is zijn tegenstander voorbij geschoten zodat haastig de zeilen worden ingenomen. Links op de achtergrond de schepen van Heemskerck en Hendricksz in gevecht met de San Agustin. In deze jaren hield Alteras zich ook veel bezig met kaapvaart op Spaanse schepen. In 1607 werd er door de Republiek en het Spaanse Rijk echter druk onderhandeld over een wapenstilstand in wat later de Tachtigjarige Oorlog werd genoemd. Om de druk op de Spanjaarden op te voeren zonden de Staten-Generaal in maart een vloot van 24 oorlogsschepen, twee jachten en vier transportschepen naar Spanje om de Spaans-Portugese vloot daar aan te vallen. Jacob van Heemskerck werd benoemd als admiraal. Tien schepen, waaronder het vlaggenschip Aeolus, werden door de Admiraliteit van Amsterdam geleverd. De Staten van Zeeland waren tegen de vredesonderhandelingen geweest vanwege de lucratieve kaapvaart, waardoor de Zeeuwen slechts vier schepen leverden. Laurens Alteras werd op de Rode Leeuw viceadmiraal van de vloot. Mooy Lambert Hendricksz werd op de Tijger schout-bij-nacht met zes schepen van de Admiraliteit van Rotterdam. Ook het Noorderkwartier leverde zes schepen, drie uit Hoorn en drie uit Enkhuizen met Hillebrand Quast.
Eind april vond men de Spaanse vloot in de Baai van Gibraltar en werd besloten direct tot de aanval over te gaan, en zoveel mogelijk steeds met twee schepen een Spaans galjoen in te sluiten. Van Heemskerck en Hendricksz vielen het admiraalschip San Agustin aan. Alteras en Adriaan Gerritsz. Bras op de Eenhoorn richtten zich op het viceadmiraalschip Nostra Senora de la Vega. De Rode Leeuw liep echter voor de wind zeilend zijn Spaanse tegenstander te ver voorbij en viel daarom andere schepen aan, waarvan er twee tot zinken werden gebracht. De slag werd een grote overwinning voor de Nederlanders, hoewel Van Heemskerck in het begin van het gevecht sneuvelde. Alteras volgde hem op als admiraal en Pieter Willemsz. Verhoeff werd viceadmiraal. Alteras bleef met een deel van de vloot nog een poos voor de Portugese kust kruisen terwijl Verhoeff naar de Azoren zeilde op zoek naar een zilvervloot, maar vond die niet. In augustus waren beide eskaders terug in de Republiek.
Barbarijse zeerovers Toen in april 1609 het Twaalfjarig Bestand werd gesloten bezuinigde de Zeeuwse admiraliteit aanzienlijk op schepen en bemanningen. Ook Alteras werd ontslagen, hoewel hij de helft van zijn salaris behield. Er is niets bekend over zijn activiteiten in deze periode, totdat hij eind 1620 weer in actieve dienst kwam. De Nederlandse handel op de Middellandse Zee was dankzij het bestand enorm gegroeid, maar leed veel schade door de praktijken van de Barbarijse zeerovers. De Staten-Generaal hadden al meerdere militaire eskaders naar Algiers en Tunis gezonden, maar zonder blijvend effect. In november 1620 volgde een nieuw eskader onder luitenant-admiraal Willem de Zoete en Jochem Swartenhondt, waaraan ook de Zeeuwse admiraliteit deelnam met drie schepen. Alteras was kapitein op de Aeolus. Ondanks verspreid kruisen op zee lieten de zeerovers zich echter nauwelijks zien, zodat de expeditie zich moest beperken tot het konvooieren van koopvaarders en het vertonen van de Nederlandse vlag. Na afloop van het Twaalfjarig Bestand in april 1621 werd een vloot van ruim vijftig koopvaarders veilig terug naar huis begeleid. Een tweede konvooi van achterblijvers werd in augustus in de Straat van Gibraltar door de Spanjaarden aangevallen, waarbij zeven schepen verloren gingen.
Zeeslag bij La Cala del Moral miniatuur|280x280px|De Zeeslag bij La Cala del Moral op 16 oktober 1622 (6 oktober op de tekening). Rechts de Nederlandse koopvaarders. In het midden Swartenhondt in gevecht met het Napolitaanse admiraalschip. Links sluiten Alteras en Liefhebber de Spaanse schout-bij-nacht in (viceadmiraal op de tekening). Daarachter blijft de Spaans-Napolitaanse vloot op afstand de Nederlandse vloot beschieten. De min of meer permanente eskaders in de Middellandse Zee werden in 1621 opgeheven en met hun commandeurs Lambert Hendricksz en Hillebrandt Quast ingezet tegen de Duinkerker kapers. In de plaats daarvan kwam een konvooidienst. Vanwege het verlies van de zeven koopvaarders kwamen er strenge richtlijnen voor hun bemanning en bewapening en moesten ze zich voortaan strikt houden aan de opdrachten van de commandeur van de konvooierende oorlogsschepen. In de herfst van 1621 werd Alteras viceadmiraal op de vloot van Jochem Swartenhondt om koopvaarders naar de Middellandse Zee heen en terug te konvooieren en te verdedigen tegen aanvallen van zowel de Barbarijse zeerovers als de Spanjaarden.
Swartenhondt op het schip Zeelandia vertrok met twee andere Amsterdamse oorlogsschepen op 2 januari 1622 als eerste met een groot konvooi koopvaarders en voer twee weken later door de Straat van Gibraltar. Van daar leidden hijzelf, Philips van Dorp en Jacob van Steenbach het in drie delen opgesplitste konvooi naar Venetië, Griekenland en de Levant. Alteras voer in juni door de Straat van Gibraltar met de Zierikzee, drie andere oorlogsschepen en 64 koopvaarders. Van daar gingen ruim 40 koopvaarders naar hun verschillende bestemmingen. Twee oorlogsschepen verlieten de vloot om naar Marseille te gaan. Alteras arriveerde samen met een Rotterdams schip onder Jasper Liefhebber met 22 koopvaarders in juli in Livorno, waar Swartenhondt hen zoals afgesproken opwachtte.
In september werd vanaf een eiland voor de kust van Toulon de terugtocht aanvaard, hoewel Van Steenbach met zijn koopvaarders nog steeds niet terug was uit de Levant. Met vier oorlogsschepen en 64 koopvaarders zeilden Swartenhondt en Alteras door de Straat van Gibraltar. Daar werden ze op 16 oktober aangevallen door een Spaans-Napolitaanse vloot van twintig oorlogsschepen. Hoewel ze zwaar in de minderheid waren verdedigden de Nederlanders zich in deze zeeslag bij La Cala del Moral hardnekkig en met veel succes. In verwarring zeilden de Spaanse en Napolitaanse vloten verschillende kanten op en bliezen uiteindelijk met veel verliezen de aftocht toen het donker werd. Alle 64 koopvaarders en de vier oorlogsschepen bleven behouden en voeren terug naar de Republiek.Ook Van Steenbach volgde later nog met zijn schepen. Aan Nederlandse kant vielen dertien doden, waaronder Alteras. Samen met Liefhebber had hij het galjoen van de Spaanse schout-bij-nacht ingesloten en zwaar beschadigd, zodat het daarna door de Meermin van Van Dorp en enkele koopvaarders nagenoeg tot zinken kon worden gebracht. Alteras was echter staande op het campagnedek van de Zierikzee door een musketsalvo vanaf het Spaanse schip dodelijk getroffen.
Categorie:Nederlands marineofficier Categorie:Admiraliteit van Zeeland Categorie:Staats militair in de Tachtigjarige Oorlog Categorie:Zeevaarder in de Verenigde Provinciën