Het register van Vlaams bosbouwkundig uitgangsmateriaal is een door het INBO opgestelde lijst van herkomsten van verschillende boomsoorten in Vlaanderen waarvan bosbouwkundig teeltmateriaal in de handel mag gebracht worden.
Definitie Het register van Vlaams bosbouwkundig uitgangsmateriaal komt voort uit de Europese bosbouwrichtlijn (1999/105/EG) met betrekking tot het verhandelen van teeltmateriaal voor bosbouwkundig gebruik die is omgezet in Vlaamse wetgeving (Besluit van de Vlaamse Regering betreffende de procedure tot erkenning van bosbouwkundig uitgangsmateriaal en het in de handel brengen van bosbouwkundig teeltmateriaal). Het register legt de kwaliteit en de herkomst vast van bosbouwkundig uitgangsmateriaal en het daaruit voortkomende teeltmateriaal. Onder uitgangsmateriaal wordt verstaan het zaadbestand of de zaadbron waaruit het teeltmateriaal afkomstig is. Het kan ook de moederplant (van een ras) zijn waarvan vegetatieve delen afkomstig zijn voor de productie van klonaal materiaal. Een bestand is een bos of beplanting waar zaad van geoogst kan worden. Onder teeltmateriaal wordt verstaan: zaden, kegels of pootgoed.
Alle lidstaten van de EU zijn volgens deze Europese richtlijn verplicht een lijst met al het uitgangsmateriaal binnen het grondgebied op te stellen en deze periodiek te herzien, maar ze mogen zelf een redelijke termijn bepalen. Vlaanderen hanteert hiervoor een termijn van tien jaar. De lijsten van de verschillende landen worden samengevoegd tot een Europese lijst en gepubliceerd op FOREMATIS.
Categorieën Er worden 4 verschillende categorieën teeltmateriaal in de rassenlijst onderscheiden. Dit maakt de lijst toegankelijk voor alle groenvoorzieners, werkzaam in bos, natuur en landschap.
Categorie 'Van bekende origine' (SI, source identified) Deze categorie bestaat uit teeltmateriaal, afgeleid van uitgangsmateriaal van autochtone herkomst. Hierdoor kunnen autochtone herkomsten gecertificeerd in de handel worden gebracht, zonder dat voldaan hoeft te worden aan houtteeltkundige criteria die voor autochtoniteit minder relevant zijn, zoals rechtheid van de stam en een bepaalde vorm van betakking. De bosbouwkundige kwaliteit van autochtoon uitgangsmateriaal ligt in de ecologische waarde ervan. Dit materiaal is aangepast aan het Vlaamse klimaat waarbij een wisselwerking met de omgeving is ontstaan. In Vlaanderen kan dit materiaal verkocht worden onder het label “Plant van Hier”.
Categorie 'Geselecteerd' (S, selected) Teeltmateriaal uit de categorie 'geselecteerd' is geschikt voor aanplant op basis van bepaalde erfelijke eigenschappen. Hiervoor is de ouderopstand beoordeeld, niet het teeltmateriaal zelf. Afhankelijk van de boomsoort is gelet op boomvorm, betakking en verdere groei- en gezondheidsaspecten van alle bomen in de opstand.
Categorie 'Gekeurd' (Q, qualified) Teeltmateriaal is ingedeeld bij de categorie 'gekeurd' als de bomen individueel zijn beoordeeld volgens bovenstaande criteria. Bovendien zijn die bomen klonaal (dus vegetatief) vermeerderd ten behoeve van de teelt of de aanleg van zaadtuinen. Op individueel niveau zijn erfelijke eigenschappen nog meer bepalend voor de bosbouwkundige geschiktheid dan op populatieniveau.
Categorie 'Getest' (T, tested) Voor opname in de categorie 'getest' moeten nakomelingen van de verschillende ouderopstanden in aangelegde proefvelden met elkaar en met een bekende standaard zijn vergeleken. Ditzelfde geldt voor klonen. Slechts die ouderopstanden (herkomsten) en klonen die op deze wijze hun meerwaarde hebben bewezen, worden opgenomen in deze categorie.
Opgenomen soorten De Europese verplichting om de lijst op te stellen geldt uitsluitend voor richtlijnsoorten, maar de Vlaamse regering heeft ervoor gekozen om ook niet-richtlijnsoorten op te nemen in de lijst als facultatief te certificeren.
Richtlijnsoorten (Verplicht te certificeren soorten)
Abies: gewone zilverspar (Abies alba), Griekse zilverspar (Abies cephalonica), reuzenzilverspar (Abies grandis) en Spaanse zilverspar (Abies pinsapo) Acer: Noorse esdoorn (Acer platanoides) en gewone esdoorn (Acer pseudoplatanus) Alnus: zwarte els (Alnus glutinosa) en witte els (Alnus incana) Betula: ruwe berk (Betula pendula) en zachte berk (Betula pubescens) Carpinus: haagbeuk (Carpinus betulus) Castanea: tamme kastanje (Castanea sativa) Cedrus: Atlasceder (Cedrus atlantica) en Libanonceder (Cedrus libani) Fagus: beuk (Fagus sylvatica) Fraxinus: smalbladige es (Fraxinus angustifolia) en es (Fraxinus excelsior) Larix: Europese lork (Larix decidua), Larix × eurolepis, Japanse lariks (Larix kaempferi) en Siberische lariks (Larix sibirica) Picea: fijnspar Picea abies en sitkaspar (Picea sitchensis) Pinus: Turkse den (Pinus brutia), Canarische den (Pinus canariensis), alpenden (Pinus cembra), Pinus contorta, aleppoden (Pinus halepensis), Pinus leucodermis, zwarte den (Pinus nigra), zeeden (Pinus pinaster), parasolden (Pinus pinea), Montereyden (Pinus radiata) en grove den (Pinus sylvestris) Populus (soorten en kunstmatige hybriden hiervan). Prunus: zoete kers (Prunus avium) Pseudotsuga: douglasspar (Pseudotsuga menziesii) Quercus: moseik (Quercus cerris), steeneik (Quercus ilex), wintereik (Quercus petraea), donzige eik (Quercus pubescens), zomereik (Quercus robur), Amerikaanse eik (Quercus rubra) en kurkeik (Quercus suber) Robinia: Robinia (Robinia pseudoacacia) Tilia: kleinbladige linde (Tilia cordata) en grootbladige linde (Tilia platyphyllos)
Facultatief te certificeren soorten
Acer: veldesdoorn (Acer campestre) Cornus: rode kornoelje (Cornus sanguinea) en gele kornoelje (Cornus mas) Coylus: hazelaar (Corylus avellana) Crataegus: eenstijlige meidoorn (Crataegus monogyna) en tweestijlige meidoorn (Crataegus laevigata) Cytisus: brem (Cytisus scoparius) Euonymus: wilde kardinaalsmuts (Euonymus europaeus) Hippophae: duindoorn (Hippophae rhamnoides) Ilex: hulst (Ilex aquifolium) Juniperus: jeneverbes (Juniperus communis) Ligustrum: wilde liguster (Ligustrum vulgare) Malus: wilde appel (Malus sylvestris) Mespilus: wilde mispel (Mespilus germanica) Myrica: wilde gagel (Myrica gale) Prunus: Kroospruim (Prunus domestica subsp. Insititia), Europese vogelkers (Prunus padus) en sleedoorn (Prunus spinosa) Rosa: kraagroos (Rosa agrestis), hondsroos (Rosa canina), bosroos (Rosa arvensis), egelantier (Rosa rubiginosa) en viltroos (Rosa tomentosa) Rhamnus: sporkehout (Frangula alnus; syn. Rhamnus frangula) en wegedoorn (Rhamnus cathartica) Salix: schietwilg (Salix alba), geoorde wilg (Salix aurita), boswilg (Salix caprea), grauwe wilg (Salix cinerea), kraakwilg (Salix fragilis), bittere wilg (Salix purpurea), kruipwilg (Salix repens), Salix x rubens en amandelwilg (Salix triandra). Sambucus: gewone vlier (Sambucus nigra) Sorbus: wilde lijsterbes (Sorbus aucuparia) Ulex: gaspeldoorn (Ulex europaeus) Ulmus: ruwe iep (Ulmus glabra), steeliep (Ulmus laevis) en gladde iep (Ulmus minor) Viburnum: Gelderse roos (Viburnum opulus)
Procedure van toelating In Vlaanderen beheert het INBO het register en adviseert deze de bevoegde minister om uitgangsmateriaal toe te voegen of te verwijderen. Hiervoor maakt het INBO een erkenningsaanvraag op met een evaluatie van verschillende criteria. De criteria voor dit onderzoek hebben betrekking op de groei, vorm en een bepaalde vorm van betakking, gezondheid, aangepastheid aan de Vlaamse klimaatomstandigheden en autochtoniteit. Bovendien beoordeelt het INBO of de genetische diversiteit van de populaties voldoende groot is. Verzoeken voor toelating van uitgangsmateriaal (rassen en bestanden) in een bepaalde categorie kunnen worden ingediend bij het INBO. Toegevoegde herkomsten worden elke 10 jaar gecontroleerd.
Kwaliteitscontrole De kwaliteitscontrole op teeltmateriaal in Vlaanderen wordt geregeld door het Agentschap voor landbouw en zeevisserij. Het agentschap ziet toe op het naleven van de bepalingen uit de EU-bosbouwrichtlijn. Dat begint bij de zaadoogst. Hierbij schrijft het agentschap een basiscertificaat uit waarop de relevante herkomstgegevens staan, de betreffende categorie uit het register en de hoeveelheid zaad. Dit certificaat blijft gedurende de hele teelt gekoppeld aan de partij planten die uit dat zaad zijn gekweekt.
Bij het afleveren van een partij plantmateriaal wordt door de kweker een leverancierscertificaat meegeleverd. Met het certificaat heeft de afnemer zekerheid over de gewenste houtteeltkundige en/of ecologische kwaliteit. Dit draagt bij aan het duurzaam aanleggen en beheren van bossen en beplantingen in de hele EU. De EU-richtlijn en de Zaaizaad- en plantgoedwet zijn dus niet bedoeld als administratieve en/of bureaucratische drempel in de handel en het gebruik van plantmateriaal, maar voor het garanderen van de kwaliteit van te gebruiken plantmateriaal.
Externe links
Rassenlijst nederland INBO Controlediensten Forematis
Bronnen
Categorie:Bosbouw Categorie:Natuur in Vlaanderen