thumb|Pieter van Braam van Vloten Pieter van Braam van Vloten (Dordrecht, 3 januari 1871 - 's-Gravenhage, 2 maart 1940) was een Nederlandse ingenieur, betrokken bij kustverlichting (vuurtorens).
Biografie Van Vloten studeerde aan de Polytechnische School te Delft, waar hij in 1895 het diploma werktuigbouwkundig ingenieur behaalde, vervolgens ging hij naar de Leibniz-Universiteit Hannover waar hij colleges in de elektrotechniek volgde. Eind 1895 werd hij benoemd tot ingenieur bij het seinwezen bij de Maatschappij tot Exploitatie van Staatsspoorwegen. In 1898 ging hij over naar de Mij. „Electra" te Amsterdam (een voorloper van het Gemeentelijk energiebedrijf (GEB)), waar hij 7 jaar als ingenieur werkzaam was. In deze periode publiceerde hij een verhandeling over energietarieven.
In 1905 werd hij benoemd tot ingenieur bij 's Rijks Kustverlichting met de speciale opdracht voorstellen te doen ter verbetering van de toentertijd bestaande kustlichten, die niet meer voldeden aan de eisen van de twintigste eeuw. Na gedurende bestudering van de techniek van kustverlichting was hij gedurende één jaar verbonden aan het Dépöt des Phares te Parijs en bezocht de voornaamste lichten van de Franse kust, zoals de vuurtoren van Cordouan, waar als eerste in Frankrijk een Fresnellens is toegepast. Ook in Duitsland werden door hem meerdere kustlichten bezocht. In 1906 werd begonnen met verschillende verbeteringen van de Nederlandsche kustlichten op zijn aanwijzen en in 1909 werd op zijn initiatief het Proefstation van 's Rijks Kustverlichting gebouwd. Hier werden door hem de eerste proeven gedaan ter verbetering van de lichtbronnen der vuurtorens. Door het invoeren van het petroleumgasgloeilicht werden de lichtsterkten van verscheidene kustlichten vervijfvoudigd, terwijl reeds in 1910 proeven werden genomen tot het invoeren van de elektrische gloeilamp voor kustlichten en lichtschepen. Dit is gedetailleerd beschreven in een publicatie van ir. Verhey uit 1910. In 1912 heeft hij zelf een uitgebreide publicatie geschreven over het gebruik van elektrisch licht voor vuurtorens.
De grootste stap in dit opzicht werd in 1918-19 gedaan toen het aan de Philips Gloeilampenfabrieken lukte op aanwijzingen van ir. van Braam van Vloten een lamp van groter vermogen (4 kW) te construeren, geschikt voor de grotere optieken. Deze lamp werd de "Brandaris"-lamp genoemd. In de loop der jaren werd deze lamp steeds verder verbeterd waardoor de minimum zichtbaarheid van de Nederlandsche kustlichten gedurende 90% van het jaar ongeveer zijn verdubbeld. Ook de kleinere kustlichten hadden zijn volle aandacht; speciale elektrische lampen werden hiervoor geconstrueerd, terwijl voor sommige lichten het Blaugasgloeilicht werd ingevoerd. In 1914 werd de Blaugasfabriek te Hoek van Holland opgericht.
In 1917 werd hij benoemd tot Hoofdingenieur, Chef van de Technische Dienst van 's Rijks Kustverlichting en in 1921 tot Adviseur van de Minister van Waterstaat inzake de luchtvaartverlichting, in welke functie door hem op het gebied van aanvlieg- en vliegveldverlichting grote verbeteringen werden aangebracht.
Ook op internationaal gebied was hij geen onbekende. Hij maakte deel uit van de Commissie van de Volkenbond, die ten doel had een unificatie in te voeren voor de bebakening, betonning en kustverlichting over de hele wereld. In 1914 werd hij aangewezen als afgevaardigde voor Nederland in de internationale Commissie ter bestudering van de wijzigingen, die behoorden te worden aangebracht aan de inrichting van de vuurtoren op Kaap Spartel. Hij was gedelegeerde van de Nederlandse regering op veel internationale scheepvaartcongressen. In 1908 werd hij benoemd tot Nederlands Permanent Eemscommissaris van toezicht op de betonning en verlichting der Eemsmonden, welke functie tot 1938 door hem werd bekleed. In 1929, 1933 en 1937 woonde hij de internationale congressen voor de Kustverlichting bij, respectievelijk te Londen, Parijs en Berlijn, welke congressen o.a. op zijn voorstel op het Scheepvaartkundig Congres te Cairo in het leven werden geroepen.
Ook het gebied van de algemene verlichtingskunde had zijn belangstelling. Hij was vice-voorzitter van de Nederlandse Stichting voor Verlichtingskunde en was voorzitter of lid van vele commissies van deze Stichting o.a. van die voor automobielverlichting en voor luchtvaartverlichting. In 1934 woonde hij namens de regering de luchtvaartconferentie te Genève bij. In 1937 werd hij benoemd tot buitengewoon lid van den Raad voor de Luchtvaart. Van zijn hand verschenen verscheidene publicaties en uiteenzettingen, betrekking hebbende op kustverlichting, luchtvaart- en vliegveldverlichting.
Erkenning Hij werd benoemd tot Officier in de Orde van Oranje-Nassau in 1921 en tot Ridder in de Orde van de Nederlandse Leeuw in 1930.
Hij was ook Commandeur in de Orde van Leopold II.
Publicaties van Braam van Vloten
Categorie:Nederlands ingenieur