Joseph A.P.M.Ch., comte de Borchgrave d'Altena, kortweg Joseph de Borchgrave (Horion-Hozémont, 31 maart 1895 − Brussel?, 4 juli 1975), was een Belgisch kunsthistoricus. Hij was onder andere hoofdconservator van de Koninklijke Musea voor Kunst en Geschiedenis in Brussel en hoogleraar. Hij publiceerde vooral over middeleeuwse kunst en zette zich in voor het behoud van het cultureel erfgoed in België.

Leven en werk De Borchgrave was een telg uit het Belgisch-Nederlands adellijk geslacht De Borchgrave d'Altena. Hij werd in 1895 geboren als zoon van Frédéric de Borchgrave d'Altena (1864-1932) en Marie-Clémentine de Blanckart (1869-1960) op het kasteel van Lexhy in het Luikse gehucht Lexhy nabij Horion-Hozémont. Dit neoclassicistische kasteel was in 1853 gebouwd door zijn grootvader, baron Joseph de Blanckart. Hij was een kleinzoon van de diplomaat Paul de Borchgrave d'Altena en een achterneef van Henriette d'Oultremont de Wégimont, de tweede echtgenote van koning Willem I der Nederlanden, na diens troonsafstand.

De Borchgrave studeerde archeologie en kunstgeschiedenis aan de Universiteit van Luik en promoveerde daar onder Marcel Laurent. In 1924 trad hij in dienst bij de Koninklijke Musea voor Kunst en Geschiedenis (KMKG) in Brussel, die toen onder leiding stonden van de egyptoloog Jean Capart. Daar begon hij zijn loopbaan bij de Dienst Educatie, waar hij rondleidingen gaf en lezingen organiseerde. Al vrij snel werd hij aangesteld als directeur van het Museum voor Wapens en Wapenrustingen (Musée d'armes et armures), onderdeel van de KMKG en gevestigd in de Hallepoort.

In 1927 werd hij corresponderend lid van de Koninklijke Academie voor Oudheidkunde van België, vanaf 1935 titulair lid. Hij was jarenlang secretaris-generaal van deze vereniging. Hij was tevens corresponderend lid van de Koninklijke Commissie voor Monumenten en Landschappen. Verder was hij lid van de Société d'Art et d'Histoire du Diocèse de Liège en van het Institut Archéologique Liégois.

Tijdens de Tweede Wereldoorlog diende De Borchgrave als kapitein-commandant van de infanterie. In 1946 kreeg hij een aanstelling als docent middeleeuwse kunstgeschiedenis aan de Universiteit van Luik, als opvolger van Marcel Laurent. Tevens doceerde hij kunstgeschiedenis aan het Institut Royal Supérieur d'Histoire de l'Art et d'Archéologie de Bruxelles. In 1951 werd hij bevorderd tot hoofdconservator bij de Koninklijke Musea voor Kunst en Geschiedenis, een functie die hij tot 1960 bleef vervullen. Eveneens in 1951 werd hij voorzitter van de voorbereidingscommissie voor de internationale tentoonstelling over Maaslandse kunst, die in Luik, later ook in Parijs en Rotterdam, plaatsvond en waarvoor hij ook bijdragen aan de catalogi leverde.

In 1965 ging hij met emeritaat aan de Universiteit van Luik, maar hij bleef actief als publicist en organisator van tentoonstellingen. In 1970 werkte hij mee aan de tentoonstelling Sint Trudo's erf in het kader van de Trudofeesten in Sint-Truiden.'Uitnodiging Geschied- en oudheidkundige kring 20 januari 2016' op geschiedkundigekringsinttruiden.be, januari 2016. Terwijl hij bezig was met de voorbereiding van de tentoonstelling Trésors d'art ("Kunstschatten") in de Sint-Michielskathedraal in Brussel in 1975, overleed hij plotseling. Joseph de Borchgrave werd tachtig jaar.

Bibliografie (selectie) 1926: Sculptures conservées du pays mosan [in de reeks: Notes et documents pour servir à l'histoire de l'art et de l'iconographie en Belgique] 1930: La sculpture gothique à l'exposition d'art religieux, tentoonstellingscatalogus van gotische sculpturen in de Sint-Vincentiuskerk in Luik [in de reeks: Notes et documents pour servir à l'histoire de l'art et de l'iconographie en Belgique] 1930-1932: Décors anciens d'intérieurs mosans, 4-delige inventarisatie van interieurs van huizen, kerken, kloosters en kastelen in de Luiks-Limburgse Maasvallei 1936: A propos de l'exposition "Les madones du Limbourg" 1939-1960: Notes pour servir à l'inventaire des Oeuvres d'art du Brabant, veelomvattende, 3-delige inventarisatie van kunstwerken uit de Belgische provincie Brabant 1942: Les retables Brabançons conservés en Belgique 1943: Madones anciennes conservées en Belgique, 1025-1425 1944: Oeuvres de nos imagiers romans et gothiques. Sculpteurs, ivoiriers, orfèvres, fondeurs: 1025 à 1550 / Het werk van onze romaansche & gothische beeldenaars: beeldhouwers, ivoorsnijders, goudsmeden, beeldgieters 1945/46: Kunst te Leuven 1946: La passion du Christ dans la sculpture en Belgique du XI au XVIe s. 1947: Le retable de Saint Georges de Jan Borman / Het St-Joris-retabel van Jan Borman 1947?: Notes pour servir à l'histoire de l'Art en Hainaut: orfèvreries du Moyen Age 1948: Les retables Brabançons, conservés en Suède 1949: Notes pour servir à l'histoire de l'art en Hainaut: Orfèvreries du Moyen Age 1951: Art mosan, fotoboek met 72 foto's van middeleeuwse kunstwerken uit de Maasstreek [inleiding door Jean Lejeune] 1958: Léau: perle du Brabant / Zoutleeuw: parel van Brabant 1959: Statuettes malinoises [overdruk uit: Bulletin des Musées royaux d'art et d'histoire du Cinquantenaire, pp. 2-98] 1960: L'argenterie religieuse liégeoise: (XVIe-XVIIIe siècle): notes et inventaires 1961: L'argenterie religieuse liégeoise (XVIIe et XVIIIe siècles): exposition 1964: Notes pour servir à l'étude des oeuvres d'art du Limbourg [overdruk uit: Bulletin de la Société d'art et d'histoire du diocèse de Liège, deel XLIII (1963)] 1964: Trésors des musées belges [met Georges Merz] 1966: Fragments de retables brabançons des XVe et XVIe siècles conservés au Musée Curtius à Liège 1967: Châteaux de Belgique [publicatie van de Koninklijke Vereniging der Historische Woonsteden en Tuinen van België] 1971: Passion dans la sculpture en Hainaut de 1400 à 1700 1972: Armes anciennes des musées de Belgique: Collection Solvay

Categorie:Belgisch kunsthistoricus Categorie:Belgisch conservator Categorie:Hoogleraar aan de Université de Liège