Jacob von Falke, tot 1873 Jacob Falke (Ratzeburg, 21 juni 1825 − Lovran, 8 juni 1897), was een Duits-Oostenrijks kunst- en cultuurhistoricus.
Leven en werk Jacob Falke werd geboren als zoon van een postmeester in het Noord-Duitse Ratzeburg, destijds gelegen in het groothertogdom Mecklenburg-Strelitz. Zijn broer Johannes Falke (1823-1876) werd later een bekend historicus en archivaris.
Falke studeerde klassieke talen aan de Friedrich-Alexander-Universität, een protestantse universiteit in Erlangen (Beieren). Daar werd hij in het wintersemester van 1845/46 lid van de Burschenschaft Bubenreuther. Na drie semesters verhuisde hij naar Göttingen, waar hij naast klassieke talen ook moderne filosofie en geschiedenis studeerde en zijn lerarenexamen aflegde aan de Georg-August-Universität. Vervolgens werkte hij tot 1853 als privéleraar in het vorstelijke huishouden van Solms-Braunfels en later voor een bankier in Wenen.
In 1855 werd Falke conservator bij het Germanisches Museum in Neurenberg. In 1858 benoemde vorst Johannes II van Liechtenstein hem tot bibliothecaris en directeur van zijn kunstverzameling in Wenen. In 1864 kreeg hij tevens de functie van conservator en adjunct-directeur bij het een jaar eerder opgerichte k. k. Österreichisches Museum für Kunst und Industrie. Hij werd in 1871 benoemd tot Regierungsrat en in 1885 werd hij directeur van het museum, als opvolger van Rudolf Eitelberger. In 1873 ontving hij de Orde van de IJzeren Kroon en werd hij in de adelstand verheven (Jacob Ritter von Falke).
Falke was een succesvol schrijver op het gebied van cultuurgeschiedenis en toegepaste kunsten. Hij verwierf bijzondere erkenning voor zijn zeldzame gave om de resultaten van wetenschappelijk onderzoek voor iedereen toegankelijk te maken door middel van goed geschreven, populaire presentaties.
Samen met August von Eye publiceerde hij Kunst und Leben der Vorzeit. Een catalogus van de koninklijke collecties in Stockholm en Slot Ulriksdal, gepubliceerd in Wenen in 1870, verscheen ter gelegenheid van een reis naar Zweden, waar Falke deze collecties had geïnventariseerd.
Falke overleed in 1897 op 71-jarige leeftijd in Lovran, Oostenrijk-Hongarije (tegenwoordig Kroatië).
In 1901 werd de Falkestraße in de binnenstad van Wenen (1e district) naar hem vernoemd.
Zijn zoon was de kunsthistoricus en museumdirecteur Otto von Falke.
Bibliografie (selectie) 1858: Die deutsche Trachten- u. Modenwelt. 2 delen. Mayer, Leipzig. Erster Theil: Die alte Zeit und das Mittelalter (online tekst). Zweiter Theil: Die Neuzeit (online tekst). 1863: Die ritterliche Gesellschaft im Zeitalter des Frauenkultus. Berlijn (online tekst). 1866: Geschichte des modernen Geschmacks. Leipzig. 1868: Die Kunstindustrie der Gegenwart, Studien auf der Pariser Weltausstellung 1867. Leipzig. 1868–82: Geschichte des fürstlichen Hauses Liechtenstein. Wenen, Deel 1–3 (online tekst). 1883: Die Kunst im Hause. 5 drukken, Wenen. 1873: Die Kunstindustrie auf der Wiener Weltausstellung. 2 delen, Wenen. 1878: Zur Kultur und Kunst. Studien. Wenen. 1879: Hellas und Rom. Stuttgart. 1880: Costümgeschichte der Culturvölker. Stuttgart. (online tekst). 1883: Ästhetik des Kunstgewerbes. Stuttgart. 1884: Der Garten. Seine Kunst und Kunstgeschichte. o.a. Spemann, Berlijn (online tekst).
Categorie:Duits kunsthistoricus Categorie:Duits conservator Categorie:Oostenrijks kunsthistoricus Categorie:Museumdirecteur Categorie:Cultuurhistoricus