Chiara Margarita Cozzolani (Milaan, 27 november 1602 - aldaar, circa 1677) was een benedictijnse non. Ze is de componiste van bundels met polyfoon koorwerk: motetten, psalmzettingen, een mis en een magnificat. Zij trad als dertienjarige in het Milanese benedictijnse klooster Sint Radegonda en bleef daar tot haar dood. In 1664 en 1671 was ze priorin van het klooster, en in 1658-1660 en 1672-1673 abdis.
Leven Margarita Cozzolani werd geboren in een welgestelde Milanese familie. Zij was mogelijk al op jonge leeftijd als kloosterleerling (educanda) verbonden aan het benedictijnerklooster Sint Radegonda. De nonnen van Sint Radegonda kwamen doorgaans uit rijke en adellijke families. Twee van haar tantes waren al ingetreden in dit klooster. In 1615 kwam haar oom met het klooster een bruidsschat overeen voor de intreding van Margarita en haar zus Clara. miniatuur|Musicerende benedictijnse nonnen, ca. 1700 Als novice kreeg Cozzolani een grondige zang- en muziekopleiding. Het klooster stond bekend om de hoge kwaliteit van koorzang en muziekuitvoering; de zang van de nonnen van Sint Radegonda was ook buiten Milaan beroemd. Als belangrijke personen de stad bezochten, hoorde een bezoek aan het klooster om het koor te beluisteren vaak tot het officiële programma. Cozzolani werd in het klooster bewonderd om haar zang en haar composities. Zij was de leider van een van de twee koren die binnen het klooster bestonden. De koren concurreerden met elkaar om de beste zangeressen en om voor prominente gasten te mogen optreden.
In 1620 legde ze haar haar eeuwige geloften af en nam de kloosternaam Chiara Margarita aan. Ze zou de rest van haar leven in het klooster doorbrengen. In 1664 en 1671 was ze priorin, en in 1658-1660 en 1672-1673 abdis. Dit doet vermoeden dat ze binnen het klooster en daarbuiten aanzien genoot. Haar exacte overlijdensdatum is niet bekend. Op basis van de archieven van het klooster moet ze tussen 1676 en 1678 gestorven zijn.
Composities Cozzolani is bekend gebleven als de componiste van bundels met koorwerk: motetten, psalmzettingen, een mis en een magnificat. Zij droeg de bundels op aan belangrijke kerkelijke en vorstelijke personen, wat aangeeft dat zij ook buiten het klooster een netwerk van contacten onderhield. Veel van haar motetten werden in de 17e eeuw opgenomen in bloemlezingen en werden zo in Europa bekend.
Haar eerste gepubliceerde werk, Primavera dei fiori musicali (Lente van muzikale bloesems) is tijdens de Tweede Wereldoorlog verloren gegaan, net als enkele wereldlijke cantates. Concerti sacri (1642) is opgedragen aan Mathias de' Medici. Het bestaat uit motetten voor twee tot vier stemmen en bevat nieuwe technieken zoals het gebruik van refreinen in solo-motetten, duetten en kwartetconcerten. Haar laatste gepubliceerde werk, geschreven in 1650, Salmi a otto voci, omvat grootschalige vespers met gemengde solo- en duetpartijen, plus twee koorantifonen begeleid door violen en orgel. De bundel bevat ook psalmen, motetten en een kerststuk opgedragen aan de Maagd Maria voor acht stemmen, inclusief partijen voor mannen. Tekst uit het Hooglied speelt een belangrijke rol in haar werk.
In contemporaine verslagen is weinig te vinden over Cozzolani, dit in tegenstelling tot andere componerende nonnen in Noord-Italië. Filippo Picinelli noemt haar in 1670 echter wel bij naam en is zeer lovend over de muzikale traditie in Sint Radegonda. Er zijn geen composities van haar hand bekend na haar benoeming tot abdis en priorin.
Controverse over polyfonie De zeer conservatieve aartsbisschop van Milaan Alfonso Litta (ambtsperiode 1652-1679) was een tegenstander van de uitvoering van polyfone muziek, die hij immoreel vond. Dit werd een bron van conflict tussen de aartsbisschop en de nonnen van Sint Radegonda, die gesteund werden door de Senaat van Milaan. De abdis moest de polyfone composities van Cozzolani een aantal keren voor een rechtbank verdedigen. Litta slaagde erin om een verbod op polyfone muziekuitvoering in kloosters te laten uitvaardigen; dit werd in eerste instantie in Sint Radegonda genegeerd. Men provoceerde de aartsbisschop verder door in februari 1665 een lange uitvoering van polyfone muziek te geven voor de bezoekende hertog en hertogin van Brunswijk, die ook nog eens protestant waren. Een maand later wist Litta een definitief verbod op te leggen op polyfonie tijdens de kerkdiensten en op het bespelen van muziekinstrumenten in de bezoekkamers (parlatoria) van het klooster. Dit zou tien jaar van kracht blijven.
Werken
Primavera di fiori musicali, voor 1–4 stemmen en continuo, op. 1 (Milaan 1640) (verloren gegaan) Concerti sacri a una, due, tre, et quattro voci con una Messa a quattro, voor 2–4 stemmen en continuo, op. 2 (Venetië, 1642) Scherzi di sacra melodia, voor 1 stem en continue, op. 3 (Venetië,1648) (continuo partij verloren gegaan) Salmi a otto voci concertati et due Magnifiat a otto ... Motetti, et Dialoghi, voor 2–8 stemmen en continuo, op. 3 [sic] (Venetie,1650) O dulcis Jesu, voor 2 stemmen (sopraan en tenor) en continuo No, no no che mare, aria (verloren gegaan)
Categorie:Benedictijn Categorie:17e-eeuws componist Categorie:Italiaans componist