De Vrije Democraten (Georgisch: , ), oorspronkelijk bekend onder de volledige naam Ons Georgië – Vrije Democraten, is een liberale en pro-westerse politieke partij in Georgië. De partij werd in 2009 opgericht en regeerde in de periode 2012-2014 in een coalitie met Georgische Droom. De partij verdween na het vertrek van oprichter Irakli Alasania in 2016 naar de marges van de Georgische politiek en was vanaf 2024 feitelijk inactief.
Geschiedenis miniatuur|Links oprichter van de Nieuwe Rechtsen Levan Gatsjetsjiladze, rechts van midden Irakli Alasania en Salome Zoerabisjvili tijdens de demonstratie op 9 april 2009 ter nagedachtenis van de tragedie van 9 april 1989. Na de Russisch-Georgische Oorlog van 2008 vertrok Irakli Alasania als gezant van Georgië bij de Verenigde Naties en ging in oppositie tegen de regering van president Micheil Saakasjvili en zijn Verenigde Nationale Beweging. Op 23 februari 2009 kondigde Alasania samen met de Nieuwe Rechtsen en de Republikeinse Partij de Alliantie voor Georgië aan. Alasania werd de leider van deze oppositiecoalitie.
De alliantie riep de president op om binnen tien dagen in te stemmen met het houden van een referendum over vervroegde presidentsverkiezingen, iets dat de oppositie nastreefde. President Saakasjvili negeerde deze eis, waarna van 9 april tot 27 juli 2009 dagelijkse anti-regeringsdemonstraties plaatsvonden, geleid door de Alliantie voor Georgië.
Oprichting partij Op 16 juli 2009 richtte Alasania zijn eigen partij op, Ons Georgië – Vrije Democraten, die onderdeel werd van de protestalliantie. Hij positioneerde de partij als centrumrechts, met een nadrukkelijke voorkeur voor een presidentiële republiek met een sterk parlement. Regeringspartij Verenigde Nationale Beweging toonde tijdens de protestgolf bereidheid voor vervroegde lokale verkiezingen in het voorjaar van 2010.
Volgens Alasania lieten de demonstraties zien dat de samenleving klaar was voor verandering en was het aan de politiek leiders om "concrete visies te presenteren over hoe problemen op verschillende gebieden kunnen worden opgelost". In de optiek van Alasania was de partij noodzakelijk om een volgende stap naar verandering te maken, omdat alleen straatprotesten dit niet teweeg konden brengen. Deelname aan verkiezingen was volgens hem cruciaal.
Lokale verkiezingen 2010 miniatuur|Vlag van Alliantie voor Georgië. De alliantie was het gezicht van de demonstraties in 2009 en deed mee met de lokale verkiezingen van 2010. De drie partijen in de Alliantie voor Georgië trokken gezamenlijk op naar de gemeentelijke verkiezingen van mei 2010. Ze zetten onder meer in op hervormingen in de kieswet, zoals de drempel voor de verkiezing van burgemeester van Tbilisi. De regering hield vast aan dertig procent als concessie, maar de alliantie wilde een veel hogere drempel, om zo oppositiekandidaten meer kans te geven in een tweerondensysteem.
Op 29 maart 2010 stapte een onafhankelijk parlementslid over naar de Vrije Democraten, waarmee de partij een eerste vertegenwoordiger in het parlement kreeg. In april voegde de partij Georgische Weg van voormalig buitenlandminister Salome Zoerabisjvili zich bij de alliantie voor de lokale verkiezingen. Zoerabisjvili was tijdens de protesten van 2009 al betrokken bij de alliantie.
De alliantie van de Vrije Democraten behaalde op 30 mei 2010 een teleurstellende derde plek in de lokale verkiezingen, met ruim negen procent van de stemmen. In Tbilisi werd de alliantie tweede met achttien procent van de stemmen, maar door het gemengde systeem met districten kreeg ze slechts vijf van de vijftig zetels in de raad van Tbilisi. Van deze vijf zetels waren er twee voor de Vrije Democraten. De andere drie partijen hadden er elk een. Irakli Alasania werd in de burgemeestersverkiezing van Tbilisi tweede met negentien procent van de stemmen achter winnaar en zittend burgemeester Gigi Oegoelava, die 55 procent van de stemmen kreeg.
De Vrije Democraten legden zich neer bij de uitslag en richtten zich op de parlementsverkiezingen van 2012. Enkele weken na de lokale verkiezingen viel de Alliantie voor Georgië uit elkaar. Dit kwam onder andere doordat de Republikeinen en de Nieuwe Rechtsen geen overeenstemming kregen met de Vrije Democraten over het integreren van de partijen tot een geheel. Alasania hield die boot af, omdat hij juist zijn partij verder wilde ontwikkelen.
Grondwetsaanpassingen miniatuur|Tea Tsoeloekiani, adviseur mensenrechten van de Vrije Democraten, zou later als minister van Justitie en van Cultuur een gezichtsbepalend figuur van de politieke repressie door Georgische Droom worden. Kort na de lokale verkiezingen van 2010 en in opmaat naar de belangrijke parlementsverkiezingen van 2012 zette de regering in op grondwetsaanpassingen. Een van de belangrijkste voornemens was om de bevoegdheden van de premier te vergroten ten koste van de president. De partij met de meeste stemmen zou daarnaast het recht krijgen de beoogd premier voor te dragen. Dit was een eerste stap naar de overgang van een presidentieel naar een parlementair systeem, waar de Vrije Democraten geen voorstander van waren.
De partij steunde een initiatief van de Georgische Arbeiderspartij om president Saakasjvili grondwettelijk uit te sluiten van het premierschap zodra zijn tweede en laatste termijn als president in 2013 zou verstrijken. De aanname was dat de aanpassing van de grondwet Saakasjvili in staat moest stellen na 2013 aan de macht te blijven. Omdat het voorgestelde verbod zijn grondrechten zou schaden, stelde mensenrechtenadviseur Tea Tsoeloekiani van de Vrije Democraten voor dat een president zich de eerste vijf jaar na aftreden niet voor het premierschap mag kandideren. Deze restricties werden niet opgenomen in de aangepaste grondwet.
Hervormingen kieswet In oktober 2010 werden de Vrije Democraten deel van de "groep van acht". Deze acht oppositiepartijen zetten in op hervormingen van de kieswet voor de parlementsverkiezingen van oktober 2012. Het belangrijkste deel van hun voorstellen was aanpassing van het gemengde kiesstelsel. In plaats van enkelvoudige kiesdistricten wilde de groep regionale meervoudige kiesdistricten waar een kiesdrempel van vijf procent zou moeten gelden, net als bij de evenredige stem. Dit moest de kans vergroten dat ook oppositiepartijen in districten zetels zouden kunnen winnen.
De Nieuwe Rechtsen en de Christendemocraten stapten in juni 2011 uit de groep, toen zij samen met Industrie Zal Georgië Redden en de Nationaal-Democratische Partij overeenstemming kregen met de regering over aanpassingen in de kieswet, waaronder het vergroten van het parlement met meer evenredig verkozen zetels. De overgebleven zes partijen in de oorspronkelijke groep van acht vonden de wijzigingen te oppervlakkig.
Coalitievorming miniatuur|Partijleider Alasania werd in 2012 defensieminister en eerste vice-premier (foto sept. 2014). Kort daarna, op 8 juli 2011, zetten deze zes partijen, de Vrije Democraten, Nationaal Forum, Conservatieve Partij, Republikeinse Partij, Georgische Weg en Partij van het Volk, onder leiding van Alasania een nieuwe coalitie op onder de naam Coalitie voor Vrije Keuze. Hun doel was om "de huidige regering via verkiezingen te vervangen" en als coalitieregering aan de macht te komen. Het blok ambieerde een meerpartijendemocratie te vestigen, gebaseerd op de "rechtsstaat en het waarborgen van de Europese integratie van het land".
In juli 2011 zetten zes parlementsleden onder leiding van het lid van de Vrije Democraten een parlementsfractie op onder de naam Eenheid voor gerechtigheid. Zes leden was op dat moment in het Georgische parlement het minimum om als fractie met volledige rechten te opereren en een vice-voorzitter van het parlement te mogen nomineren.
Drie maanden later viel de coalitie van zes alweer uit elkaar door verschillende opvattingen over de vrijheid en mate van afstemming over individuele initiatieven, maar ook de mate van integratie. Nationaal Forum en de Vrije Democraten wilden graag hun eigen bewegingsvrijheid terwijl de Republikeinen en de anderen meer integratie van de partijen en coalitie wilden.
Georgische Droom miniatuur|Minister van Europese en trans-Atlantische integratie Aleksi ("Boeka") Petriasjvili. Op datzelfde moment betrad miljardair en oligarch Bidzina Ivanisjvili de Georgische politiek met de openlijke ambitie de leiding in het land over te nemen. Hij had daarbij expliciet de Vrije Democraten en de Republikeinen op het oog om mee samen te werken en dit doel te bereiken. Partijleider Alasania reageerde positief op de uitgestoken hand, waarna frequent overleg volgde. Op 21 februari 2012 werd de samenwerking geformaliseerd met de presentatie van de coalitie rond de door Ivanisjvili opgerichte partij Georgische Droom, waarin de Vrije Democraten, de Republikeinen en het Nationaal Forum deelnamen. Korte tijd later sloten Industrie Zal Georgië Redden en de Conservatieve Partij zich hierbij aan. miniatuur|Voorzitter van de commissie Europese integratie Viktor Dolidze (midden) van de Vrije Democraten. Rechts Levan Berdzenisjvili van de Republikeinse Partij (2014). De kandidaten voor de enkelvoudige kiesdistricten in de parlementsverkiezingen van oktober 2012 werden verdeeld zodat de coalitie overal met een gezamenlijke kandidaat vertegenwoordigd was. De Vrije Democraten hadden in negen van de 73 districten een kandidaat. Daarnaast was er een gecombineerde kieslijst van de coalitie met kandidaten van elke partij op verkiesbare plaatsen. De coalitie won de verkiezingen van 1 oktober 2012 van regeringspartij Verenigde Nationale Beweging, waarbij de Vrije Democraten elf van de 85 zetels van de coalitie in het parlement verkregen. Het was de eerste democratisch en vreedzaam verlopen machtswisseling in het onafhankelijke Georgië.
De Vrije Democraten kregen belangrijke ministersposten in de nieuwe regering onder leiding van premier Ivanisjvili, waaronder Defensie (Alasania, tevens eerste vice-premier), Europese en trans-Atlantische integratie (Aleksi Petriasjvili) en Justitie (Tea Tsoeloekiani). De partij was na Georgische Droom het meest vertegenwoordigd in de regering. Daarnaast kreeg de partij het voorzitterschap van de parlementscommissie Europese integratie, waardoor ze het buitenlandbeleid domineerde. De Vrije Democraten vormden net als de Republikeinen hun eigen fractie in de parlementaire meerderheid. De andere partijen in de coalitie zaten binnen de fractie van Georgische Droom.
Frictie met Ivanisjvili Premier en leider van Georgische Droom Ivanisjvili had vooraf hoge verwachtingen van de Vrije Democraten en met name Alasania. Dat bleek uit zijn aanwezigheid en toespraak op het partijcongres van de Vrije Democraten in december 2012, waar hij zijn teleurstelling over het verlies van Alasania in het belangrijke kiesdistrict Zoegdidi niet onder stoelen of banken stak. Twee maanden na de verkiezingen kwamen de eerste scheuren in de samenwerking tussen de Vrije Democraten en Georgische Droom. Premier Ivanisjvili haalde op 21 januari 2013 het vice-premierschap bij Alasania weg, nadat laatstgenoemde in het openbaar aangaf dat hij een "moeilijk en onplezierig gesprek" had met de premier over de presidentsverkiezingen van oktober 2013.
Het incident legde de fundamentele onenigheid bloot tussen de Vrije Democraten enerzijds en de andere coalitiepartijen anderzijds, met name de Republikeinen, over de grondwettelijke inrichting van de staat. De Vrije Democraten wilden het presidentiële systeem behouden, terwijl de anderen naar een parlementair systeem wilden. Daarnaast had Alasania ambities voor het presidentschap, iets dat Ivanisjvili niet zag zitten. Onderwijsminister Giorgi Margvelasjvili werd een paar maanden later door Ivanisjvili benoemd tot vice-premier en werd later dat jaar tot president van Georgië gekozen als kandidaat namens de coalitie.
Breuk met Georgische Droom