Maria (Mieke) Adelaïde De Bock (Moerbeke-Waas, 10 maart 1836 – Moerbeke-Waas, 22 november 1922) werd in 1871 eigenaar van de brouwerij De Ster na het overlijden van haar man. Ze bleef tot het einde van haar leven mede bedrijfsleider, omdat de opeenvolgende mannelijke eigenaars jong stierven.

Huwelijk en gezin Mieke was de dochter van Joseph De Bock en Sophia De Beule, landbouwers in Moerbeke-Waas. Zij huwde op 10 juni 1862 met de brouwer August Plasschaert (Moerbeke-Waas, 3 april 1833). Plasschaert had kort voordien de ouderlijke brouwerij De Ster overgenomen na het overlijden van zijn vader Joannes Baptist op 7 januari 1862. Deze brouwerij was gevestigd op de huidige Lindenplaats 3, de vroegere Markt van Moerbeke. Dit gebouw behoort tot het onroerend erfgoed van Moerbeke-Waas en draagt nog steeds het bord "Brouwerij" op de gevel.

Het echtpaar kreeg drie kinderen: Maria Sophia Frederica (25 mei 1863 – 4 maart 1931) Jan-Baptist (14 mei 1864 – 22 juni 1907) Valerie Joanna Maria (20 december 1870 – 26 juli 1949) De brouwerij op de Lindenplaats en het conflict over de waterput Moerbeke-Waas werd in die periode bestuurd door een absolute meerderheid van de liberale partij, onder leiding van burgemeester Auguste Lippens. Die had een conflict met de katholieken, in het bijzonder pastoor Franciscus De Rijck. August Plasschaert was lid van de katholieke fractie, en 'lid der besturende kommissie der Hospice' (het huidige OCMW).Doodsprentje Augustus Plasschaert, 1871, collectie van Familiekunde Waasland links|miniatuur Kort na hun huwelijk had August Plasschaert een vergunning aangevraagd voor het aanleggen van een nieuwe waterput op het openbaar domein, omdat de eigen waterput in de brouwerij vervuild was. Die put zou gegraven worden op de Lindenplaats, vlak voor de brouwerij. Het gemeentebestuur stond dit toe, op voorwaarde dat de aanleg zou gebeuren op eigen kosten en dat de brouwerij op eigen kosten de toestand zou herstellen, indien de toelating zou herroepen worden.

Na het vroegtijdig overlijden van haar echtgenoot op 16 april 1871 nam Maria De Bock de leiding van de brouwerij in handen.

In 1879 trok het gemeentebestuur de toelating voor de waterput op de Lindenplaats in, waarop de put werd afgesloten. Zonder water kon de brouwerij niet verder werken. De Bock contacteerde meerdere instanties, waaronder de vrederechter van Sint-Niklaas, Robert Pierre Verwilghen (1809 – 1875). Maar ook burgemeester Auguste Lippens had zijn contacten; hij was van 1878 tot 1882 volksvertegenwoordiger voor het arrondissement Gent. links|miniatuur|300x300px|Het borstbeeld van burgemeester August Lippens, met daarachter de brouwerij, een burgerhuis, het conciërgehuis en het kasteel van Lippens. In de familieannalen van de familie Plasschaert wordt een anekdote bewaard over de strijdbaarheid van De Bock. Auguste Lippens woonde in het kasteel Lippens dat hij bouwde samen met zijn broer Eugène Lippens en zijn zus Stéphanie Lippens en diens echtgenoot Hippolyte Edouarde de Kerchove d'Exaerde. Dit kasteel, het huidige gemeentehuis, lag op de Lindenplaats, slechts één burgerhuis verwijderd van de brouwerij De Ster. Deze reeks gebouwen, met het toenmalige oude gemeentehuis aan het andere einde zijn beeldbepalend voor de huidige historische Lindenplaats van Moerbeke-Waas. miniatuur|Het oude gemeentehuis op de Lindenplaats Kort na het intrekken van de toelating voor de waterput had De Bock een gesprek met burgemeester Lippens. Die reageerde: "Je vous ruinerai”, waarop De Bock repliceerde: “Si Dieu le veut!” Later werd deze spreuk “Aan Godes zegen is ’t al gelegen” in de schouw van het woonhuis van de familie Plasschaert naast de brouwerij gebeiteld.

Omdat de verschillende pogingen om de put te heropenen mislukten, gaf De Bock enkele werklieden van de brouwerij de opdracht om ’s nachts clandestien een nieuwe ondergrondse verbinding tussen de put op de Lindenplaats en de brouwerij te maken. Helaas volstond die oplossing niet. De buren bleken de brouwerij echter veel meer genegen dan Auguste Lippens; de hele buurt bood water uit hun eigen putten aan, zodat de brouwerij kon overleven.

Haar zoon Jan-Baptist Plasschaert nam in 1900 de brouwerij over maar overleed eveneens vroegtijdig in 1907, waardoor De Bock actief bleef tot haar dood in 1922, samen met haar schoondochter Joséphine Woestenbergh (4 september 1867 – 22 juni 1964). De brouwerij werd later verdergezet door haar kleinzoon August Plasschaert, eveneens actief in de gemeenteraad van Moerbeke voor de Katholieke Partij.

Ondanks herhaalde aanvragen van de brouwerij aan het gemeentebestuur om de put op de Lindenplaats te heropenen (o.a. in 1928) duurde het nog tot 1935 wanneer een duurzame overeenkomst werd ondertekend. De activiteiten van de brouwerij werden in 1940 stopgezet.

Categorie:Belgisch brouwer Categorie:Moerbeke (Lokeren)