Cécilia Ameye (Izegem, 11 april 1879 − Ronse, 22 december 1953) was een Vlaamsgezinde schrijfster en journaliste, die zowel in het Nederlands als Frans publiceerde.
Biografie Cécilia Ameye was de dochter van een Izegemse wijnhandelaar Camille Ameye. Haar moeder was Leontine Dobbelaere. Cécilia had drie broers Michel (°1875), Daniël (°1884) en Roger (°1889) en één zus, Jane (°1876). Zij groeide op in een intellectueel milieu wat toeliet om haar talenten te ontwikkelen. Via haar ouders leerde Cécilia vooraanstaande figuren uit de culturele Vlaamse Beweging kennen zoals Julius Sabbe en Peter Benoit. Haar hele leven zal Cécilia een promotor van het werk van Benoit blijven. Ontelbaar waren de teksten die zij over haar idool opmaakte.
In oktober 1896 studeerde zij in het pensionaat 'The Close' in Brighton. Zij leerde er onder meer harp en piano spelen en leerde er talen als Engels en Duits. Later leerde zij ook nog Portugees en Italiaans.
In november 1919 trouwde zij met Emile Van De Moortele, burgemeester van Emelgem. Het koppel bleef kinderloos.
Ameye onderhield langdurige vriendschappen met andere literatoren zoals de Nederlandse schrijfster Top Naeff en de Belgische schrijfster Marie Gevers.
Journaliste en schrijfster De eerste gedichten van deze auteur verschenen al in 1899 in het Vlaamsgezinde studententijdschrift 'De Goedendag'. Cécilia schrijft een lied 'Iets-Niets' in 1903, dat in 1904 wordt gepubliceerd onder een pseudoniem 'Zenta'. Julius Pée maakte van het lied een Duitse vertaling. In 1904 verschijnt ook een tweede gedicht met de titel 'Uit de natuur' onder hetzelfde pseudoniem 'Zenta'.
Vanaf 1903-04 schreef Cécilia Ameye ook als journaliste voor De Vlaamsche Gazet en Het Laatste Nieuws (bij deze laatste krant bleef ze actief tot 1952). Ze was ook correspondente voor het Vlaams liberaal dagblad De Brugsche Beiaard, waarin zij in afleveringen een reis naar Madeira besprak. Andere titels waaraan ze meewerkte waren De Kritiek, het Algemeen Vlaamsch Letterkundig Maandschrift De Tijd en de tijdschriften Vlaanderen, Nieuw Vlaanderen en De Vlaamsche Gids. Ameye recenseerde ook (muziek)voorstellingen.
In 1908 realiseerde zij de dichtbundel Van dag tot dag, die in eigen beheer werd uitgegeven.
Tussen 1908 en 1913 is zij een van de twee vrouwelijke leden van de Vereeniging van Letterkundigen, waarvan Maurits Sabbe de penningmeester is.
Vanaf 28 juli 1914 hield Cécilia Ameye een dagboek bij. Dit dagboek werd niet gepubliceerd. Ook tijdens de Tweede Wereldoorlog werd een onuitgegeven dagboek bijgehouden.
Omstreeks 1932 schreef ze meerdere gedichten voor kinderen die ze deels op muziek zette, zoals 'Van Heer Halewijn', 'Poeske', 'Bonespel' en 'Hanselijn'. Deze verhaaltjes werden door toedoen van Julius Hoste jr. gepubliceerd in het Het Laatste Nieuws.
In 1935 publiceert Ameye haar eerste roman: 'Pour le Patrimoine'. De hoofdpersonage in deze roman is een vrouw die tijdens de Eerste Wereldoorlog de oorlog tracht door te komen en het patrimonium van haar familie tracht te beschermen. Later volgt ook nog een historische jeugdroman over de legendes die aan de oorsprong liggen van het graafschap Vlaanderen. In eerste instantie verschijnt 'Liederick, le premier forestier de Flandre' als vervolgverhaal in het meisjestijdschrift 'Annette' vanaf 12 februari 1948. De bijdragen zijn geïllustreerd door Suzanne André. Later volgt een zelfstandige uitgave in de reeks van 'Collection Durendal'.
Als journaliste schreef Cécilia Ameye ook een reeks korte stukjes voor La Gazette: 'Brins de rien' (onder andere in 1938-39).
Deelnames aan tentoonstellingen In 1913 nam Cécilia Ameye deel aan de Wereldtentoonstelling in Gent. In 1914 nam ze deel aan de tentoonstelling 'De Hedendaagsche Vrouw/La Femme Contemporaine' in Antwerpen. Ze participeerde in de afdeling 'Nederlandse Letterkunde, die werd voorgezeten door Virginie Loveling en Marie Elisabeth Belpaire.
Vrijwilligster tijdens de Eerste Wereldoorlog Bij het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog meldde Ameye zich aan als vrijwilligster bij het Rode Kruis. Zij werd aangesteld als hoofdverpleegster van het hospitaal van Ronse.
Radio Reeds van bij het prille begin van dit medium is Ameye betrokken bij de programmatie. Op 7 juli 1926 wordt haar studie van Peter Benoit op Radio Zoölogie voorgedragen (naar aanleiding van de 25ste verjaardag van het overlijden van Benoit). In 1927 is zij mede-initiator van de uitzending van het jaarfeest van het Peter Benoitfonds door Radio België. Bij de 50ste verjaardag van het overlijden van Peter Benoit verzorgt Cecilia Ameye opnieuw een bijdrage voor het NIR.
Op 8 maart 1951 wordt een luisterspel van haar hand, 'Wetekey', op de radio opgevoerd. In 1952 volgt nog een ander luisterspel 'Aspasia, de eerste feministe'. Mogelijk werd nog een derde luisterspel van haar hand 'Beatrijs' eveneens op de radio uitgevoerd.
Nitterveld De uitvalsbasis van de Izegemse familie Ameye in Ronse was de villa Nitterveld in het gehucht Louise Marie. Mogelijk werd de familie naar deze plek toegezogen door de associatie van de oude Vlaamse sage van Heer Daneelken met het Muziekbos. Deze buurt inspireerde andere literatoren in die tijd zoals Hendrik Conscience, Johan Wilhelm Wolf, Omer Wattez, Herman Teirlinck, Stijn Streuvels, Georges Delizee, Félicien Marceau en Louis Paul Boon.
Villa Nitterveld werd tussen 1899 en 1902 opgetrokken als buitenhuis aan de rand van het Muziekbos. Het gebouw werd opgetrokken door Albert Dumont en diens zoon Alexis Dumont in typische cottagestijl. Ook de tuin werd prachtig aangelegd en is mogelijk een ontwerp van Julius Sabbe en zijn zoon. De (tuin van de) villa fungeerde al vóór de Eerste Wereldoorlog als decor van enkele opmerkelijke culturele activiteiten, o.a. een opvoering van de opera Oedpus te Colnus ter gelegenheid van het 29ste Nederlandse Taal- en Letterkundig Congres in 1906.
Op het domein van de villa baatte vader Camille Ameye en later schoonbroer Hubert Vande Moortele ook de natuurlijke waterbronnen uit. Het bronwater werd gecommercialiseerd onder de merknaam Tsar Bronnen.
Na het overlijden van vader Camille Ameye werd het echtpaar Emile Van De Moortele-Cécilia Ameye permanente bewoners van het pand, tot aan hun respectievelijke overlijdens in 1943 en 1953.
Op 30 augustus 1974 werd in het kader van het Festival van Vlaanderen op het domein een Peter Benoit-hulde georganiseerd.
Categorie:Nederlands schrijver