Marie-Joseph Versichele (1925 – 2004) was een verzetsvrouw uit Deinze die in de Tweede Wereldoorlog naar Ravensbrück werd gedeporteerd.
Marie-Joseph Versichele is 15 jaar als de oorlog uitbreekt. Met haar ouders en haar broer woont ze in Deinze. Het is Marie-Joseph's eigen moeder, zelf een harde verzetsvrouw, die haar in juni 1942 rekruteert. Marie-Joseph helpt haar broer Joseph, die de spil vormt van het verzet in Deinze. Met haar fiets transporteert ze sluikbladen, geheime boodschappen en wapens langs de Duitse wachtposten tussen Deinze en Gent. Een revolver verstopt ze simpelweg in haar fietsmandje. Ze verkrijgt de rang van sergeant met zeven agenten onder zich, waarvan zes vrouwen.
Arrestatie en concentratiekamp Op 1 augustus 1944 arresteren de Duitsers de contactman van Marie-Joseph. Tijdens het hardhandige verhoor ontglipt hem haar codenaam "Suzon". Als Marie-Joseph de volgende dag op de Kouter in Gent haar codenaam hoort noemen, geeft ze een geheime boodschap door aan een agent die voor de vijand blijkt te werken. Ze belandt in Gent in de Nieuwe Wandeling waar de Duitsers haar negen dagen lang folteren, maar ze lost geen woord.
Marie-Joseph wordt eerst gedeporteerd als verzetsvrouw naar het concentratiekamp van Ravensbrück en Neuengamme. Niet lang daarna brengen de Duitsers haar over naar het werkkamp van Salzwedel, waar de levensomstandigheden iets beter waren. Daar moet Marie-Joseph in een munitiefabriek werken. Waar mogelijk probeert ze de Duitse munitie te saboteren. De Amerikanen bevrijden uiteindelijk het werkkamp op 12 april 1945. Bij haar terugkeer in Deinze wordt ze feestelijk met een stoet onthaald.
Eerbetoon Marie-Joseph stierf in 2004 op 79-jarige leeftijd. In 2025 werd ze in Deinze als verzetsheldin geëerd met een muurschildering.
Categorie:Belgisch verzetsstrijder in de Tweede Wereldoorlog