De Ooggetuigekroniek is een van de drie zogenaamde Kozakken-kronieken geschreven in laat-Roetheens (Middel-Oekraïens). De tekst is een van de belangrijkste bronnen over de geschiedenis van Oost-Europa in de 17e eeuw, met name de periode van de Chmelnytsky-opstand en de Ruïne (Руїна, Ruïna, circa 1657–1687) in het Oekraïense Kozakken-Hetmanaat, een onderscheidend en origineel monument van de Oekraïense taal en literatuur. De kroniek beweert te zijn geschreven door een ooggetuige van de gebeurtenissen, een veteraan uit de hogere officieren van het Zaporizja-Kozakkenleger. Volgens Frank Sysyn (1990) is het "het oudste nog bestaande Oekraïense verslag van de geschiedenis van Oekraïne in de tweede helft van de zeventiende eeuw."

Structuur De Ooggetuigekroniek bestaat uit een inleiding, waarin de toestand in Oekraïne vóór de opstand van Chmelnytsky wordt beschreven, en twee hoofddelen: Het eerste deel is gewijd aan de tijd van Chmelnytsky en de Ruïne (tot en met 1676). Het is waarschijnlijk veel later geschreven dan de beschreven gebeurtenissen. Het tweede deel, dat loopt tot en met het jaar 1702, is een kroniek in de strikte zin van het woord. Het werd geschreven in Linkeroever-Oekraïne en is het meest volledig (wat betreft lokaal nieuws) in Starodoeb.

Provenance Auteurschap De Ooggetuigekroniek werd geschreven in het laat-Roetheens (Middel-Oekraïens), die dicht bij de volkstaal lag (de prosta mova of "eenvoudige taal"). De Ooggetuigekroniek en Velytsjko-Kroniek wijken daarmee af van de derde Kozakse Kroniek van Hrabianka, die geschreven was in het laat-Kerkslavisch, de literaire standaardtaal in het Tsaardom Rusland, ver verwijderd van de alledaagse taal die gesproken werd door Oekraïners en Wit-Russen (Belarussen) die in het Kozakken-Hetmanaat woonden. De auteur van de kroniek is niet bij naam bekend, maar hij behoorde tot de Kozakse elite en bekleedde enige tijd een prominente positie in de Oekraïense regering. Onderzoekers hebben lang geprobeerd zijn naam te achterhalen. In 1846 was de amateurhistoricus D. Serdyukov de eerste die het auteurschap toeschreef aan Roman Rakushka-Romanovsky (circa 1622–1703), algemeen penningmeester onder hetman Ivan Briukhovetsky, en in de laatste decennia van zijn leven priester in Starodoeb. Hij kon het echter niet bewijzen. Dit werd mogelijk na het werk van Vadim Modzalevsky over Rakushka-Romanovsky in 1919. In de jaren 1920 kwamen enkele auteurs (Viktor Romanovsky; Oleksander Ohloblyn en vooral Mykola Petrovsky) onafhankelijk van elkaar, op basis van het autobiografisch materiaal in de Kroniek, de conclusie trekken dat de schrijver van de Ooggetuigekroniek inderdaad waarschijnlijk Roman Rakushka-Romanovsky zou zijn geweest.

Dit standpunt werd door de meeste historici aanvaard (waaronder door Dmytro Bahalii, Mychajlo Hroesjevsky, Dmytro Doroshenko, Ivan Krypiakevych en anderen, en in het bijzonder de moderne geschiedschrijving). Maar sommige schrijvers hebben andere kandidaten voor het auteurschap genoemd: Ivan Bykhovets, militaire ambtenaar (volgens Lev Okinshevych); Fedir Kandyba, kolonel van Korsoen (volgens Mykola Hryhorovych Andrusiak en Mychajlo Voznyak) en anderen. Frank Sysyn observeerde in 1990: "De tijd, plaats en auteurschap van het werk zijn nog steeds onderwerp van heftige discussies, waarbij Roman Rakushka op basis van interne aanwijzingen de favoriete kandidaat voor het auteurschap is. (...) Of de samensteller zelf getuige was van de gebeurtenissen rond de opstand van Chmelnytsky en deze later opschreef, of dat hij een eerder verslag in zijn tekst verwerkte, blijft onzeker. In beide gevallen is de laconieke Ooggetuigekroniek de enige Kozakse kroniek waarvan nog steeds wordt aangenomen dat deze primaire informatie bevat over de periode van Chmelnytsky."

Manuscriptcirculatie De originele Kroniek, geschreven aan het einde van de 17e of het begin van de 18e eeuw, is niet bewaard gebleven. Er zijn verschillende kopieën bewaard gebleven die in de 18e eeuw of later zijn gemaakt. De oudste en meest complete zijn de manuscripten van H. Iskritsky (eerste helft van de 18e eeuw) en Yakov Kozelsky (tweede helft van de 18e eeuw), die de basis vormen voor wetenschappelijke publicaties over dit monument. In totaal waren zes exemplaren (waarvan twee uit de eerste helft van de 18e eeuw, de rest later) bekend bij de uitgevers van de edities van 1846 en 1878.

Anno 1992 waren er 7 manuscripten bekend, waarvan er 4 werden bewaard in de manuscriptenafdeling van de Vernadsky Nationale Bibliotheek van Oekraïne in Kyiv en één in de manuscriptenafdelingen van de Russische Nationale Bibliotheek in Sint-Petersburg, de Korolenko Staatswetenschappelijke Bibliotheek van Charkiv en het Vasyl Tarnovsky Regionaal Historisch Museum van Tsjernihiv.

Publicaties

Het werd voor het eerst gepubliceerd door Osip Bodyansky in 1846 in Leesmateriaal van het Moskovitisch Genootschap van Oudheden, nadat hij het had ontvangen van Panteleimon Koelisj (die het de naam Ooggetuigekroniek gaf). Een meer wetenschappelijk onderbouwde uitgave werd in 1878 gepubliceerd door de Archeografische Commissie van Kyiv, onder redactie van Orest Levytsky, met een inleidend artikel gebaseerd op het manuscript van Kozelsky, onder de titel "Kroniek van een ooggetuige, gebaseerd op nieuw ontdekte lijsten, aangevuld met drie Klein-Russische kronieken: Chmelnytsky, 'Korte Beschrijving van Klein-Rusland' en 'Geschiedeniscollecties'". Het werd in 1971 opnieuw gepubliceerd door Yaroslav Dzyra aan het Instituut voor Geschiedenis van Oekraïne van de Nationale Academie van Wetenschappen van Oekraïne, gebaseerd op de manuscripten van Iskritsky, Kozelsky en Mykhailo Sudiyenko, en in 1972 door Harvard Series in Ukrainian Studies (de voorloper van het Harvard Ukrainian Research Institute).

Zie ook De Ruïne (Oekraïense geschiedenis) Chlebnikovcodex Galicisch–Wolhynische Kroniek Hypatiuscodex Kievse Kroniek Kroniek van Bychowiec Kroniek van Hoeklyvy – kroniek van Transkarpatië in Zuidwest-Oekraïne van 1660 tot 1812 Kroniek van Lviv Kroniek van Mezjyhirja – kroniek van Centraal-Oekraïne van 1608 tot 1700 Kroniek van Tsjernihiv – kroniek van Noord-Oekraïne van 1497 tot 1764 Kroniekschrijvers van Wolynië en Oekraïne Velytsjko-Kroniek

Externe links Самовидця Літопис // // Шевченківська енциклопедія [Shevchenko-Encyclopedie] : in 6 delen / Гол. ред. М. Г. Жулинський. Kyiv: Taras Shevchenko Instituut voor Literatuur van de Nationale Academie van Wetenschappen van Oekraïne, 2015. Deel 5 : Пе—С. p. 637. // Юридична енциклопедія [Juridische Encyclopedie], Deel 3. Самовидець // Українська мала енциклопедія [Kleine Oekraïense Encyclopedie]: in 16 boeken : in 8 delen. / проф. Є. Онацький. Накладом Адміністратури УАПЦ в Аргентині. Buenos Aires, 1964. Deel 7, Boek XIII : Letters Риз — Се. p. 1667.

Categorie:Oekraïense kroniek Categorie:Vroegmoderne Tijd Categorie:Oekraïense literatuur Categorie:Geschiedenis van Oekraïne Categorie:Kozakken