Mirza Najaf Khan (1723 – Delhi, 26 april 1782) was een generaal van het Mogolrijk en was van Safawidische afkomst.

Biografie Vroege jaren Mirza Najaf was de broer van de Mirza Mohsin, een jongere broer van najab Safdar Jung. Op verzoek van deze laatste werd Mirza Najaf vrijgelaten uit de gevangenis waar Nader Sjah Afshar hem in had gegooid. Hij vertrok vervolgens naar India waar hij ging dienen onder zijn zusters stiefzoon Mirza Kuchak. Nadat diens plannen tot niets uitliepen trad Najaf in dienst van Mir Qasim. Onder hem wist Najaf zich als militair te onderscheiden en wist hij ook de aandacht te trekken van de Britten, die hem een aanbod deden om bij hen in dienst te treden., The Forgotten Mughals: A History of the Later Emperors of the House of Babar (1707-1857) (Leiden/Boston 2024) 354.

Najaf vocht onder Mir Qasim in de Oorlog van Bengalen tegen de Britten. Tijdens het Britse beleg van Udhwa wist hij een succesvolle uitval te leiden naar de Britse stellingen, maar een van zijn gidsen werd gevangen genomen en deze zou de Britten het fort vervolgens binnenleiden., The Anarchy: The Relentless Rise of the East India Company (London 2020) 178-179. Hij sprak zich vervolgens uit tegen de alliantie van Mir Qasim met Shuja-ud-Daula., The Anarchy, 187.

In dienst van de padishah Na het sluiten van het Verdrag van Allahabad wisten de Britten padishah Shah Alam II te overtuigen om Najaf in dienst te nemen. Hij kreeg de post van faujdar van Kora, maar door paleisintriges verloor hij weer deze post. Gedurende een periode van anderhalf jaar zat hij zonder werk, maar toen Shah Alam terugkeerde naar Delhi wist Najaf weer onder zijn aandacht te komen en nam hij hem weer in dienst. Najaf stond bekend als een verfijnde diplomaat en als een bekwaam soldaat. Tijdens zijn jaren bij Mir Qasim had hij de tactieken en strategieën van de soldaten van de Britse Oost-Indische Compagnie geobserveerd en had zodoende van hen onder meer moderne infanteriemanoeuvres geleerd. In 1772 benoemde Shah Alam hem tot zijn hoogste militair., The Anarchy, 265-266.

In zijn nieuwe functie streed Najaf Khan eerst tegen Zabita Khan van de Rohilla's. Hij belegerde diens vesting Pathagarh en wist na enkele dagen de overgave van het garnizoen af te dwingen., The Anarchy, 270. Van de padishah kreeg hij vervolgens de landerijen van Hansi en Hisar toegewezen en met het geld dat hij hier kon ophalen betaalde hij zijn soldaten. Najaf Khan begon ook met het rekruteren van nieuwe bataljons en om zijn troepen te trainen nam hij (Franse) huurlingen in dienst, zoals René-Marie Madec en Walter Reinhardt Sombre. In augustus 1773 had hij een leger van 30.000 man verzameld., The Anarchy, 279.

Najaf Khan zette met zijn nieuwe leger de aanval in op het noordelijkste puntje van het rijk van Nawal Singh en wist het fort te veroveren. Op 30 oktober behaalde een overwinning op het slagveld tegen een leger van de jats. Vervolgens wist hij zonder al te veel moeite een aantal andere forten op weg naar Agra te veroveren. Medio december begon Najaf Khan met het beleg van het Fort van Agra. Hij liet Antoine Polier achter om het beleg te leiden om zelf bij een verrassingsaanval het fort van Aligarh te veroveren. Het fort van Agra viel in februari 1774 en twee jaar later slaagde Najaf Khan er ook in om het onneembaar geachte fort van Deeg te veroveren. In een periode van vier jaar tijd was Najaf Khan erin geslaagd om een groot deel van het hartland van de Mogols te heroveren en had hij de onwillige vazallen op hun knieën gebracht., The Anarchy, 282.

Tijdens zijn afwezigheid in Delhi ontstond er aldaar een hofintrige, waarbij Najaf Khan de kop van jut was. Hij was een makkelijk doelwit omdat hij een buitenlander en een sjiiet was. Een minister van Shah Alam, Abdul Ahad Khan was jaloers geworden vanwege de groeiende populariteit en macht en trachtte de padishah ervan te overtuigen dat Najaf Khan hem zou omverwerpen. Hierbij verspreidde hij het gerucht dat Najaf Khan een bondgenootschap zou willen aangaan met Shuja-ud-Daula om een nieuwe sjiietische dynastie te stichten. Najaf Khan moest zich weldra van het leger terugtrekken vanwege zijn verslechterde gezondheid. In 1779 maakte Shah Alam hem nog regent, na de val van Abdul Ahad Khan, maar algauw werd hij weer ziek. Hij overleed na een lang ziekbed op 26 april 1782., The Anarchy, 290.

Nalatenschap miniatuur|De onvoltooide tombe van Najaf Khan Er zijn verschillende dingen naar Najaf Khan vernoemd. De plaats Najafgarh in Delhi, de Najafgarh Nullah, een kanaal van de rivier Sahibi en het Mer van Najafgarh. Vlakbij Vliegveld Safardjung bij Delhi ligt de tombe van Najaf Khan. Hij gaf zelf opdracht tot de bouw van het mausoleum waar hij in begraven ligt. De bouw van de tombe werd nooit voltooid.

Categorie:Persoon in het Mogolrijk Categorie:18e-eeuws militair