John Frederick Gates Clarke (Victoria 22 februari 1905 – 7 september 1990 Hyattsville) was een Canadees-Amerikaans entomoloog die zich had gespecialiseerd in vlinders, met name in de nachtvlinders. Hij was van 1936 tot 1990 conservator van vlinders in het National Museum of Natural History (NMNH).

In 1916 verhuisde zijn familie van Canada naar Bellingham in Washington. Clarke studeerde van 1923 tot 1924 aan de Universiteit van Washington in Seattle en daarna aan de Washington State University in Pullman, waar hij in 1926 zijn doctoraat in de farmacie behaalde. In 1929 keerde hij terug naar het Washington State University, waar hij in 1930 zijn bachelordiploma in de zoölogie behaalde en in 1931 zijn masterdiploma in de entomologie. Hij trouwde in 1929 met Thelma Miesen, een lerares en samen kregen ze twee kinderen: John Frederick Gates Clarke Jr. en Carol C. Clarke.

Na zijn afstuderen werkte Clarke tot 1935 als docent aan de Washington State University. Daarna begon hij aan een doctoraalstudie aan de Cornell University, maar stopte deze studie toen hem in 1936 een functie als entomoloog werd aangeboden bij het United States Department of Agriculture (USDA). Hij was daar verantwoordelijk voor de vlindercollectie van het United States National Museum (USNM). Tijdens zijn carrière bij de USDA werkte hij aan de systematiek van de macrovlinders en later van de microvlinders. Tijdens de Tweede Wereldoorlog diende hij in het Amerikaanse leger in Europa. Na de oorlog werd hij gedetacheerd bij het British Museum of Natural History om de vlinders van de Edward Meyrick-collectie te beschrijven. Tijdens zijn verblijf in Engeland behaalde hij in 1949 zijn doctoraat in de entomologie aan de Universiteit van Londen.

In 1954 stapte Clarke over van het USDA naar het Smithsonian-instituut en werd hij benoemd tot hoofdconservator van de afdeling Insecten, onderdeel van de afdeling Zoölogie van het National Museum of Natural History. Op zijn aandringen werd in 1963 een aparte entomologie-afdeling opgericht en werd hij benoemd tot de eerste voorzitter. Tijdens zijn ambtstermijn als bestuurder zag hij toe op de groei van het personeel, de collecties en het veldwerk.

Clarke begon al in zijn jeugd met het verzamelen van insecten en bleef dat zijn gehele leven doen. Van Brits-Columbia tot het Caribisch gebied en van Latijns-Amerika tot de Stille Oceaan. Expedities waaraan hij deelnam waren onder andere een expeditie naar Dominica in 1958, expedities naar Rapa Iti in 1961 en 1963, een reis door zeventien landen in 1966 en een expeditie naar de Marquesaseilanden in 1968.

Toen Clarke in 1965 met pensioen ging, zette hij zijn onderzoek naar de systematiek van de microvlinders voort als senior-entomoloog bij de afdeling Entomologie. In 1975 werd hij benoemd tot emeritus conservator van vlinders en als onderzoeksmedewerker van de afdeling. Gedurende de jaren zeventig en tachtig concentreerde zijn veldwerk zich op de Pacific Northwest, het Caribisch gebied en de Zuidelijke Grote Oceaan, samen met Thelma Miesen Clarke tot aan haar overlijden in 1988. In 1989 trouwde hij met Nancy du Pre. Hij zette zijn actieve veld- en onderzoekswerk voort tot zijn dood in 1990. Hij publiceerde meer dan 100 wetenschappelijke en populaire artikelen over nachtvlinders. Hij beschreef twee nieuwe families, 71 nieuwe geslachten en 547 nieuwe soorten.Bio John F. G. Clarke op Washington Biologists' Field Club. Geraadpleegd op 15-3-2026.

Categorie:Canadees entomoloog Categorie:Amerikaans entomoloog