Salina Ensel (Amsterdam, 9 april 1926 – Rotterdam, 27 november 2001) was een Nederlander van Joodse afkomst en een van de achttien Nederlandse overlevenden van vernietigingskamp Sobibór.
Vroege leven Salina Ensel werd in Amsterdam geboren als een na oudste dochter van Abraham Ensel en Rebecca de Klijn. Haar vader, Abraham, werkte als venter in brandstoffen. Het gezin bestond destijds verder uit haar oudere zus, Bertha, en oudere broer, Raphaël. Na de verhuizing naar Rotterdam kregen haar ouders nog een zoon en een dochter, Rachel en Benjamin.
Ensel werkte in haar leven als lampenkappennaaister. Ze was lid van de Nederlands-Israëlitisch Kerkgenootschap.
Sobibór Tijdens de Tweede Wereldoorlog woonde Salina samen met haar ouders en broers en zussen in Rotterdam-West. Op 26 oktober 1942 werkte Ensel als dienstbode voor een Israëlische ziekenhuis.
Salina werd op 16-jarige leeftijd, op 10 maart 1943, vanuit doorgangskamp Kamp Westerbork op transport gezet. Ze kreeg geen vrijstelling van inspecteur Pappenheim, die daar werkte voor de Joodse Raad, en werd vervolgens gedeporteerd naar het vernietigingskamp Sobibór.
Haar oudste broer, Raphaël, werd op 28 mei 1942 in de Korenaarstraat, nabij het ouderlijk huis, gearresteerd waarna hij werd vastgehouden door de Sicherheitspolizei. Op 11 juni 1942 werd Raphaël vanuit Kamp Amersfoort op transport gezet naar Auschwitz, waar hij op 30 september 1942 overleed. Tijdens de Holocaust verloor Ensel ook haar beide ouders, broer Benjamin en jongere zus Rachel op 7 mei 1943 in Sobibór.
Ensel overleefde met 17 andere Nederlanders het vernietigingskamp. In de herfst van 1947, op 22 oktober, keerde ze terug naar Rotterdam. Haar oudere zus, Bertha, heeft de Holocaust eveneens overleefd en keerde ook terug naar Nederland.
Herdenking De ouders van Ensel, evenals haar broers Raphaël en Benjamin en haar zus Rachel, worden herdacht in het Holocaust Namenmonument in Amsterdam, elk met een eigen bakstenen gedenkplaat.
Categorie:Nederlands Holocaustoverlevende