Emiel Andelhof (Gent, 10 december 1872 – aldaar, 11 maart 1942) is een volksdichter en folklorist, autodidact, zeer actief in de Koninklijke Bond der Oost-Vlaamse Folkloristen, niet te verwarren met liedjesschrijver Franz Andelhof(f) uit Turnhout.

Hij werd geboren in de Gentse Sint-Lievensstraat, woonde eerst aan de Zwijnaardsesteenweg, daarna in op verschillende adressen in Ledeberg, Sint-Amandsberg en Gentbrugge, vanaf mei 1904 weer in Gent, in de Rooigemstraat; Hospitaalstraat en aan de Nieuwe Wandeling.

Hij begon beroepsmatig als behanger en werd later hoofdrekenkundige in de luciferswerkhuizen in Gent.

Hij werd vooral bekend door de boeiende en nog steeds zeer leesbare verzameling Galerij van Gentsche typen (1942). Maar hij begon met bijdragen in Oost-Vlaamse Zanten, waarin onder meer een uitgebreide studie over Gentse volksspelen en kinderspelen verscheen. Daarin schreef hij in 1937 over de pietjesbak onder de titel ‘Dit is die excellente kronijke van de Brahmisten ofte van den Gentschen teerlingbak’.

Als volksdichter stond hij in de traditie van Karel Lodewijk Ledeganck, Jan van Rijswijck, Napoleon Destanberg, August Hendrickx en Lodewijk de Vriese. Hij schreef veel gelegenheidsgedichten in zijn functie van 'rederijker', schatbewaarder en vaandeldrager van de Koninklijke en Soevereine Rederijkerskamer van de Fonteyne; ze verschenen in twee reeksen Dichtproeven (1912 en 1919). In het fraaie sonnet Men en ik, opgenomen in Dichtproeven, 1919, formuleerde hij zijn kunstopvatting.

Zijn werken werden door jongere auteurs zelden gesmaakt en weggezet als “verdroogde muurbloempjes uit het volkstaalherbarium”.

Galerij van Gentsche typen In zijn Galerij van Gentsche typen schetst hij 32 kleurrijke straattypes uit het 19de-eeuwse Gent: Fliepe de Skamoteur, Zot Sofietje, Siesken de Gistmarchand, Bertje de Mestraper, Moustache Ramon, zelfs de bekende volkszanger Karelke Waeri. Die extravagante marchands, kunstenmakers, artiesten of zonderlingen worden nauwgezet en met veel humor geportretteerd.

In de Galerij... staan ook veel verwijzingen naar (oude) Gentse straten, pleinen en winkels. Een bekende anekdote en ludieke schets is die over Siesken de Gistmarchand; die bracht op de openbare verkoop van de Gentse dierentuin in april 1904 voor de grap op de olifant Jacob een hoger bod uit dan een circusdirecteur en bleef met het beest zitten, zodat het uiteindelijk met een strop van stalen kabels moest gewurgd worden. De eigenaar van hotel Gambrinus in de Vlaanderenstraat verzorgde toen een gastmaal met die exotische brokjes van de geslachte olifant.

Categorie:Literatuur in Gent Categorie:Belgisch folklorist