Pasquale Bondini (1737 (?) - Bruneck, 31 oktober 1789) was een Italiaans impresario en zanger. Hij speelde tot aan zijn dood een vooraanstaande rol als producent van kwalitatief hoogstaande opera- en theatervoorstellingen in Praag, Dresden en Leipzig. Verder is Bondini bekend als opdrachtgever van Mozarts opera Don Giovanni.
Levensloop Bondini begon zijn muziekcarrière als zanger. Hij trad op in opera's te Bologna en Parma (1757), Faenza en Forli (1758) en daarna opnieuw in Bologna (1759).
Vanaf 1760 kwam Bondini's naam voor op libretti van opera's die in Praag werden opgevoerd. Hij werkte in 1762-1763 in deze stad als zanger en dirigent in het operagezelschap van Gaetano Molinari. Hierna was hij in dienst van het gezelschap van Giuseppe Bustelli, die in Praag en Dresden optredens produceerde. In 1764 was Bondini in het Praagse Kotzentheater actief met een eigen operagezelschap, waarmee hij een jaar later in Dresden werkte.
Dresden, Leipzig en Praag Bustelli trok zich in 1776 terug uit zijn overeenkomst met het hof te Dresden en gaf Bondini nu de leiding over zijn operagezelschap. Een jaar later kreeg Bondini ook de directie over het toneelgezelschap van het keurvorstelijke hof te Dresden, inclusief een subsidie van 6.000 thalers. Tevens verkreeg hij de verantwoordelijkheid voor de toneelgroep in Leipzig. Met Johann Christian Brandes als regisseur werden toneelstukken van onder andere Shakespeare, Schiller en Lessing uitgevoerd. Brandes zou overigens ook directietaken van Bondini overnemen, omdat Bondini weinig afwist van toneel en tevens de Duitse taal onvoldoende beheerste.
De Beierse Successieoorlog (1778/1779) maakte het Bondini onmogelijk om zijn taken in Dresden uit te voeren en daarom beperkte hij zich in die periode tot Leipzig. Na afloop van de oorlog werd Bondini weer in zijn functie te Dresden hersteld. In 1781 wist hij ook de leiding van de Praagse opera in handen te krijgen: hij produceerde diverse Italiaanse opera's in het Thunsche Theater en in 1783 nam hij ook nog het nieuwe Nationaltheater van graaf Nostitz over.
Bondini verzorgde nu toneel- en operavoorstellingen in Dresden, Leipzig en Praag, in vier verschillende theaters. In Leipzig werden de voorstellingen voornamelijk in de zomer gegeven, in Dresden tijdens de beursperiode. Het volle programma zorgde ervoor dat Bondini soms ook andere gezelschappen moest inhuren.
In 1785 kwam Johann Joseph Strobach in dienst als muziekdirecteur. De acteur Johann Friedrich Reinecke was inmiddels toneeldirecteur, terwijl Domenico Guardasoni als operaregisseur was aangetrokken. Hoewel het operagezelschap van Bondini relatief klein was, genoot het een grote populariteit en stond het in hoog aanzien.
Bondini richtte zich het liefst op de Italiaanse opera, maar het publiek verlangde ook opvoeringen in de eigen taal. Zo produceerde Bondini dus ook voorstellingen in het Duits en in 1785 voor het eerst in het Tsjechisch.
Mozart miniatuur|Het voormalige Nationaltheater, tegenwoordig Statentheater genoemd. In 1782 liet Bondini in Praag de opera Die Entführung aus dem Serail van Wolfgang Amadeus Mozart opvoeren. Eind 1786 produceerde Bondini Mozarts opera Le nozze di Figaro: deze uitvoering was zeer succesvol en daarom nodigde hij Mozart en diens echtgenote uit om naar Praag te komen. Zo kwam het dat Mozart zelf op 20 januari 1787 in Praag een uitvoering van Le nozze di Figaro dirigeerde.
Don Giovanni Bondini wist Mozart begin 1787 vast te leggen op het componeren van de opera Don Giovanni, tegen een honorarium van 100 dukaten. Bij het componeren hield Mozart rekening met de mogelijkheden van het Praagse Nationaltheater. Hij verzorgde vervolgens ook de repetities en na enkele keren uitstel vond op 29 oktober 1787 de première plaats, met Mozart als dirigent. De 21-jarige Luigi Bassi zong de titelrol terwijl de 24-jarige Teresa Saporiti de rol van Donna Anna vertolkte. De uitvoering was een groot succes en de critici waren lovend.
Overigens was Mozart niet erg te spreken geweest over de repetitieperiode: de zangers waren volgens hem lui en weigerden soms te repeteren, terwijl de theaterdirecteur er niets van durfde te zeggen. De repetitieperiode was ook al aan de korte kant, met maximaal 16 dagen. Overigens was hij wel enthousiast over de kwaliteiten van de musici: het relatief kleine orkest van 30 musici wist Mozarts complexe composities - waarvan de inkt soms nog maar net droog was - met succes te spelen.
Einde van een carrière Na het succes in Praag ging het minder goed met Bondini. Het contract met het Nationaltheater liep af en Bondini droeg zijn Praagse operagezelschap over aan Guardasoni. Bondini's slechte gezondheid dwong hem om Franz Seconda de leiding te geven over de Leipziger en Dresdener theatergezelschappen. In 1789 droeg Bondini al zijn werkzaamheden definitief over aan Seconda en hij verkocht hem ook nog het Thunsche Theater voor 8000 gulden.
Bondini vertrok vervolgens met zijn familie naar Italië. Onderweg kwam hij echter in Bruneck te overlijden.
Persoonlijk Bondini trouwde kort na 1771 met de sopraan Caterina Saporiti, met wie hij vier kinderen zou krijgen. Caterina was in de jaren 80 werkzaam in Bondini's operagezelschap en zong onder andere tijdens de première van Don Giovanni. Hun dochter Marianna (1780-1813) werd later ook zangeres.
Waardering Bondini wordt beschouwd als een van de belangrijkste theaterimpresario's van de 18e eeuw. Hij speelde een belangrijke rol in zowel de Italiaanse opera als het Duitse toneel- en zangspel. Hij wist de juiste kunstenaars aan te trekken en zo de kwaliteit van zijn producties hoog te houden. Zijn theater- en muziekgezelschappen stonden dan ook goed bekend.
Categorie:Impresario Categorie:Italiaans zanger