De pausverkiezing van 1061 vond plaats op 30 september 1061 in de basiliek San Pietro in Vincoli in Rome, twee maanden na het overlijden van paus Nicolaas II, en leidde tot de verkiezing van Anselmo da Baggio als paus Alexander II. Deze verkiezing geldt als een mijlpaal in de kerkgeschiedenis omdat voor het eerst uitsluitend de kardinaal-bisschoppen de paus kozen, zoals vastgelegd in de bul In Nomine Domini van paus Nicolaas II.
Deze pausverkiezing was sensu stricto nog geen conclaaf, omdat de kardinalen niet werden opgesloten.
Achtergrond De hervormingsgezinde paus Nicolaas II had in 1059 de verkiezingsprocedure voor pausen ingrijpend gewijzigd. De bedoeling was de invloed van lekenheersers, vooral die van het Heilige Roomse Rijk, te beperken. De nieuwe regels bepaalden dat enkel de kardinaal-bisschoppen de paus mochten kiezen, waarna de overige geestelijkheid en het volk hun instemming konden betuigen. Deze hervorming vormde een belangrijk onderdeel van de bredere kerkelijke hervormingsbeweging van de 11e eeuw.
Verloop Op 30 september 1061 kwamen de kardinaal-bisschoppen samen in de Romeinse basiliek San Pietro in Vincoli, en verkozen zij Anselmo de Baggio, bisschop van Lucca, tot nieuwe paus. Hij nam de naam Alexander II aan. Anselmo was geen kardinaal, maar stond bekend als een hervormer en was een van de grondleggers van de Pataria, een beweging die zich verzette tegen simonie en klerikaal misbruik in Noord-Italië.
De verkiezing werd gesteund door invloedrijke figuren zoals kardinaal Hildebrand (de latere paus Gregorius VII), Godfried III van Lotharingen, en de Normandische troepen van Robert Guiscard, die de veiligheid garandeerden tijdens de verkiezing. Omdat er hevige tegenstand bestond in Rome, werd Alexander II bij nacht gekroond, op 1 oktober 1061, in dezelfde basiliek waar de verkiezing had plaatsgevonden.
Kardinaal-bisschoppen Bij de verkiezing van 1061 waren er zes kardinaal-bisschoppen betrokken: Bonifazio, kardinaal-bisschop van Albano Pietro, kardinaal-bisschop van Tusculum Giovanni, kardinaal-bisschop van Porto Petrus Damianus, kardinaal-bisschop van Ostia Bernardo van Benevento, kardinaal-bisschop van Palestrina Mainardo van Pomposa, kardinaal-bisschop van Silva Candida
Deze groep vormde de facto het eerste pauselijke kiescollege in de geschiedenis van de Kerk.
Tegenpaus Honorius II De hervormde verkiezingsprocedure werd niet erkend door een groep Romeinse edelen en Lombardische bisschoppen. Onder leiding van Guibert, kanselier van Italië, vroegen zij de regentes keizerin Agnes van Poitou om een eigen kandidaat te benoemen. Zij steunde Pietro Cadalo, bisschop van Parma, die op 28 oktober 1061 in Bazel tot tegenpaus Honorius II werd uitgeroepen. Geen enkele kardinaal was bij deze tegenverkiezing aanwezig. Honorius II trok met een leger naar Rome, versloeg paus Alexander II en bezette op 14 april 1062 de Sint-Pietersbasiliek en de omgeving. De situatie leidde tot een patstelling, waarna bemiddeling werd gezocht door Godfried III. Beide rivaliserende pausen trokken zich tijdelijk terug: Alexander II naar Lucca en Honorius II naar Parma.
Alexander II excommuniceerde Honorius II in 1063, maar deze wist zich nog een jaar te handhaven in de Engelenburcht. Uiteindelijk verklaarde de Synode van Mantua op 31 mei 1064 Alexander II definitief tot rechtmatige paus en veroordeelde Pietro Cadalo. Daarmee kwam een einde aan de schisma-achtige situatie.
1061 Categorie:Christendom in de middeleeuwen Categorie:1060-1069