thumb|Het nooddecreet van Paul von Hindenburg op een aanplakzuil De Pruisenslag (Duits: Preußenschlag) was een staatsgreep die op 20 juli 1932 in Pruisen plaatsvond toen rijkspresident Paul von Hindenburg op verzoek van rijkskanselier Franz von Papen besloot om het wettelijk bestuur van de Vrijstaat Pruisen te vervangen door Von Papen als Rijkscommissaris. De staatsgreep wordt beschouwd als een klap voor het federalisme van Duitsland en een belangrijke stap in de centralisatie van de staat. Tevens was het een aantasting van de democratie van de Weimarrepubliek.

Achtergrond Bij de vorming van de Weimarrepubliek was in de grondwet een bepaling opgenomen (artikel 48) die paragrafen bevatte die betrekking hadden op de noodtoestand en daarmee suggereerde dat dictatoriale macht "legitiem" was.

Op 1 juni 1932 trad in de Weimarrepubliek een nieuw kabinet aan onder de leiding van de relatief onbekende Franz von Papen. Het kabinet kon op weinig steun in het parlement rekenen en zocht daarom de steun van de NSDAP van Adolf Hitler. Om die steun te verkrijgen ontbond de regering op 4 juni de Rijksdag en hief de regering het verbod op de SA op. Hiermee verkreeg de regering de steun van de nazi's, maar deze keuze leidde ook tot een escalatie politiek geweld in Duitsland. Alleen al in Pruisen stierven er 86 mensen in confrontaties tussen de SA en de KPD.

Aanleiding Op 17 juli trokken duizenden SA-mannen door Altona, dat een communistisch bastion vlakbij Hamburg was. De demonstratie leidde tot gewelddadig verzet vanuit de communisten. Er werd een schot gelost, vanuit welke kant is onbekend, waarop het geweld ontspoorde. De politie begon vervolgens in het wilde weg te schieten en hierbij stierven achttien mensen en meer dan honderd mensen raakten gewond. Tot de doden behoorden voornamelijk omstanders.

Staatsgreep Von Papen hield de KPD verantwoordelijk voor de bloedige gebeurtenissen in Altona. Hij besprak vervolgens met Defensieminister Kurt von Schleicher en de minister van Binnenlandse Zaken Wilhelm von Gayl over manieren om de SPD-regering in Pruisen af te zetten. Vervolgens bezochten Papen en Gayl rijkspresident Paul von Hindenburg. Hindenburg streefde zelf ook al langere tijd naar het herstel van de juridische gelijkheid tussen Pruisen en het Rijk, zoals die ook onder het keizerrijk was geweest. Toch aarzelde hij om te handelen en was het Schleicher die de drijvende kracht achter de beslissing van Hindenburg was. Hindenburg greep naar artikel 48 van de grondwet om de noodtoestand uit te roepen in Pruisen. De SPD-regering van Pruisen onder leiding van Otto Braun en Carl Severing kon hiermee makkelijk gepasseerd worden. Zodoende kwam er met deze Pruisenslag een einde aan de dominante positie van de SPD in de machtigste deelstaat van de Weimarrepubliek.

Nasleep Von Papen kreeg vervolgens de aanstelling als "Rijkscommissaris" van Pruisen en begon direct met een grote zuivering van politieke en bestuurlijke apparaat in de deelstaat. Binnen enkele maanden draaide hij de democratisering terug die Severing en Braun in het afgelopen decennium tot stand had gebracht. De staatsgreep plaveide de weg voor verdere centralisatie van de Duitse staat, een situatie waar Adolf Hitler in 1933 met zijn Gleichschaltung van profiteerde.

Geraadpleegde literatuur

Referenties

Categorie:Politiek in de Weimarrepubliek Categorie:Staatsgreep in Duitsland Categorie:Gebeurtenis in 1932