miniatuur|Willem Gelinck in IJmuiden Willem Godefridus Cornelius Gelinck (Den Haag, 23 januari 1873 - Heemstede, 20 juli 1946) was een Nederlands civiel ingenieur en waterbouwkundige. Hij was de zoon van Willem Godefridus Gelinck, infanterie kapitein en Cornelia de Bruijn. Hij trouwde op 20 augustus 1901 in Breda met Clementine Boudewine van Nooten.
Opleiding en eerste werkkring Hij volgde de HBS in Nijmegen waarna hij ging studeren aan de Polytechnische school te Delft, waar hij in 1896 slaagde voor het examen van civiel-ingenieur. Kort daarop werd hij aangesteld tot ingenieur bij Rijkswaterstaat en geplaatst in Breda. In 1901 is hij overgeplaatst naar Den Haag naar de afdeling rivieren. In 1902 schreef hij een verhandeling met het voortel om te komen tot een nationaal hoogtepeil. In die periode in Den Haag heeft hij zich ook bezig gehouden met de ijsopruiming en de Buitengewone riviercorrespondentie. Ook heeft hij in die periode een studie gemaakt naar het tot stand komen (en het gedoe daaromheen) in de 18e eeuw van de Sassluis in Werkendam. Die sluis is rond 1965 weggehaald. miniatuur|Bemaling van de Dongepolders. Electrische Centrale In 1903/1904 heeft hij in het Tijdschrift van het KIvI een verhandeling geschreven over de bemaling van de Dongepolders met elektrische gemalen, voor die tijd tamelijk revolutionair. In die periode werd ook een polder aangelegd bij Kaliningrad en Klaipeda (langs de Memel) die ook elektrisch werd bemalen. Hij heeft dit project in een artikel in “De Ingenieur” vergeleken met de bemaling van de Dongepolders. In 1904 schrijft hij een groot deel van de biografie van Jan Frederik Willem Conrad.
In 1904 wordt hij overgeplaatst naar Almelo. In mei 1906 wordt hij overgeplaatst naar Assen. hij schrijft voor de rechtbank re Almelo in 1908 een rapport over “De vervuiling van het water der beek in Twickel” .
PIARC In 1908 neemt hij namens de Nederlandse regering deel aan het te Parijs te houden „Congrès international de la route". Dit is het eerste PIARC conges. Hij presenteert het artikel “Construction des chaussées dans les tourbières des Pays-Bas” (“Wegenaanleg in de veengebieden van Nederland”). Ook bij het 2e en 3e congres is hij officieel afgevaardigde. In 1910 heeft hij hierover een verslag geschreven in De Ingenieur. Ook was hij op het 5e congres in Milaan. Het 6e congres was in 1930 in Washington. Het 7e congres was in 1934 in München. Gelinck nam aan al deze congressen deel als officiële vertegenwoordiger van Nederland. Het 8e congres was in 1938 in Nederland, dit congres werd door Gelinck georganiseerd.
Noord-Holland In augustus 1912 wordt hij overgeplaatst naar Noord-Holland en belast als arrondissementsingenieur met het Noordzeekanaal. In april 1918 wordt hij hoofdingenieur 1e klasse en in maart 1919 wordt hij hoofdingenieur-directeur in Noord Brabant. In december 1919 wordt hij lid van de commissie die de problemen rond de Beerse Overlaat moet bestuderen. Hierover is door C.W.Lely gerapporteerd in de ingenieur. miniatuur|Bezoek in IJmuiden, v.l.n.r.: een verslaggever, de ingenieurs Tellegen, Hillen, Gelinck, Mulder, minister Van Swaay en Ringers In 1921 wordt hij hoofdingenieur-directeur in Noord-Holland. In mei 1921 wordt hij toegevoegd aan het bouwteam voor de nieuwe sluis bij IJmuiden, in die maand volgt hij ook ir. Van Loon op als lid van de Staatscommissie in zake hooge waterstanden in verband met de afsluiting van de Zuiderzee (Dit is de commissie Lorentz). In november van dat jaar wordt hij ook benoemd als lid van de Staatscommissie, welke de Regeering van advies zal dienen in zaken de luchtvaart betreffende (later genoemd: De Staatscommissie inzake Luchtvaart) en ook van de Staatscommissie in zake den aanleg van een verbeterden scheepvaartweg van Amsterdam naar den Boven-Rijn. Deze commissie kwam in 1924 met haar eindrapport.
In 1926 is ingesteld de Commissie inzake de afsluiting en droogmaking der Zuiderzee, onder voorzitterschap van Lely (toen voorzitter van de Zuiderzeeraad). Gelinck benoemd als lid van die commissie.
In 1931 organiseerde het KIvI een tweedaagse feestvergadering. Voor deze vergadering heeft hij een bijdrage geschreven over de vissershaven van IJmuiden en over het Noordzeekanaal.
In 1938 wordt hij op persoonlijke titel bevorderd tot inspecteur-generaal van de Rijkswaterstaat. Hij gaat dat jaar ook met pensioen.
PIANC Voor de PIANC conferentie van 1926 in Caïro heeft hij een bijdrage over vissershavens geschreven.
Eerbewijzen In 1914 word hij benoemd tot ridder in de orde van de Danebrog (Denmarken). In 1917 krijgt hij na de watersnood van 1916 de zilveren watersnoodmedaille. Hij was voorzitter van de examencommissie voor technisch ambtenaar, ondervoorzitter van de Ver. v. Nijverheidsonderwijs en voorzitter van de comm. van advies voor het Staatsvissershavenbedrijf.
In 1924 is hij benoemd tot ridder in de orde van de Nederlandse Leeuw.
Publicaties van Willem Gelinck
print: OCLC 840509927 met De Gelder
Categorie:Nederlands civiel ingenieur Categorie:Nederlands waterbouwkundige