Tureng Tepe (Perzisch: تورنگ تپه, ook gespeld als Turang Tappeh, "Fazantenheuvel") is een archeologische vindplaats uit het neolithicum en kopertijd in de vlakte van Gorgan, nabij het gelijknamige dorp ongeveer 17 kilometer ten noordoosten van de stad Gorgan in het noordoosten van Iran. De site was een belangrijk fort in de Sassanidische periode, onderdeel van de Grote Muur van Gorgan.
Archeologie
Tureng Tepe bestaat uit een groep heuvels, die een gebied van ongeveer 35 hectare beslaan, afgewisseld met vijvers en waterlopen. Het gehele archeologische patroon heeft een diameter van ongeveer 900 meter. De meeste heuvels steken tussen de 11 en 15 meter boven het niveau van het omringende landschap uit, maar de steile centrale heuvel is meer dan 30 meter hoog en domineert de site. Aan de voet van de grote heuvel ligt het moderne dorp. De belangrijkste heuvels zijn:
Hoofdheuvel (heuvel A) - een 35 meter hoge, afgeplatte kegel met een diameter van 110 meter aan de basis en 40 meter aan de top, sterk geërodeerd door de wind op de westelijke helling, met een groot modern dorp aan de zuidoostelijke voet en ruïnes van een 19e-eeuwse woning op de top Noordelijke heuvel (heuvel B) - bedekt met een moderne begraafplaats Tepe-Zuid Kleine heuvel (heuvel C of Naghar Tepe) - ten westen van de hoofdheuvel; nu onderdeel van een kunstmatige dam
In 1841 werd een deel van de vondsten afkomstig van de site, waaronder gouden vaatwerk bekend als de "Schat van Asterabad", naar Mohammad Sjah Kadjar gestuurd. Het werd onderzocht door Clement de Bode, wat de eerste moderne interesse in de site wekte. De eerste wetenschappelijke opgravingen werden uitgevoerd door Frederick Wulsin in juni en oktober 1931, gesponsord door het Nelson-Atkins Museum of Art. Er werden grijs gepolijst aardewerk, rood aardewerk, rood aardewerk met zwarte beschildering, grof aardewerk en één voorbeeld van crèmekleurig aardewerk met zwarte beschildering gevonden en bestudeerd. De opgravingen vonden plaats op de centrale heuvel (heuvel A), met een 17 meter diepe put aan de top om een grote bakstenen structuur te onderzoeken die uit de westelijke zijde van de heuvel erodeerde. Het gebouw bleek uit twee bewoningslagen te bestaan en stond op een breed platform van leemstenen. Er werden ook tunnels uitgegraven aan de noord- en oostzijde van heuvel A. Op heuvels C en A werden opgravingsvakken gegraven. Op heuvel A werd één graf gevonden en op het oppervlak van heuvel C bevonden zich 75 graven uit de bronstijd, geassocieerd met architectonische overblijfselen. Een aantal vondsten belandde in het Penn Museum in Pennsylvania.
In 1960 werden de opgravingen op de locatie hervat onder leiding van Jean Deshayes van de Universiteit van Parijs. Gedurende twee maanden werden twee proefputten gegraven in het noordelijke deel van heuvel C om de stratigrafie vast te stellen. In 1962 werden drie putten gegraven op Tepe-Zuid. De werkzaamheden aan heuvel A begonnen in 1967 en duurden tot 1977, waarbij in totaal 3150 m² werd opgegraven. De publicatie van de opgravingen begon, werd onderbroken door de Iraanse Revolutie en het overlijden van Deshayes, maar later hervat.
Geschiedenis De oudste overblijfselen op de site dateren uit het neolithicum en de kopertijd. Het bronstijdgedeelte dateert van ongeveer 3100-2900 v.Chr. tot 1900 v.Chr. De lagen tot en met IIIC zijn synchroon met die van Tepe Hissar.
Neolithicum
Tureng IA (neolithicum; men neemt aan dat deze lagen zich onder de grondwaterstand bevinden. Uit deze horizon komen Jeýtun-achtige scherven voor, die in latere perioden in bakstenen zijn verwerkt.) Tureng IB (laat-neolithicum; vermoedelijk wederom onder de grondwaterstand)
Kopertijd
Tureng IIA (ca. 4000-3100 v.Chr.)
Vroege bronstijd miniatuur|Beschilderd bronstijdaardewerk uit Tureng Tepe, 2e millennium v.Chr., Louvre
Tureng IIB (ca. 3100-2600 v.Chr.) Tureng III A/B (ca. 2600–2100 v.Chr.); uit deze periode stamt een enorm, hoog terras van leemstenen, gebouwd in het centrum van de nederzetting en wellicht het vroegste voorbeeld van monumentale architectuur in deze regio. Deze structuur is met behulp van koolstofdatering gedateerd op 3880+/‑110 gekalibreerd BP, oftewel 2550 - 2185 v.Chr. Tureng III C (ongeveer 2100 -? v.Chr.)
IJzertijd
Tureng IV A (ijzertijd, mogelijk 7e eeuw v.Chr.) Tureng IV B (ijzertijd, mogelijk 6e eeuw v.Chr.) Tureng VA (2e eeuw v.Chr.)
Historische tijd
Tureng VB (1e eeuw v.Chr.) Tureng VC/D (1e-2e eeuw na Christus) Tureng VI A; Sassanidenrijk (3e-5e eeuw na Christus) Tureng VI B; einde van het Sasanidische rijk (mogelijk 6e-7e eeuw) Tureng VII A/B; Islamitische bewoning op de top van heuvel A (10e-11e eeuw n.Chr.) Tureng VIII; met enkele islamitische overblijfselen in het zuidwestelijke deel van de site (mogelijk 13e eeuw na Christus).
Figurines De figurines van Tureng Tepe worden als opmerkelijk beschouwd. Ze omvatten zowel terracotta als stenen beeldjes.
Wat de stenen beeldjes betreft, zijn er veel overeenkomsten tussen Tureng Tepe en de nabijgelegen vindplaatsen Shah Tepe, Tepe Hissar en Gohar Tepe. De terracottabeeldjes van Tureng Tepe zijn echter zonder gelijkenissen op andere nabijgelegen sites. Deze gebakken kleibeeldjes vertonen overeenkomsten met vindplaatsen verder weg, in Turkmenistan en de Indusvallei. Er zijn zelfs parallellen gesuggereerd tot in Mesopotamië.
Zie ook Yarim Tepe (Iran)
Categorie:Prehistorie van Iran Categorie:Neolithische vindplaats in Zuidwest-Azië Categorie:Archeologische vindplaats in Iran Categorie:Kopertijdvindplaats in Zuidwest-Azië Categorie:Bronstijdvindplaats in Zuidwest-Azië Categorie:Nationale werken van Iran