De Oekraïense parlementsverkiezingen van 1990 vonden in maart van dat jaar plaats in de Oekraïense SSR. Het waren de eerste vrije parlementsverkiezingen waaraan meerdere partijen mochten deelnemen. De verkiezingen vonden plaats in twee rondes: op 4 maart 1990 (eerste ronde) en op 10–18 maart 1990 (tweede ronde). Tegelijkertijd vonden ook verkiezingen voor oblastraden en gemeenteraden plaats.
Achtergrond Sinds 1989 was er een vreedzame revolutie in Oekraïne en andere sovjetrepublieken gaande, die de ontwikkelingen gepaard gaande met Gorbatsjov's hervormingen onder glasnost, perestrojka en democratisering in een stroomversnelling brachten. Toen de aartsconservatieve communistische "premier" Volodymyr Sjtsjerbytsky op 28 september 1989 tot aftreden werd gedwongen, kwam er ook binnen de Communistische Partij van Oekraïne (KPU) ruimte voor hervorming en democratisering. Er werden parlements- en gemeenteraadsverkiezingen uitgeschreven voor maart 1990, waarbij voor het eerst ook andere partijen mee mochten doen. Hoewel de Communistische Partij nog steeds het medialandschap domineerde, waren dit de eerste relatief vrije verkiezingen in de Oekraïense SSR.
Campagne thumb|Het oprichtingscongres van Roech (Volksbeweging van Oekraïne) in Kyiv op 8 september 1989 was een mijlpaal in het democratiseringsproces. De meeste nieuwe partijen en organisaties hadden zich verenigd in het Democratisch Blok, waaronder Roech (Volksbeweging van Oekraïne), de Oekraïense Helsinki-Unie (die zich op 29–30 april 1990 zou hernoemen tot Oekraïense Republikeinse Partij) en de Groene Wereld-associatie (later de Groenenpartij van Oekraïne). Veel van deze organisaties waren officieel nog geen "partijen" als zodanig, omdat het juridisch nog steeds bijna onmogelijk was om een partij anders dan de KPU te registreren bij de kiesraad. Zo was het de Groene Wereld-associatie onmogelijk gemaakt om zich te laten registreren als partij. Mede daarom deden er ook veel individuele partijloze kandidaten mee, die zich voorafgaand aan de verkiezingen bij het Democratisch Blok aansloten.
Roech was een van de weinige oppositie-organisaties die als politieke partij erkend werd voorafgaand aan de verkiezingen en werd dan ook het boegbeeld van het Democratisch Blok en de oppositie in het algemeen. Als partij was Roech zelf ook geen eensgezind geheel, maar eerder een coalitie van zeer diverse groepen en individuen die het onderling niet over alles eens waren. Wel bestond er een brede consensus over de noodzaak voor verregaande hervormingen, een einde aan het machtsmonopolie van de Communistische Partij en een verzelfstandiging of zelfs onafhankelijkheid van Oekraïne. Het voortbestaan van een andere, lossere Sovjet-Unie werd echter niet bij voorbaat uitgesloten. Lange tijd waren velen binnen Roech voorstander van Gorbatsjovs voorstel voor een Nieuw Unieverdrag. Roech hielp ook andere organisaties binnen het Democratisch Blok in de campagne, die vooral effectief was in de grote steden.
De Communistische Partij had nog steeds een monopolie op de traditionele media. Daarom had zij met name op het platteland bijna geen concurrentie van de niet-communistische oppositie. De Communistische Partij trad weliswaar nog steeds met een gezamenlijke lijst naar buiten, maar intern was zij ernstig verdeeld over de te volgen koers. De hervormingsgezinden domineerden, maar er waren radicalen die de partijkoers nog niet ver genoeg vonden gaan en anderzijds ook conservatieven die het te ver vonden gaan. Vlak na de verkiezingen zou de partij uiteenvallen in meerdere fracties in het parlement.
Terwijl de tweede stemronde nog bezig was, verklaarde Litouwen zich op 11 maart onafhankelijk van de Sovjet-Unie.
Uitslagen Parlement thumb|300px|Winnaar per district. In de parlementsverkiezingen behaalden de oppositiepartijen en -groepen en de partijlozen verenigd in het Democratisch Blok samen 111 zetels (24,7%). De Communistische Partij van Oekraïne (KPU), die tot dan toe een monopolie had op alle zetels, behaalde nog steeds een absolute meerderheid van 331 zetels (73,6%), maar verloor de rest van de zetels aan oppositiepartijen en onafhankelijke kandidaten. 8 zetels bleven vacant wegens een gebrek aan voldoende stemmen voor kandidaten; verkiezingen in deze districten werden in april overgedaan. De uitslag laat zich enerzijds verklaren door het feit dat hervormingsgezinden al geruime tijd in de Partij domineerden en probeerden de snel elkaar opvolgende ontwikkelingen in goede banen te leiden. Vanwege de instabiliteit en onzekerheid meenden de meeste kiezers daarom dat de Partij nog steeds de beste keuze was om het land door deze ingewikkelde periode te leiden. Toch accepteerden de communisten dat zij niet meer de gehele bevolking vertegenwoordigden en dat andere partijen en onafhankelijken hun stem ook via het parlement mochten laten horen en meedoen aan de hervormingsprocessen die het land doormaakte of nog wilde doormaken. Linksom en rechtsom gaf de uitslag alle verkozenen en de Verchovna Rada als geheel meer democratische legitimiteit. Uitslag van de parlementsverkiezingen # Symbool Partij % Zetels 1. 50px|Vlag van de KPU Communistische Partij van Oekraïne73,6% 2. 50px|Onofficiële vlag van de democratische oppositie|rand Democratisch Blok: 20px|Logo Roech Roech (Volksbeweging van Oekraïne) (15) 20px|Logo Helsinki-Unie|rand Oekraïense Helsinki-Unie (10)(later de Oekraïense Republikeinse Partij) 20px|rand Groene Wereld-associatie(later de Groenenpartij van Oekraïne) (andere groepen en organisaties) 20px|Partijloos / onafhankelijk partijlozen / onafhankelijken24,7% — Vacant 1,8% Totaal 100,00% 450 Bron:
Andere gelijktijdige verkiezingen De pro-westerse democratische partij Roech boekte de meeste winst, met name in de grote steden in West-Oekraïne, waar zij de meerderheid van de gemeenteraadszetels wonnen in Lviv, Ivano-Frankivsk, Ternopil en ook in de hoofdstad Kyiv. In de oblast Kyiv won Roech bovendien 15 van de 22 parlementszetels. Ook op het platteland scoorde Roech hoog.
Ondertussen behaalden in Estland en Letland de Volksfront-partijen die naar afscheiding streefden ook grote overwinningen, maar omdat de Russische minderheid in die landen veel groter was (30% in Estland, 35% in Letland) dan in Litouwen (minder dan 10%), was het onwaarschijnlijk dat zij ook een tweederdemeerderheid in hun parlementen zouden behalen om de onafhankelijkheid te kunnen uitroepen, zoals Litouwen reeds had gedaan. Kort na de verkiezingen vond er eind april 1990 in Kyiv een ontmoeting plaats tussen een delegatie van de nieuwe Litouwse regering met de Oekraïense democratische oppositiepartij Roech om elkaar wederzijdse steun te verlenen.
Fractievorming 180px|thumb|Ivasjko, op 4 juni verkozen tot parlementsvoorzitter, vertrok op 9 juli plots naar Moskou voor een andere baan. De nieuwe Rada hield haar eerste zitting op 15 mei 1990, waarbij de nieuwe parlementsleden werden beëdigd. Er begonnen meteen onenigheden tussen de verschillende politieke groepen die nu in het parlement vertegenwoordigd waren over vrijwel ieder onderwerp dat op de agenda stond. Verschillende parlementsleden verkozen namens de Communistische Partij verlieten in daaropvolgende weken de communistische fractie uit onvrede (vaak zegden zij ook hun partijlidmaatschap op) en werden partijloos of sloten zich aan bij andere groepen zoals Roech. De Helsinki-Unie had zich met 12 zetels inmiddels omgevormd tot Oekraïense Republikeinse Partij (URP) onder leiding van Levko Loekjanenko.
Er waren maar liefst 10 kandidaten om parlementsvoorzitter te worden. Het Democratisch Blok schoof uiteindelijk Ihor Joechnovsky van Roech naar voren als compromiskandidaat, maar de Communistische Partij bezat nog altijd een ruime meerderheid en zo werd Volodymyr Ivasjko op 4 juni de nieuwe voorzitter van de Verchovna Rada. Door de weigering van de Communistische Partij om met anderen samen te werken en compromissen te sluiten, besloten de democratische parlementsleden op 6 juni in oppositie te gaan en als de Narodna Rada ("Volksraad") een fractie van 125 zetels te vormen met Joechnovsky als leider.
Op 9 juli besloot de recent verkozen parlementsvoorzitter Ivasjko plots heimelijk te verhuizen naar Moskou om daar ondervoorzitter van de Communistische Partij van de Sovjet-Unie te worden; bij verstek diende hij zijn ontslag in. Deze veronachtzaming van het hoogste parlementaire ambt van Oekraïne veroorzaakte een groot schandaal, waar ook leden van de Communistische Partij van Oekraïne woedend over waren. De Partij verloor snel aan populariteit; tegen juli 1990 verklaarden 92 van de als communisten gekozen afgevaardigden zich "onafhankelijk". Een dissidente groep van 41 parlementariërs genaamd "Democratisch Platform in de Communistische Partij van Oekraïne" (DemPlatform KPU) bleef formeel Partijlid, maar stelde zich op als zelfstandige fractie en werkte samen met de Narodna Rada. De resterende leden van de KPU hergroepeerden zich onder leiding van Oleksandr Moroz als de fractie "Voor een Soeverein Sovjet-Oekraïne" met nog maar een krappe meerderheid van 239 zetels, die daardoor als bijnaam de "Groep van 239" kreeg.
Zodoende waren half juli 1990 de volgende parlementaire fracties gevormd: "Voor een Soeverein Sovjet-Oekraïne" / "Groep van 239" (Communistische Partij van Oekraïne, KPU) – 239 Narodna Rada (de "Volksraad", gedomineerd door Roech (Volksbeweging van Oekraïne)) – 125 Democratisch Platform in de Communistische Partij van Oekraïne (DemPlatform KPU; later de Partij van Democratische Heropleving van Oekraïne) – 41 Democratische Partij van Oekraïne (DPU) – 19 Oekraïense Republikeinse Partij (URP; voorheen Oekraïense Helsinki-Unie) – 12 Onafhankelijke parlementsleden – 14
In deze samenstelling nam het parlement op 16 juli 1990 met een overweldigende meerderheid van 355 tegen 4 de Verklaring van Staatssoevereiniteit van Oekraïne aan. Waarnemend parlementsvoorzitter Ivan Pljoesjtsj, die sinds 9 juli Ivasjko had vervangen, werd op 24 juli opgevolgd door Leonid Kravtsjoek, dankzij de stemmen van de Groep van 239. Kravtsjoek bleek echter hervormingsgezind en een voorstander van onafhankelijkheid, die een voorzichtige en pragmatische koers volgde, compromissen sloot met de conservatieve communisten waar nodig, maar stap voor stap Oekraïne naar de onafhankelijkheid zou helpen leiden. Uiteindelijk zou hij in december 1991 de eerste president van het onafhankelijke Oekraïne worden.
Zie ook Taalwet Oekraïne 1989 (28 oktober 1989) Verklaring van Staatssoevereiniteit van Oekraïne (16 juli 1990) Revolutie op Graniet (oktober 1990) Onafhankelijkheidsverklaring van Oekraïne (24 augustus 1991) Onafhankelijkheidsreferendum Oekraïne (1 december 1991) Akkoord van Białowieża (8 december 1991) Georgische parlementsverkiezingen 1990 Russische parlementsverkiezingen 1990 Tsjecho-Slowaakse parlementsverkiezingen 1990 Wit-Russische parlementsverkiezingen 1990
Categorie:Verkiezingen in Oekraïne Categorie:Verkiezingen in 1990 Categorie:Politiek in de Sovjet-Unie Categorie:Uiteenvallen van de Sovjet-Unie