Andries Theun van Veen (Groningen, 13 mei 1869 – Bloemendaal, 21 februari 1952) was de zoon van Tjibbbe Zweitze van Veen, opzichter bij de Staatsspoorwegen en Andriesje Andries Nieuwland. Hij was een waterbouwkundige. Na zijn militaire dienst op Texel komt hij in dienst van Rijkswaterstaat als opzichter, in onder andere Gennep, Alphen aan den Rijn, Velsen, Den Helder, Sneek en Velsen. Hij begint in 1895 als buitengewoon opzichter bij het maken van werken ter verbetering van de rivier de Nieuwe Maas onder Krimpen aan den IJssel.

Hij trouwt op 7 augustus 1903 Den Haag met de 19-jarige telefoniste Henriette Alberdina Parent, Zij krijgen in 1907 een zoon, Andries Tjibbe van Veen, die later in Delft civiele techniek gaat studeren, en in navolging van zijn grootvader bij de spoorwegen gaat werken.

In 1897 wordt hij benoemd tot opzichter 4e klasse en krijgt dan dus zijn vaste aanstelling. In 1903 wordt hij bevorderd tot opzichter 3e klasse en in 1910 opzichter 2e klasse. In 1914 wordt hij opzichter 1e klasse. Inmiddels is sinds 1913 zijn standplaats Arnhem. In 1916 werkt hij vanuit Schagen waar hij ook particuliere opdrachten aanneemt voor ontwerp en bestekwerk. In deze periode doet hij ook onderzoek naar der effecten van de afsluiting van de Zuiderzee. Hier heeft hij een boekje over geschreven en een aantal artikelen in O.T.A.R.

Op 1 mei 1917 is hij overgeplaatst naar Hoek van Holland, en per 1 juli van dat jaar naar Geertruidenberg. In 1918 weer naar Hoek van Holland daarna naar Sneek, waar hij tijdelijk ook belast wordt met dienstkring Harlingen. In april 1933 ging hij op 64-jarige leeftijd met pensioen omdat zijn functie werd opgeheven.

Publicaties van Andries Theun van Veen

Categorie:Nederlands waterbouwkundige