Tessa Jacoba Roseboom (Soest, 3 augustus 1973) is een Nederlands hoogleraar vroege ontwikkeling en gezondheid aan de Faculteit der Geneeskunde van de Universiteit van Amsterdam. Haar onderzoek richt zich op de invloed van de vroege levensfase, vanaf de conceptie, op de latere gezondheid en ontwikkeling van mensen.

Opleiding en loopbaan Na het afronden van haar middelbare school in 1991 studeerde Roseboom medische biologie aan de Vrije Universiteit Amsterdam. Zij specialiseerde zich in de reproductieve endocrinologie en werkte als stagiair bij het IVF-centrum van het VU-ziekenhuis en bij het Centre for Reproductive Biology in Edinburgh. Het observeren van een bevruchting onder de microscoop wekte haar fascinatie voor het ontstaan van leven en vormde de basis voor haar verdere carrière.

Na haar afstuderen in 1995 werkte zij als onderzoeksassistent bij het IVF-centrum van het VU-ziekenhuis. In 1996 volgde zij de postdoctorale opleiding epidemiologie aan het onderzoekinstituut voor extramuraal geneeskundig onderzoek (EMGO) van de Vrije Universiteit Amsterdam. In hetzelfde jaar startte zij als promovendus bij de afdeling klinische epidemiologie en biostatistiek van het Academisch Medisch Centrum (AMC) in Amsterdam.

Tijdens haar promotietraject behaalde zij tevens een master of science in epidemiologie aan het Netherlands Institute for Health Sciences (NIHES) van de Erasmus Universiteit Rotterdam en volgde zij een public health-training voor promovendi aan de Netherlands School for Public Health (NSPH). Roseboom promoveerde op woensdag 27 september 2000 aan de Universiteit van Amsterdam, waar zij in de Aula van de Faculteit der Geneeskunde haar proefschrift in het openbaar verdedigde onder begeleiding van haar promotoren prof. dr. O.P. Bleker en prof. dr. P.M.M. Bossuyt.

Sinds 1996 is Roseboom verbonden aan het Academisch Medisch Centrum (sinds de fusie met VUmc in 2018: Amsterdam UMC), waar zij verschillende academische functies bekleedde, waaronder universitair docent, universitair hoofddocent en sinds 2013 hoogleraar Vroege ontwikkeling en gezondheid.

Onderzoek Het promotieonderzoek van Roseboom richtte zich op de langetermijneffecten van prenatale blootstelling aan ondervoeding tijdens de Nederlandse Hongerwinter van 1944-1945. Uit dit onderzoek bleek dat ondervoeding tijdens de zwangerschap samenhangt met een verhoogd risico op onder meer hart- en vaatziekten, metabole aandoeningen en andere gezondheidsproblemen op volwassen leeftijd. Haar werk wordt internationaal beschouwd als belangrijk bewijs voor de invloed van prenatale omstandigheden op latere gezondheid.

In vervolgonderzoek naar de Hongerwinter liet zij zien dat prenatale ondervoeding niet alleen samenhangt met lichamelijke aandoeningen, maar ook met veranderingen in de hersenen, zoals een kleinere hersenomvang en verschillen in structuur. Deze effecten worden in verband gebracht met cognitieve uitkomsten en een verhoogde kwetsbaarheid voor onder meer verslaving en depressieve klachten.

Het onderzoek naar de Hongerwinter vormde de basis voor haar verdere werk binnen het onderzoeksveld van de zogeheten developmental origins of health and disease (DOHaD), waarin zij onderzoekt hoe factoren in de vroege levensfase doorwerken in gezondheid en functioneren gedurende de levensloop. Roseboom publiceerde in internationale wetenschappelijke tijdschriften zoals PNAS, British Medical Journal, en Journal of the American Medical Association.

Roseboom toonde onder andere aan dat vroege ontwikkelingsomstandigheden samenhangen met latere maatschappelijke uitkomsten, zoals deelname aan de arbeidsmarkt. Personen die prenataal werden blootgesteld aan ongunstige omstandigheden bleken gemiddeld minder vaak actief op de arbeidsmarkt.

Roseboom richt zich op de maatschappelijke implicaties van haar onderzoek, waaronder preventie, gezondheidsbeleid en het verbeteren van de startpositie van kinderen. Zij wijst erop dat sociale omstandigheden, zoals armoede en leefomgeving, invloed hebben op de kwaliteit van de eerste duizend dagen en daarmee bijdragen aan ongelijke kansen tussen kinderen.

Roseboom werkt samen met het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) aan onderzoek naar risicofactoren voor een minder kansrijke start. In een studie naar kinderen geboren in 2006 werd gekeken naar de cumulatie van factoren zoals opleidingsniveau, arbeidsparticipatie, inkomen en vermogen, gezinsstructuur en mentale gezondheid. Uit dit onderzoek bleek dat met name kinderen uit bijstandsgezinnen een verhoogd risico hebben op een ongunstige startpositie. Roseboom pleit voor het beter benutten en koppelen van gegevens over zwangerschap, geboorte en jeugdgezondheid, bijvoorbeeld afkomstig van jeugdgezondheidszorg en Centra voor Jeugd en Gezin.

De eerste 1000 dagen In 2018 verscheen Rosebooms boek De eerste 1000 dagen (herzien in 2023). Hierin zet ze het belang van de periode vanaf de bevruchting tot de tweede verjaardag uiteen. Aan het boek droegen diverse deskundigen bij, die vanuit hun vakgebied (waaronder ouderengeneeskunde, jeugdpsychiatrie, voedingswetenschap, voortplantingsbiologie) het belang van die eerste levensperiode belichten. Het eerste exemplaar overhandigde ze op 18 april 2018 aan Hugo de Jonge, de toenmalige minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS).

Roseboom benadrukte in interviews dat de eerste duizend dagen niet alleen bepalend zijn voor de latere gezondheid, maar ook voor cognitieve ontwikkeling, onderwijsprestaties en kansen op de arbeidsmarkt. In deze periode worden onder meer de belangrijkste organen aangelegd en ontwikkelt zich een groot deel van het brein.

Het boek beschrijft verschillende factoren die de ontwikkeling in deze periode beïnvloeden, waaronder voldoende voeding, veiligheid, hechting en sociaal-economische status. Tekorten op deze gebieden kunnen op latere leeftijd doorwerken in zowel fysieke als mentale uitkomsten. Roseboom stelt dat ervaringen in de vroege levensfase van invloed zijn op de manier waarop het stresssysteem zich ontwikkelt. Een onveilige of onvoorspelbare omgeving kan leiden tot problemen met emotieregulatie, verhoogde gevoeligheid voor verslaving en beperkingen in cognitief functioneren.

Volgens de uitgever is het boek bedoeld voor professionals in onder meer de zorg, de jeugdgezondheidszorg, het onderwijs en het sociaal domein, evenals voor een breder publiek.

Rosebooms boek droeg bij aan politieke aandacht voor het onderwerp: het belang van de eerste duizend dagen werd opgenomen in het coalitieakkoord en vormde mede de basis voor het landelijke programma Kansrijke Start, waarvoor tientallen miljoenen euro's beschikbaar werden gesteld en waaraan honderden Nederlandse gemeenten deelnemen. In september van 2018 werd het programma door minister De Jonge gelanceerd.

Erkenning Roseboom werd in 2009 genomineerd voor de Academische Jaarprijs. Zij ontving in 2025 een Impact Award. Haar onderzoek kreeg brede internationale aandacht in media zoals Time Magazine.

Ze verscheen onder andere in de documentaire Killer Stress van National Geographic. Daarnaast was ze te zien in aflevering The Nine Months That Made You van het BBC-programma Horizon. Op 31 januari 2019 was Roseboom te zien bij Jinek.

Publicaties (selectie)

Proefschrift

Boeken

Artikelen en hoofdstuk

Externe links

Officiële website Profielpagina Universiteit van Amsterdam

Categorie:Hoogleraar aan de Universiteit van Amsterdam Categorie:Volksgezondheid Categorie:Hongerwinter