Giulio Cesare Monteverdi (Cremona, 1573 - Salò (?), 1630/1631) was een Italiaanse componist, kapelmeester en organist. Hij werd vooral bekend als de auteur van de Dichiaratione waarin hij zijn broer Claudio Monteverdi verdedigde.

Levensloop Giulio Cesare werd eind 1573 geboren als zoon van Baldassarre Monteverdi en Maddalena Zignanic. Hij was de jongere broer van componist Claudio Monteverdi. Op 31 december werd hij gedoopt in de kerk van Santi Nazario e Celso.

Het is onbekend waar de jonge Giulio Cesare zijn muzikale vorming kreeg. In ieder geval heeft hij zich bekwaamd in het orgelspel, gezien zijn aanstelling als organist in de kathedraal van Mantua in april 1600. Lang duurde deze aanstelling niet, want in september keerde hij weer terug naar Cremona.

In dienst van de Gonzaga's Mogelijk was hij al in augustus 1602 in dienst van de familie Gonzaga te Mantua, maar een vaste aanstelling kreeg hij pas in 1604. Het is niet duidelijk welke werkzaamheden hij precies uitvoerde. Het is aannemelijk dat hij daar werkte als organist en componist.

In 1605 verscheen zijn eerste compositie: een canzonetta, opgenomen in het album Nuovi fioretti musicali van Amante Franzoni. Twee jaar later leverde hij er nog twee aan voor de Scherzi musicali van zijn broer Claudio. Tevens redigeerde hij de Scherzi musicali waarbij hij een verklaring - de Dichiaratione - schreef om zijn broer te verdedigen tegen de muzikale kritiek die kanunnik Giovanni Maria Artusi had gegeven. Verder leverde hij in 1608 een bijdrage aan Battista Guarini's Idropica, een komedie ter gelegenheid van het huwelijk van Francesco Gonzaga met Margaretha van Savoye.

In 1609 werd Francesco benoemd tot gouverneur van Monferrato. Monteverdi werd daar aangesteld als zijn kapelmeester. In 1611 werd in Casale Monferrato Monteverdi's opera Il rapimento di Proserpina opgevoerd ter ere van de verjaardag van Margaretha. De zanger Francesco Rasi zong in deze opera een van de hoofdrollen.

Toen Francesco in 1612 zijn vader opvolgde als hertog van Mantua, kwam er een einde aan de aanstelling van de gebroeders Monteverdi bij de Mantuese Gonzaga's. Er was een gerucht dat Claudio wilde vertrekken en dat Giulio Cesare hem dan als kapelmeester zou opvolgen, waarna Francesco eind juli besloot de twee te laten vertrekken.

Het is niet duidelijk wat Giulio Cesare deed na zijn vertrek. Mogelijk werkte hij voor de Gonzaga's te Vescovato.

Organist in Castelleone In december 1615 kreeg hij een aanstelling als organist van de kerk te Castelleone. Hij ontving daar een vrij hoog salaris en tevens een woning. Zijn functie bestond niet alleen uit het bespelen van het orgel, maar ook uit het geven van zangonderwijs en het uitvoeren van technisch onderhoud aan het orgel. Hij zou hier uiteindelijk blijven werken tot 1622.

Kapelmeester in Salò Begin april 1622 deed Monteverdi mee aan een wedstrijd voor de functie van kapelmeester en organist van de Dom van Salò. Het lukte hem om kapelmeester te worden, maar de functie van organist ging naar Giovanni Battista Tonnolini. De aanstelling was in principe voor een periode van drie jaar.

Omdat hij er met zijn nieuwe salaris niet op vooruit was gegaan en ook al geen gratis woning tot zijn beschikking kreeg, werd het een financieel lastige periode voor Monteverdi. In Castelleone viel hij in 1624 en 1625 in als kerkorganist, maar een poging om hier voor vast terug te mogen keren mislukte. Monteverdi bleef dus noodgedwongen in Salò, waar zijn contract zowel in 1625 als 1628 werd verlengd.

In 1630 brak een pestepidemie uit. Vermoedelijk is Monteverdi in 1630 of 1631 in Salò aan deze ziekte overleden. De enige vermelding van zijn overlijden dateert pas uit 1635 toen zijn broer Claudio de erfenis opeiste.

Werken Van Monteverdi zijn de volgende werken bekend:

Occhi nidi d'amore (Venetië, 1605), canzonetta voor drie stemmen en basso continuo, uitgegeven in de Nuovi fioretti musicali van Amante Franzoni Deh, chi tace il bel pensero en Dispiegate, guance amate, (Venetië, 1607) twee canzonetta's voor drie stemmen, twee violen en basso continuo, uitgegeven in de Scherzi musicali van Claudio Monteverdi Intermezzo voor de opera Idropica van Battista Guarini (Mantua, 1608), verloren gegaan Il rapimento di Proserpina (1611), opera, verloren gegaan Delli affetti musici libro primo (Venetië, 1620), motetten voor één tot zes stemmen en basso continuo, voornamelijk geschreven in de periode 1604-1615

Categorie:Italiaans componist Categorie:Italiaans organist