miniatuur|Voorbeeld van een zonnestudie bij architectuur Zonnestudie is een analyse van de positie, beweging en invloed van de zon op een specifieke locatie, gebouw of object gedurende een bepaalde periode. Het begrip wordt vooral gebruikt binnen de architectuur, stedenbouw en landschapsarchitectuur om inzicht te krijgen in lichtinval, schaduwwerking en energiepotentieel.
Een zonnestudie helpt bij het optimaliseren van ontwerpen met betrekking tot daglichttoetreding, thermisch comfort en de plaatsing van bijvoorbeeld zonnepanelen.
Doel en toepassing Een zonnestudie wordt uitgevoerd om verschillende aspecten van zonlicht te onderzoeken:
De hoeveelheid direct en indirect zonlicht op een gebouw of terrein; De lengte en richting van schaduwen gedurende de dag en seizoenen; De invloed van omliggende bebouwing of objecten op lichttoetreding; De geschiktheid van oppervlakken voor zonne-energie.
Binnen de architectuur wordt een zonnestudie vaak gebruikt om wooncomfort te verbeteren, bijvoorbeeld door woonruimtes optimaal op de zon te oriënteren. In de stedenbouw helpt het bij het voorkomen van overmatige schaduwvorming in openbare ruimten.
Methodes Er bestaan verschillende methodes om een zonnestudie uit te voeren:
Handmatige analyse Traditioneel werd gebruikgemaakt van zonnebaan-diagrammen en schaalmodellen. Hierbij werd de stand van de zon op verschillende momenten geprojecteerd om schaduwen te simuleren.
Digitale simulatie Tegenwoordig worden zonnestudies meestal uitgevoerd met behulp van computersoftware. Programma’s kunnen nauwkeurig de zonpositie berekenen op basis van:
geografische locatie; datum en tijd; oriëntatie van het object.
Veelgebruikte softwarepakketten zijn onder andere CAD- en BIM-programma’s, waarin realistische licht- en schaduwsimulaties mogelijk zijn.
Zonpositie en factoren De uitkomst van een zonnestudie wordt beïnvloed door meerdere factoren:
Breedtegraad – bepaalt de maximale hoogte van de zon. Seizoen – door de schuine stand van de aardas verandert de zonshoogte gedurende het jaar. Tijdstip van de dag – beïnvloedt de richting en lengte van schaduwen. Omgevingsobstakels – zoals gebouwen, bomen en reliëf.
Toepassingen in de praktijk Zonnestudies worden in diverse vakgebieden toegepast:
Nieuwbouw Bij het aanschaffen van een nieuwbouw woning, is de eigenaar gedwongen van papier te beoordelen of er voldoende zon in de tuin, op het terras of balkon valt. Ook kan voldoende daglichttoetreding en het voorkomen van oververhitting een afweging zijn. Een zonnestudie kan deze factoren vooraf voorspellen en helpen bij de aankoopbeslissing.
Architectuur Bij het ontwerpen van gebouwen wordt gekeken naar optimale daglichttoetreding en hitteverdeling. Grote raampartijen worden bijvoorbeeld vaak op het zuiden gericht voor passieve zonnewinsten en energiezuinigheid.
Stedenbouw Gemeenten gebruiken zonnestudies bij het beoordelen van bouwplannen om te voorkomen dat nieuwe gebouwen bestaande woningen of openbare ruimtes te veel beschaduwen (waarvoor bezonningsregels bestaan).
Duurzame energie Voor de plaatsing van zonnepanelen is een zonnestudie essentieel om de opbrengst te maximaliseren en schaduwverliezen door bijvoorbeeld dakkapellen of schoorstenen te minimaliseren.
Landschapsarchitectuur Bij het ontwerpen van parken en tuinen wordt rekening gehouden met zon- en schaduwplekken voor beplanting en recreatie.
Normering Er is in Nederland geen algemene wet- en regelgeving voor bezonning. De meeste gemeenten hanteren de TNO-norm. Andere gemeenten hebben eigen beleid.
TNO kent een ‘lichte’ en een ‘strenge’ norm:
De ‘lichte’ TNO-norm: ten minste 2 mogelijke bezonningsuren per dag in de periode van 19 februari – 21 oktober (gedurende 8 maanden ) in het midden van de vensterbank van het raam.
De ‘strenge’ TNO-norm: ten minste 3 mogelijke bezonningsuren per dag in de periode 21 januari – 22 november (gedurende 10 maanden) in het midden van de vensterbank van het raam.
Categorie:Licht Categorie:Stedenbouwkunde Categorie:Architectuur