Het referendum over de onafhankelijkheid van Georgië vond plaats op 31 maart 1991. Ruim 99 procent van de kiezers stemde voor het herstel van de onafhankelijkheid op basis van de akte van onafhankelijkheid van 26 mei 1918, waarmee destijds de Democratische Republiek Georgië werd opgericht. Tien dagen na het referendum verklaarde Georgië zich op 9 april 1991 onafhankelijk van de Sovjet-Unie.

Achtergrond miniatuur|Leider van Ronde Tafel — Vrij Georgië en staatshoofd van de Georgische sovjetrepubliek Zviad Gamsachoerdia stuurde aan op de onafhankelijkheid van Georgië van de Sovjet-Unie. Het referendum werd in gang gezet door de Georgische Hoge Raad, het parlement van Georgië, dat op 28 oktober 1990 was gekozen tijdens de eerste meerpartijenverkiezingen in Sovjet-Georgië. Het pro-onafhankelijkheidsblok Ronde Tafel — Vrij Georgië, dat onder leiding stond van de Sovjet-dissident en nationalist Zviad Gamsachoerdia, domineerde de Hoge Raad. Gamsachoerdia was na die verkiezing door de Hoge Raad benoemd tot voorzitter ervan en daarmee tot leider van de Georgische sovjetrepubliek. Hij leidde in die hoedanigheid de weg naar Georgische soevereiniteit en onafhankelijkheid. Ook in andere sovjetrepublieken vonden vergelijkbare ontwikkelingen plaats.

Tijdens dit proces van het uiteenvallen van de Sovjet-Unie probeerde de centrale regering in Moskou de unie bij elkaar te houden en schreef daartoe een referendum uit over het behoud en hervorming van de Sovjet-Unie, te houden op 17 maart 1991. Naar aanleiding hiervan nam de Hoge Raad van Georgië op 28 februari 1991 een decreet aan dat dit referendum over de hervorming van de Sovjet-Unie in het gehele grondgebied van de republiek Georgië op voorhand ongeldig verklaarde, verbood en het daarmee ook boycotte. Georgië was een van de zes sovjetrepublieken die dit referendum boycotte.

Met hetzelfde decreet werd in Georgië een referendum uitgeschreven op 31 maart 1991 over het herstel van de Georgische soevereiniteit op basis van de onafhankelijkheidsakte van 26 mei 1918. Georgië was daarmee de vierde sovjetrepubliek na de drie Baltische staten, die een referendum over de onafhankelijkheid organiseerde. Het referendum vond tegelijkertijd plaats met de lokale verkiezingen, die door de focus op het referendum weinig aandacht kregen.

Conflictgebieden De lokale autoriteiten van de Abchazische Autonome Socialistische Sovjetrepubliek en de voormalige Zuid-Ossetische Autonome Oblast hielden met steun van Moskou wel het referendum op 17 maart 1991 over het behoud en de hervorming van de Sovjet-Unie. Ruim de helft van de Abchazische kiezers stemde, waarvan bijna iedereen de referendumvraag steunde. Datzelfde gold in Zuid-Ossetië.

Vanwege het aanhoudende militaire conflict in Zuid-Ossetië kwamen er voor het Georgische onafhankelijkheidsreferendum van 31 maart 1991 geen referendumcommissies in de districten Dzjava en Kornisi, in de stad Tschinvali en een deel van het district Tschinvali. In Abchazië weigerde het district Goedaoeta deel te nemen aan het referendum. In eerste instantie gold dat ook voor de stad Tkvartsjeli, maar deze herriep later dit besluit. Vanwege de krappe deadlines kon de centrale kiescommissie het referendum daar niet organiseren. De kiezers uit Tkvartsjeli konden wel stemmen in een vooraf aangewezen stembureau in Otsjamtsjire, waar zij apart werden geregistreerd en een aparte stembus werd gebruikt. In de overige gebieden van deze conflictgebieden werd het referendum wel georganiseerd.

Referendumvraag In het referendum moesten de burgers met een "ja" of "nee" de vraag beantwoorden:

Resultaten miniatuur|Tien dagen na het referendum werd op 9 april 1991 de verklaring van onafhankelijkheid door het parlement getekend. De centrale verkiezingsautoriteiten maakten de definitieve resultaten op 4 april 1991 bekend. Een overgrote meerderheid van ruim 99 procent van de kiezers stemde voor de onafhankelijkheid, bij een opkomst van bijna 91 procent. In de autonome republiek Abchazië was de opkomst ruim 61 procent, waarvan 98 procent voor de onafhankelijkheid van Georgië. De betrekkelijk lage opkomst was gerelateerd aan de boycottende etnische Abchazen, de algemene boycot in het district Goedaoeta en de stad Tkvartsjeli waar het referendum niet georganiseerd kon worden.

In de autonome republiek Adzjarië was de opkomst juist hoog met bijna 97 procent. In de voormalige autonome oblast Zuid-Ossetië werd het referendum alleen gehouden in zeven gemeenschappen van het district Tschinvali, waar 10.182 kiezers hun stem uitbrachten, die allen op twee ongeldige stemmen na de onafhankelijkheid van Georgië steunden. In dit gebied lagen voornamelijk etnisch Georgisch bewoonde dorpen.

Op 9 april 1991, precies twee jaar na de tragedie in Tbilisi, waar 21 mensen gedood werden door het Sovjetleger bij het neerslaan van een grote anti-Sovjetdemonstratie, verklaarde Zviad Gamsachoerdia de onafhankelijkheid van Georgië. Daarmee was Georgië na de drie Baltische staten en Armenië de vijfde sovjetrepubliek die zich de jure had afgescheiden en onafhankelijk verklaard van de Sovjet-Unie.

Stemming KeuzeStemmen%Voor 3.295.493 99,1Tegen16.9170,5Ongeldig13.6900,4Totaal stemmen3.326.100100Opkomst kiezers3.334.28690,8Kiesgerechtigden3.672.403Bron: Iremadze, Sakartvelos Respublika;

Bronnen

Georgië Categorie:Geschiedenis van Georgië Categorie:Uiteenvallen van de Sovjet-Unie Categorie:Verkiezingen in 1991