Het verzet van Honorius' neven is een episode in de Romeinse burgeroorlog van 407-415, waarin verzet werd gepleegd tegen usurpator Constantijn III. Deze tegenstand werd geleid door Didymus en Verinianus, naaste verwanten van keizer Honorius, die over grote landerijen beschikten in de Romeinse diocees Hispania, het huidige Spanje.
Achtergrond Aan het begin van de 5e eeuw werd het West-Romeinse Rijk geconfronteerd met een combinatie van interne burgeroorlogen en externe invasies. Vanuit Britannia en Gallië had de usurpator Constantijn III de macht gegrepen en probeerde zijn invloed uit te breiden naar Hispania. De Spaanse provincies erkenden hem in 408 als hun keizer. Orosius, een tijdgenoot, verklaarde dat de usurpator afgezanten naar Spanje stuurde die aanvankelijk werden geaccepteerd als bestuurders, maar dat deze later werden tegengewerktOrosius, Historiae adversus paganos, 7.40.
De vader van Honorius, keizer Theodosius (379-395) was afkomstig uit de provincie Gallaecia (noordwestelijk Hispania). In de omgeving van Cauca (het huidige Coca, in de buurt van Segovia beschikte zijn familie over grote landerijen. Van Didymus en Verinianus is bekend dat zij naaste verwanten waren van Honorius, en dat zij een leidende rol speelden in het verzet tegen Constantijn III. Hun optreden is voornamelijk bekend uit het werk van Orosius. Deze noemt naast voornoemde neven ook Lagodius en Theodosiolus als familieleden.
Opstand tegen Constantijn Volgens Drinkwater, vormde de aanval van Sarus op Constantijn bij Valentia en de wetenschap dat Stilicho, opperbevelhebber van het Romeinse leger, een tweede campagne voorbereidde, de directe aanleiding voor Didymus en Verianus om in opstand te komen . Met betrekking tot hun motivatie om in verzet te komen ligt het wat gecompliceerderZowel Zosimus als Orosius beschrijven het verzet tegen Constantijn III in Spanje door personen die verbonden zijn met de Theodosiaanse familie, maar geven geen details over hun motieven.. Een duidelijk bewijs dat Didymus en Verinianus in direct contact stonden met het keizerlijke hof ontbreekt. Toch was hun actie logisch als men dit in een bredere verband plaatst. Stilicho's was door zijn huwelijk met Serena, een nicht van Theodosius, nauw verbonden met de keizerlijke familie en domineerde het keizerlijk hof.
Hoewel Hispania zich formeel aan de zijde van Constantijn had geschaard, ontbrak het daar aan diens daadwerkelijke militaire aanwezigheid. Het Romeinse leger in de regio was grotendeels teruggebracht, herverdeeld of simpelweg verdwenen in de chaos van burgeroorlog. Wat militair nog resteerde bestond voornamelijk uit stadsgarnizoenen en troepen belast met ordehandhaving.Volgens Kulikowski stelde het Romeinse leger ronde de overgang van de vierde naar de vijfde eeuw niet veel, er was mogelijk een garnizoen met een numerieke sterke van op zijn hoogst 6.000 man, (Kulikowski 1998, pag. 45-46). Hierdoor was sprake van een machtsvacuüm waarin lokale elites zelf de touwtjes in handen namen. Orosius vermeldt dat Didymus en Verinianus, het initiatief namen tot de opstand en het bestuur van Constantius aan de kant te schoven. Zij verzamelden loyale strijdkrachten en bewapende vrijgelaten slaven en lokale boeren uit hun domeinen. De door Zosimus genoemde Lusitanische troepen moeten worden opgevat als een provinciaal samengestelde strijdmacht, gerekruteerd binnen Lusitania, waarbij Emirita Augusta als operationeel centrum fungeerde. Hun doel was het oprukkende leger van Constantijn III tegen te houden en waar mogelijk terug te slaan. Voor bevoorrading konden zij terugvallen op de steden in de Ebro-vallei. Kulikowski dateert de aanvang van de opstand eind 407.
Confrontatie in de Pyreneeën Constantijn benoemde zijn zoon Constans tot medekeizer en stuurde hem met de ervaren generaal Gerontius aan het hoofd van een leger naar HispaniaZosimus 6.4.1-2 De vermelding van een zekere Terentius in Zosimus vormt een probleem, omdat deze persoon verder onbekend is. Aangezien de parallele traditie (Olypiodorus, Orosius) deze rol consequent aan Gerontius toewijst, maakt identificatie met Terentius plausibel. In veel moderne reconstructies wordt Gerontius echter behandeld als de generaal in Spanje en Terentius genegeerd.. Zijn expeditie kan het best worden gedateerd kort na het conflict met Sarus bij Valentia. In de regio van de Pyreneeën, de belangrijkste toegangsroute vanuit Gallië naar Hispania, raakte dit leger in gevecht met de strijdkrachten van Didymus en Verinianus. Door effectief gebruik te maken van het bergachtige terrein wisten zij de opmars van Constans te vertragen en boekten aanvankelijk succes .
Einde van de opstand Constantijn stuurde in de loop van 408 extra troepen naar Hispania om de weerstand van de neven te breken. De strijd verplaatste zich vermoedelijk naar het midden van Hispania, al wordt dit niet door bronnen expliciet bevestigd. Volgens Kulikowski vond er een veldslag plaats in Lusitania. In open veld verloor de geïmproviseerde legermacht van Didymus en Verinanus zijn voordeel. Het gebrek aan cavalerie, organisatie en een centrale militaire structuur leidde uiteindelijk tot de ineenstorting van hun strijdmacht, in een beslissend gevecht zij verslagen.Sozomen 9.12.1 De nederlaag resulteerde in de gevangenneming van Didymus en Verinianus, terwijl ze probeerden zich terug te trekken naar hun kerngebieden.
Nasleep en historische interpretatie De twee aristocraten werden naar Gallië overgebracht, waar zij op bevel van het regime van Constantijn III werden geëxecuteerd. Hun dood markeerde het einde van de georganiseerde loyalistische weerstand in Hispania. Van Honorius familie is verder bekend dat Lagodius wist te ontsnappen naar het oosten en dat Theodosolus gevangen werd genomen.
Historici beschouwen deze episode als illustratief voor de bredere ontwikkelingen in het West-Romeinse Rijk in het begin van de 5e eeuw, waaronder de verzwakking van centrale militaire structuren, de toenemende rol van lokale elites in defensie en bestuur en de fragmentatie van imperiale controle in grensprovincies. Het laat zien dat het Romeins gezag onder Honorius zeer zwak was, dat zelfs familieleden van de keizer lokaal hun eigen legers moesten uitrusten.
Bronnen De belangrijkste bron voor deze gebeurtenissen is Orosius (Historiae adversus paganos). Aanvullende context wordt geleverd door latere historici zoals Zosimus en moderne reconstructies in de laat-Romeinse geschiedschrijving.
Categorie:Oorlog in de 5e eeuw Categorie:Romeinse Rijk