Ethel Collins Dunham (Hartford (Connecticut), 12 maart 1883 - Cambridge (Massachusetts), 13 december 1969) was een Amerikaanse kinderarts. Dunham specialiseerde zich in de zorg voor premature baby's en zuigelingen. Zij werd in 1935 hoofd van de afdeling kinderontwikkeling bij het United States Children's Bureau. Zij geldt als pionier binnen de neonatologie en kindergeneeskunde.
Biografie
Jeugd en opleiding Ethel Collins Dunham werd in 1883 geboren in Hartford (Connecticut). Ze was de oudste dochter van welgestelde ouders. Haar vader, Samuel G. Dunham, was directeur van een nutsbedrijf.
Dunham behaalde haar middelbareschooldiploma in 1901 en ging daarna twee jaar naar een kostschool. Na een aantal jaar reizen en andere vrijetijdsbesteding besloot ze geneeskunde te gaan studeren. Ze volgde natuurkundige vakken aan haar middelbare school in Hartford en studeerde aan Bryn Mawr College in Pennsylvania. Hier ontmoette ze in 1910 haar latere levenspartner Martha May Eliot. In 1914 startten ze samen hun medische opleiding aan de Johns Hopkins School of Medicine.
Academische carrière Dunham voltooide een stage in de kindergeneeskunde in het Johns Hopkins Hospital en was vervolgens de eerste vrouwelijke arts in opleiding in het New Haven Hospital. Ze werd een van de eerste vrouwelijke docenten aan de Yale School of Medicine. Ze werd hier in 1920 docent, in 1924 universitair docent en in 1927 klinisch universitair hoofddocent. Gedurende deze tijd raakte ze sterk geïnteresseerd in het verbeteren van de gezondheid van premature en pasgeboren baby's. Ze introduceerde talrijke innovaties aan Yale. Zo zorgde ze voor de aanschaf van een auto, zodat stagiairs huisbezoeken konden afleggen bij nieuwe moeders en hun baby's. Ook reorganiseerde ze het afsprakensysteem van de polikliniek en regelde ze dat kinderartsen pasgeboren baby's op de kraamafdeling van het ziekenhuis mochten onderzoeken. In 1933 presenteerde ze haar onderzoek naar perinatale sterfte aan de American Pediatric Society, die haar vervolgens benoemde tot hoofd van haar commissie voor neonatale studies.
Beleidscarrière In 1935 werd Dunham benoemd tot hoofd van de afdeling kinderontwikkeling bij het United States Children's Bureau, onderdeel van het United States Department of Health and Human Services (HHS) in Washington D.C. Martha May Eliot was een jaar eerder benoemd tot adjunct-hoofd. Dunhams eerste initiatief was het onderzoeken van de behandeling van premature baby's en het vaststellen van nationale normen voor de zorg voor pasgeborenen. De resultaten van haar eerste onderzoek verschenen in 1936 en in 1943 werden haar richtlijnen gepubliceerd als "Standards and Recommendations for the Hospital Care of Newborn Infants, Full Term and Premature". Ze lanceerde tevens nieuwe programma's rond thuiszorg voor nieuwe moeders. Ze regelde dat een verpleegkundige en een maatschappelijk werker de voortgang van baby's bleven volgen na hun ontslag uit het New York Hospital. De resultaten van haar onderzoek waren de basis voor het beleid en de praktijken in veel gezondheidsdistricten. Van 1949 tot 1951 deed Dunham onderzoek naar vroeggeboorte met een internationaal team van experts van de Wereldgezondheidsorganisatie in Genève. In 1952 ging zij met pensioen.
Persoonlijk leven Ethel Collins Dunham had een levenslange relatie met Martha May Eliot (1891-1978), die evenals zijzelf een pionierende vrouwelijke kinderarts was. Zij woonden en werkten samen gedurende meer dan vijftig jaar. Hun relatie was een zeldzaam voorbeeld van een openlijk lesbische relatie binnen de academische geneeskunde van die tijd.
Op 13 december 1969 overleed Dunham op 86-jarige leeftijd in Cambridge (Massachusetts). Ze werd begraven in haar geboorteplaats Hartford.
Onderscheiding In 1957 kende de American Pediatric Society haar de John Howland Award toe. Dunham was de eerste vrouwelijke kinderarts die de prijs ontving. Haar levenspartner, Martha May Eliot, was de tweede in 1967.
Categorie:Amerikaans medicus Categorie:20e-eeuws medicus Categorie:Kinderarts Categorie:Historische lhbti'er