De Minar of Terbal was een getrapte, torenachtige constructie in het centrum van de Sasanidische cirkelvormige stad Gur, nabij het huidige Firuzabad in Iran. Er zijn verschillende theorieën over het doel ervan. Alleen de kern van de constructie is vandaag de dag nog overgebleven.
Beschrijving en geschiedenis De structuur staat in het Nieuw-Perzisch bekend als Minar (, letterlijk "pijler") of Minaret (), terwijl de middeleeuwse Arabischtalige bronnen de structuur aanduidden als Terbal ( Ṭirbāl).
Door oude historici werden soortgelijke getrapte torens met een buitenhelling beschreven, waaronder een toren die door Ammianus Marcellinus werd genoemd bij Nahar Malka (nabij de Sasanidische hoofdstad Ctesiphon, hij vergeleek deze met de vuurtoren van Alexandrië), verschillende torens bij Pirisabora (al-Anbar) die door Zosimus worden genoemd, en de Borsippa-toren nabij Babylon. Deze zouden op hun beurt gebaseerd kunnen zijn op de ziggurats van het oude West-Azië.
De nieuwe stad Gur van Ardashir I had een cirkelvormig grondplan, waarbij de officiële gebouwen zich in het midden van een binnenste cirkel met een straal van 950 meter bevonden. De torenachtige structuur van Terbal bevond zich precies in het midden van deze cirkel. Samen met Takht-e Neshin zijn dit de enige bouwwerken in de stad die zijn opgetrokken uit graniet en mortel. Volgens de Encyclopædia Iranica werden deze twee structuren in middeleeuwse islamitische bronnen mogelijk door elkaar gehaald, en het is onduidelijk naar welke structuur de namen Aywān kiyākhurra (, Istakhri), Gunbad-i Kīrmān (of Gīrmān; ) en Īrān Garda/Girda (, Ibn al-Balkhi) die in deze bronnen wordt genoemd, verwijzen.
De Terbal was een 9 m brede vierkante structuur van meer dan 30 meter hoog en spiraalvormig van ontwerp. Het vormde de kern van een traptoren en werd door Ibn Hawqal vergeleken met een soortgelijk bouwwerk in Balch (een verwijzing naar een boeddhistische stoepa of mogelijk een ziggurat). Met de breedte van de vernietigde trap en de buitenmuren erbij, wordt de oorspronkelike breedte geschat op ongeveer 20 meter. De resterende structuur was hol, volgens de Kadjaarse schrijver Forsat-od-Dowleh Shirazi. Ernst Herzfeld (1907) beschreef het als een toren met een vierkante plattegrond en een spiraalvormige buitenhelling. Volgens Marcel Dieulafoy, die de structuur had onderzocht, was deze "boven het platform samengesteld uit vier verdiepingen... Elke verdieping is vierkant en loopt terug van de voorgaande met een afstand gelijk aan een tiende van de basis" (L'Art Antique de la Perse).
Functie miniatuur|Een artistieke impressie uit 1889 van de Minar als vuurtempel, met de gereconstrueerde buitentrap en het heilige vuur (atash) bovenaan. Onder westerse oriëntalisten en reizigers werd de structuur voor het eerst opgemerkt door Eugène Flandin en Pascal Coste, die de unieke eigenschappen ervan in de Iraanse architectuur benadrukten. Vóór de studies van Ernst Herzfeld over de structuur werd de Terbal ten onrechte beschouwd als een afstammeling van de ziggurat, terwijl sommigen dachten dat het een vuurtempel was, waarbij het Heilige Vuur (âtash) bovenaan werd geplaatst om besmetting met stof te voorkomen.
Er wordt verondersteld dat de structuur deel uitmaakte van een overheidsgebouw en symbool stond voor het goddelijke en centralistische koningschap dat door Ardashir I werd ingevoerd. Het zou ook praktische militaire en civiele functies kunnen hebben gehad, aangezien de toren visueel contact bood met enkele vestingwerken in het gebied, en/of mogelijk werd gebruikt als observatietoren om activiteiten te overzien tijdens de uitvoering van het plan voor de nieuwe stad Gor en de vlakte. Dit grootse plan was namelijk gecentreerd rond de Terbal en zette het concentrische en stralende patroon van de stad voort, met sporen van kanalen, paden, muren en veldgrenzen die tot op wel 10 kilometer afstand van deze centrale toren zijn gevonden.
Volgens een recenter onderzoek zou de structuur, zoals ook beschreven in middeleeuwse bronnen, mogelijk hebben gefunctioneerd als een watertoren, waarbij water uit nabijgelegen, hoger gelegen bronnen via buizen en de holle kern van de Terbal naar de koepel stroomde, en van daaruit via een andere buis naar andere delen van de stad werd geleid. Er wordt beweerd dat dit niet het enige doel van de structuur was, maar dat het ook deel uitmaakte van een tempel van Anahita, de godin van het water (aban).
Invloed Men denkt dat de Terbal de architectonische voorloper was van de unieke minaret (bekend als de malwiya) van de grote moskee van Samarra in Irak, die in de Abbasidische periode werd gebouwd. De minaret zelf inspireerde die van de Moskee van Ibn Tulun in Caïro, Egypte, en recentelijk het ontwerp van Philip Johnson voor de Kapel van Dankzegging uit 1976 op Thanks-Giving Square in Dallas, Texas.
Werelderfgoed De Minar maakt deel uit van de UNESCO-Wereldergoedlocatie Archeologisch landschap van de Sassaniden in de regio Fars.
Categorie:Toren in Iran Categorie:Nationale werken van Iran Categorie:Werelderfgoed in Iran Categorie:Sassanidische architectuur Categorie:Fars