miniatuur|Kliniek Sint-Jan in Brussel, gezien vanuit de Kruidtuin. 19e-eeuwse gravure Jean-Baptiste Uytterhoeven (Kessel-Lo, 22 juni 1765 – Brussel, 19 december 1843) was een chirurg en ziekenhuisbestuurder in de Zuidelijke Nederlanden, nadien België. Aan de Université Libre de Bruxelles was Uytterhoeven aan het einde van zijn leven hoogleraar chirurgie.
Levensloop Oostenrijkse Nederlanden Wees geworden aan de leeftijd van 15 jaar zat Uytterhoeven financieel aan de grond. Kloosterlingen uit Leuven gaven hem voorbereidende lessen voor de universiteit, doch de studies geneeskunde aan de Universiteit Leuven startte hij niet. In 1788 behaalde hij het beroepsattest van meester-chirurg en vestigde zich als chirurg in Brussel.
Tijdens de Brabantse Omwenteling (1790) sloot hij zich aan bij de vechtende Brabanders. Hij werkte als chirurg in verschillende veldhospitalen. Met gevaar voor zijn leven verborg hij Oostenrijkse krijgsgevangenen in de ziekenboeg; vervolgens zette hij ze in als verpleger in zijn militaire praktijk. Hij kreeg tyfus. Verlaten door zijn strijdmakkers en doodziek door de tyfus, werd hij verzorgd door de Oostenrijkse ex-gevangenen. Na het herstel van het Oostenrijks gezag eind 1790 werd Uytterhoeven achtereenvolgens hoofdchirurg in het militair hospitaal van Namen, Bouvignes en Mechelen. De Oostenrijkers gaven hem de titel van ‘stadschirurg’ (1791).
Franse Nederlanden Onder Frans bestuur was Uytterhoeven werkzaam in burgerziekenhuizen in Brussel, en dit vanaf 1798. In 1799 was dit met de functie van adjunct-directeur voor alle Brusselse ziekenhuizen. In 1799 werd hij bovendien lid van de sanitaire commissie van de stad Brussel en in 1802 sanitair inspecteur in de gevangenis van Vilvoorde. Verder werd hij in 1803 commissaris-surveillant van de godshuizen in Brussel. Andere functies die hij bekleedde bij de Franse overheid waren lid van de Vaccinatieraad van het Dijledepartement (vanaf 1804), chirurg in het ouderengesticht van Brussel (vanaf 1805) en vanaf 1807 was hij hoofdchirurg van de Sint-Pieterskliniek.
Verenigd Koninkrijk der Nederlanden Koning Willem I der Nederlanden gaf Uytterhoeven de functie van hofchirurg nadien deze een wonde op zijn been had genezen.
In 1817 werd Uytterhoeven benoemd tot hoofdchirurg van de Kliniek Sint-Jan in Brussel. Uytterhoeven had de naam aan uitstekende diagnostiek te doen. Jaarlijks trok hij naar Parijs om zich bij te scholen in de nieuwste heelkundige technieken. Zo ging hij herhaaldelijk in de leer bij de chirurg Dupuytren. Andere chirurgen bij wie hij op stage ging, waren François Broussais (1772-1838), Philibert-Joseph Roux (1780-1854) en Alexis Boyer (1757-1833). De functie van hoofdchirurg hield in dat hij naast de chirurgische praktijk ook ziekenhuisbestuurder was.
De Rijksuniversiteit Gent reikte aan Uytterhoeven het diploma uit van doctor in de genees-, heel- en verloskunde op basis van praktijkervaring (1820). Dit liet hem toe te zetelen in de Medische Commissie van de provincie Zuid-Brabant (vanaf 1827). Deze commissie verleende de erkenningen voor praktijkvoering aan de jonge artsen. Bij de overheid bekleedde hij nog andere functies. Zo werd hij in 1818 lid van het centraal comité voor vaccinaties. De stad Brussel benoemd hem tot hun vaccinatieofficier in 1826.
België Aan de pas opgerichte Université Libre de Bruxelles (1834) verwierf Uytterhoeven de leerstoel chirurgie. In de Kliniek Sint-Jan volgde zijn oudste zoon André hem op als hoofdchirurg (1836). Hiermee eindigde een tijdperk van zowat veertig jaren, waarin Uytterhoeven de Brusselse ziekenhuizen had hervormd. Zijn hervormingen waren niet alleen chirurgisch van aard bvb door complexere ingrepen te introduceren, doch ook bestuurlijk. Zo konden bijvoorbeeld hulpbehoevenden er terecht voor medische verzorging. In 1834 werd Uytterhoeven erelid van de Académie royale de médecine de Belgique, een academie die al bestond van in de Oostenrijkse Tijd.
Werken Uytterhoeven heeft slechts een publicatie: de vertaling van het Frans naar het Nederlands van het handboek Anatomie van Gavard uit 1798.
Hij verfijnde bestaande chirurgische technieken; dit publiceerde hij niet. Het ging om een trepanatie van de schedelbasis zonder gevaar voor het aansnijden van de arteria meningea media. de heling van een anale fistel; dit was een verbeterde methode van deze door Alexis Boyer. een aanpassing van de verlostang voor situaties wanneer het babyhoofdje komt vast te zitten.
Familie Zijn jong gestorven ouders waren Pierre Uytterhoeven en Catherine Wets. In 1798 huwde hij met Isabelle-Victoire Cornelis (1771-1840) die uit Tienen afkomstig was. Het echtpaar kreeg drie zonen: André Uytterhoeven (1799-1866), hoogleraar chirurgie Victor-Jean Uytterhoeven (1801-1873), medicus Jean-Baptiste junior Uytterhoeven (1804-1868), inspecteur op het ministerie van Openbare Werken.
Categorie:Chirurg Categorie:Persoon in de Brabantse Omwenteling Categorie:Zuid-Nederlands militair (voor 1830) Categorie:Zuid-Nederlands ambtenaar (voor 1830) Categorie:18e-eeuws militair Categorie:Persoon in de Nederlanden in de 18e eeuw Categorie:Belgisch bestuurder Categorie:Belgisch medicus Categorie:Hoogleraar aan de Université libre de Bruxelles Categorie:19e-eeuws medicus