miniatuur Bartholomeus a la Truye (Frans: Berthelemy a la Truye, gestorven op 15 november 1446) was een commissaris ten tijde van de Bourgondische overheersing in de Lage Landen onder hertog Filips de Goede. Hij was een belangrijke spil van het toen geldende financiële stelsel. Hij staat vooral bekend om het gezegde ‘wie goed doet, goed ontmoet’ (Frans: ‘bien faire vaint’) dat aan hem wordt toegedicht. Hij was rekenmeester in zowel de Rijselse als de Brusselse Rekenkamer. Daarnaast zou zijn dood de directe aanleiding zijn geweest voor de officiële stichting van de Rekenkamer te Den Haag.

Biografie miniatuur|Portret van Bartholomeus a la Truye met als pendant dat van zijn echtgenote Marie de Pacy De familie A la Truye was afkomstig uit het Doornikse maar had zich gevestigd in Rijsel. Zijn vader Ogier a la Truye had in 1377 het poorterschap van Rijsel gekocht, maar zijn zoon Bartholomeus was zelf geen poorter van de stad. Hij huwde met Marie de Pacy, dochter van rekenmeester Jehan de Pacy. Het echtpaar kreeg verschillende kinderen. Ook had hij twee dochters verwekt buiten het huwelijk.

Hij begon zijn carrière omstreeks 1410. In 1411 werd hij rekenmeester in de Rekenkamer van Rijsel en hij bleef dit tot zijn dood. In de Bourgondische Nederlanden kende men tijdens het bewind van Filips de Goede drie rekenkamers, zijnde de Rijselse, Brabantse en de Haagse. Terzijde wordt opgemerkt dat in Dijon eveneens een Rekenkamer was. De rekenkamers zijn mede opgericht ter controle van de financiën in het grote rijk van de Bourgondische hertogen.Stein, De hertog en zijn Staten, p. 205-232

Vanaf 1430 was A la Truye actief als commissaris voor het afhoren van de Henegouwse rekeningen te Bergen.Ibidem, p. 223. Tegelijkertijd was hij de meester van de Brusselse Rekenkamer (1430-1446). In 1432 werd hij samen met Joos van Steelant (lid van de Raad van Vlaanderen) benoemd om de Hollandse rekeningen af te horen. Zulks is trouwens geenszins verbazingwekkend, aangezien de integratie van Holland-Zeeland en Henegouwen nog in volle gang was. Filips stond daarvoor tijdens de successieoorlog voor eerdergenoemde gebieden lijnrecht tegenover zijn nicht, Jacoba van Beieren. Jacoba gaf zich echter pas op 3 juli 1428 gewonnen bij de Zoen van Delft.Ibidem, p. 46. Pas op 12 april 1433 zou de overdracht definitief plaatsvinden.Ibidem, p. 47

Dat A la Truye een speler was waarmee rekening moest worden gehouden, blijkt ook uit het feit dat hij als intermediair optrad tussen gewestelijke ambtenaren en de hertog. Zo vroegen de Hollandse steden in 1434 aan hem of hij den last van sulken zaken als an onsen genadigen heere te doen waren, annemen wilde te doen in allen schijn alsof men yement ander uten steden dairom zenden soude moeten.Damen, De staat van dienst, p. 417. Daarnaast werd hij in 1436 oeverste meyster genoemd bij de Rekenkamer te Rijsel.Ibidem, p. 132. Voorts was hij tot zijn dood, bijgestaan door Andries van Cruce en Jacob Cruesink, een cruciale factor voor de controle van de Hollandse en Zeeuwse rekeningen.

Zoals eerder benoemd was de voornaamste aanleiding voor de stichting van de Rekenkamer te Den Haag zijn dood. Ofschoon dit ondubbelzinnig wordt gesteld in een commissiebrief van Jan QuevinsDamen, De staat van dienst, p. 136., waren fundamentele hervormingen zonder meer onafwendbaar geworden vanwege het politieke tumult waarin Holland zich destijds verkeerde.Ibidem, p. 432. Ten slotte dient aangetekend dat de term ‘stichting’ vatbaar is voor discussie, aangezien reeds 1442 een kantoortje bestond in Den Haag.Stein, De hertog en zijn Staten, p. 220.

A la Truye overleed in 1446 en werd begraven in de voormalige Sainte-Marie-Madeleinekerk te Rijsel.

Categorie:Persoon in de Nederlanden in de 15e eeuw