thumb|Mieke Vestdijk-Van der Hoeven bij onthulling straatnaambord (1986) Adriana Catharina Maria (Mieke) Vestdijk-van der Hoeven (Rotterdam 24 maart 1938 – ?, 30 december 2018) werd bekend als hoedster van de literaire erfenis van schrijver Simon Vestdijk.
Achtergrond Ze was een dochter van Johanna Christina Wilhelmina Catharina Maria Paris, aquarelliste, en van kantoorbediende Dirk van der Hoeven. In 1967 trouwde ze met de 40 jaar oudere schrijver Simon Vestdijk, die in 1971 overleed.
Ze werd analiste bij het Rijksinstituut voor Volksgezondheid in Utrecht. Later studeerde ze nog rechten aan de Universiteit Utrecht en ze promoveerde in 1991 op het proefschrift Religieus recht en minderheden (een onderzoek naar de rechtspositie van de leden der minderheden in relatie tot het eigen religieus recht van deze minderheden in Nederland). Het huwelijk met Vestdijk en de nasleep daarvan leverde haar bekendheid op.
Vestdijk miniatuur|In 1971 bij de uitreiking van de Prijs der Nederlandse Letteren, met koning Boudewijn en koningin Fabiola. Rond 1955 leerde zij Simon Vestdijk kennen, die direct weg van haar was. Volgens Martin van Amerongen was zij een dorpsgenoot van Vestdijk, en mocht ze hem 'oom Simon' noemen. Ze maakte een tekening van hem, die hem beviel. Ze nam het pseudoniem Adri Duprez aan. Vestdijk was echter destijds samen met Ans Koster, die zag wat er gebeurde, en die er sterk op aandrong dat hij het contact zou verbreken. Vestdijks roman De arme Heinrich (1958) was nog wel aan Van der Hoeven opgedragen.
Het contact werd na het overlijden van Ans Koster hersteld toen zij hem feliciteerde met zijn verjaardag. De liefde bloeide (weer) op; het huwelijk - het eerste huwelijk van Vestdijk - volgde in 1965. Het paar kreeg in de daaropvolgende jaren twee kinderen. Vestdijk overleed in 1971 en zij stond als weduwe voor de vraag wat te doen. In die periode zag ze echter dat de belangstelling voor het werk van haar man tanende was. Er was tevens weinig belangstelling bij uitgevers om met heruitgaven te komen. Om het werk van haar man levend te houden, besloot ze dat zelf uit te geven. Ze gaf werken uit in eigen beheer en in beperkte oplagen van 200 stuks. Die activiteiten leidden ertoe dat ze de verdediger werd van zijn werk alsook van het verhaal over zijn leven. Zo vond ze de biografieën door Hans Visser (1987: Simon Vestdijk: Een schrijversleven) en Anne Wadman maar matig; ze stelde haar kennis niet ter beschikking van de biografen, ze vond het vreemd dat het Letterkundig Museum in Den Haag te weinig over had voor zijn erfenis, maar was opgetogen bij het verschijnen van de biografie opgesteld door Wim Hazeu (2005: Vestdijk. Een biografie). De collectie zou in verschillende fasen terechtkomen bij de Universiteitsbibliotheek Utrecht. De samenwerking met Hazeu mondde in 2007 uit in de uitgave van Wij zijn van elkaar, een bundeling correspondentie tussen Vestdijk en zijn vriendin Henriette van Eyk.
De laatste jaren van haar leven ging haar gezondheid achteruit en werd ze in een verzorgingshuis opgenomen. Vestdijk moest steeds vaker verstek laten gaan bij evenementen zoals de uitreiking van de Anton Wachterprijs. Haar woonhuis te Doorn werd verkocht en het restant aan archiefmateriaal ging naar genoemde universiteitsbibliotheek. Het Letterkundig Museum verkreeg in 2020 een geannoteerde druk van Thanatos aan banden.
Vestdijk-van der Hoeven is de ontwerper van het beeldje dat een onderdeel is van de Ina Dammanprijs; ze vertaalde de romanfiguur naar een personage op schaatsen. Zelf publiceerde ze Afscheid van Simon (1993) en Mieke kiest Simon (1998), een selectie van het werk van Vestdijk bij zijn 100ste geboortedag.
Categorie:Nederlands uitgever Hoeven