miniatuur|Een typische aluminium deur met een keramische deurgreep in Charleroi. Een keramische of geëmailleerde deurgreep is een soort deurknop in keramiek of email, vooral populair in België in de jaren 1960 en 1970.

Geschiedenis Voorgeschiedenis Eind negentiende en begin twintigste eeuw kende de Belgische tegelindustrie een periode van bloei. Onder andere Boch Frères Keramis in La Louvière en Gilliot & Cie in Hemiksem waren de producenten van kleurrijke wand- en vloertegels in art nouveau- en art deco-stijl. Deze ontwerpen vormden zo'n halve eeuw later de inspiratie voor de decoratie van de deurgrepen.

Na het einde van de Tweede Wereldoorlog kwam de Belgische economie opnieuw op gang. Ook de bouwmarkt volgde, onder andere met het bouwen van wijken met identieke arbeiderswoningen. De Wet De Taeye van 1948, bedoeld om de woningnood tegen te gaan, leidde ertoe dat de gewone werknemer zich via goedkope leningen makkelijker een eigen huis kon veroorloven, en dit niet meer uitsluitend een privilege van de gegoede burgerij was. Bovendien verplichtte de percentageregeling dat een percentage van het budget van openbare bouwprojecten werd besteed aan kunst. Hierdoor werd het gebruik van keramiek in geveldecoraties van publieke gebouwen gestimuleerd. Deze trend kreeg bijgevolg ook navolging in particuliere woningen.

Hoogdagen van de keramische en geëmailleerde deurgrepen links|miniatuur|Een deurgreep in Elsene. Expo 58 en de daaropvolgende Golden Sixties zijn toonbeelden van het optimisme in die periode, waarin veel bouwprojecten werden uitgevoerd. Op Expo 58, de eerste Belgische wereldtentoonstelling na de oorlog, stelden tal van Belgische keramisten hun werk voor, waaronder Jan Heylen (beeldhouwer). Ondanks dat ze internationale erkenning kregen voor hun werk, verkochten ze vaak te weinig om er hun kost mee te verdienen. Hierdoor zochten ze alternatieve manieren om geld te verdienen, zoals het maken van kunstzinnige deurgrepen. Aanvankelijk nog geen keramische of geëmailleerde, maar bijvoorbeeld de stalen deurgreep in elleboogvorm van Willy Van Der Meeren,Wooncomplex met architectenwoning Willy Van Der Meeren, geraadpleegd op 2026-06-24. of de boemerang van het bedrijf Quincalux uit Wevelgem.

Eind 1960 woonde al meer dan de helft van de Belgen in een eigen woning. Het ging vaak om eenvoudige, gelijkaardige rijhuizen met een aluminium voordeur. Het was in die periode dat de handgemaakte, kleurrijke deurgrepen hun intrede maakten. De eerste verscheen in 1954 in het straatbeeld. Zo konden de bewoners toch iets unieks hebben aan hun gevel. Het ging dan meestal om een metalen handvat waarop een decoratieve, rechthoekige tegel in keramiek of email werd bevestigd. De vorm en zelfs het materiaal konden hier echter ook van afwijken, en de kleur, het ontwerp en de stijl varieerden. Sterk uiteenlopende onderwerpen zoals de maanlanding, de Belgische koloniën en de flowerpower komen voor, net als abstracte patronen geïnspireerd op het werk van Joan Miró en Paul Klee. Om tot de intensiteit van de glazuren te komen, vaak met veel oranje, koperrood, diepblauw of oker, werden giftige materialen als lood, cadmium of uranium gebruikt. Vermoedelijk werden er honderdduizenden van deze deurgrepen verspreid doorheen België. Ze kostten destijds tussen de 500 en de 1.500 Belgische frank, vertoonden regionale verschillen en evolueerden ook doorheen de tijd. In de omliggende landen zijn ze eerder een zeldzaamheid. Sommige keramisten overstegen het regionale, en door goede vertegenwoordigers konden hun werken zich verder verspreiden. Zo zijn er van Oswald Tieberghien deurgrepen te vinden in onder meer Oostende, Luik, Charleroi en Hasselt, en zelfs in Luxemburg en Duitsland.

De meeste exemplaren werden niet gesigneerd door de keramisten die ze maakten, waardoor de identificatie wordt bemoeilijkt. Een dertigtal kunstenaars, waaronder gerenommeerde keramisten en beeldhouwers, konden wel worden teruggevonden. Vaak gaat het om kunstenaars die hun opleiding volgden aan La Cambre of de Sint-Lucasscholen. Het was namelijk daar dat de samenwerking tussen kunstenaars en architecten werd gestimuleerd. Een voorbeeld is de samenwerking tussen architect Louis Ghysebrechts en keramisten Paul Wouters en Jan Heylen. Andere kunstenaars zijn Rogier Vandeweghe, Elisabeth Vandeweghe, Leon Vandermeulen, Achiel Pauwels, Noël Randaxhe, Oswald Tieberghien, Myranna Pyck, Gertje Vaes, Lucien Martens en Steven Vyncke.

Einde van de populariteit De oliecrisis van 1973 zorgde voor een economische terugval, waardoor er minder werd gebouwd. Hierdoor daalde ook de vraag naar deurgrepen. Bovendien was de smaak geëvolueerd en steeg ook de prijs van keramiek, onder andere omdat het meer kostte om te ovens te laten branden. Hierdoor sloten veel bedrijven die de deurgrepen maakten de deuren, of ze stopten alleszins met het maken ervan. Omstreeks 1992 werd de laatste keramische deurgreep geproduceerd.

Heropleving Antropoloog Kathleen Boel startte in juni 2021 een diepgaand onderzoek naar deze deurgrepen. Ze raadpleegde archieven en deed een uitgebreid literatuuronderzoek. Daarnaast sprak ze met buurtbewoners, experten, architecten en kunstenaars. Ze kon ze een dertigtal Belgische kunstenaars traceren en hen en/of hun naasten interviewen. Zo kon ze de geschiedenis van deze deurgrepen in kaart brengen.Het onderzoek won de Antwerpse Erfgoedprijs in 2024.

Kathleen Boel zorgt voor een publieksontsluiting met lezingen, begeleide wandelingen, sociale media en een reizende tentoonstelling. De tentoonstelling ging in première in Herentals (2023) en reisde verder naar het Gilliot & Roelants Tegelmuseum in Hemiksem (2024-2025). In 2026 kreeg de tentoonstelling een plek ik het Instituut voor Kunst en Ambacht in Mechelen (april 2026), en later in de Cultuurregio Leie-Schelde (Zulte, Gavere en het Museum Gevaert-Minne in Sint-Martens-Latem (2026)

Galerij

Categorie:Keramische industrie Categorie:Hang-en-sluitwerk Categorie:Straatkunst in België Categorie:Expo 58