Luis Manuel Valentín Rodríguez Varela (Manilla, 13 februari 1768 - Sevilla, 7 december 1824 (2019), “Luis Rodríguez Varela: literatura panfletaria criollista”, Revista de Crítica Literaria Latinoamericana, vol. 45, nr. 90, p. 123–145.), ook wel bekend als El Conde Filipino (de Filipijnse graaf), was een dichter, schrijver en lid van het stadsbestuur van Manila tijdens de Spaanse koloniale periode in de Filipijnen. Hij behoorde tot de zogenoemde creoolse klasse, die binnen de koloniale samenleving een tussenpositie innam tussen de in Spanje geboren bestuurders en de lokale bevolking. Varela is, als schrijver, vooral bekend vanwege zijn werk El Parnaso Filipino (1814), waarin poëzie en politieke ideeën samenkomen.

Rodríguez Varela werd in 1791 door koning Karel IV benoemd tot ridder caballero in de Orde van Karel III en in 1795 verleende de koning hem de adellijke titel Graaf van de Filipijnen.

Biografie Rodríguez Varela werd geboren op 13 februari 1768 in de Filipijnse hoofdstad Manilla. Hij was de zoon van Alejandro Rodríguez Varela en diens tweede echtgenote Bernarda Sancena Arellano, beiden zogenoemde peninsular Spanjaarden (in Spanje geboren Spanjaarden). Rodríguez Varela was hij daarmee een zogenaamde creool, een kleine groep van ongeveer 3% van de samenleving bestaande uit mensen van Spaanse afkomst, maar geboren in de Filipijnen. (1987), The Philippines at the Cortes de Cádiz, Philippine Studies: Historical & Ethnographic Viewpoints, vol. 61, no. 3, 2013, p. 339, online via deze link Deze groep stond wat lager in aanzien dan mensen die in het moederland Spanje waren geboren, maar met een duidelijk hoger aanzien dan de lokale bevolking.

Rodríguez Varela werd in 1787, op 19 jarige leeftijd, benoemd tot regidor van het cabildo van Manila (lid van het stadsbestuur van Manilla). Drie jaar later kocht hij het privilege dat hem het levenslange recht op deze functie verleende. Later dat jaar werd hij, ter gelegenheid van de kroningsvieringen van Karel IV, benoemd tot koninklijk vaandeldrager. Koninklijk vaandeldrager was een erefunctie, waarbij hij verplicht werd om de koninklijke standaard te dragen bij alle ceremoniële evenementen en andere gelegenheden gedurende de duur van zijn benoeming. In een latere periode, ten tijde van de tijd van de cholera-uitbraak en het resulterende cholera-bloedbad in Manilla in 1820, was hij corregidor (hoogste bestuurder en gerechtelijk ambtenaar) van Tondo.

Rond deze tijd begon Rodríguez Varela ook met het schrijven van gedichten en politieke pamfletten. Zijn vijanden beschreven hem wel als een donquichotachtige figuur die verarmd was geraakt door zijn excessen en in een eigen werkelijkheid leefde. Ook twijfelde men openlijk aan het feit of hij zijn koninklijke titels en onderscheidingen wel daadwerkelijk had ontvangen. Dit klopte echter niet, want Rodríguez Varela werd op 28 februari 1791 opgenomen in de Orde van Karel III met de rang van caballero (ridder) en bijna vier jaar later, op 18 januari 1795, verleende de koning hem de adellijke titel Graaf van de Filipijnen. Zijn pamfletten werden door hen als dusdanig overdreven en belachelijk omschreven, dat ze de Kroon wel leken te bespotten in plaats van te verheerlijken. Ook vonden ze de literaire kwaliteit van zijn poëzie beperkt en ontsteeg volgens hen niet het niveau van rijmelarij.

In 1814 publiceerde hij zijn dichtbundel El Parnaso Filipino. Hij schreef dit boek kort nadat het nieuws over het afkondigen van de nieuwe Grondwet van Cádiz in de Filipijnen bekend werd. Deze voor die tijd zeer liberale Grondwet werd in 1812 aangenomen door de Cortes van Cadiz, met daarin ook de Filipijnse afgevaardigde Ventura de los Reyes, en beloofde gelijkheid tussen Spanjaarden en inwoners van de koloniën. Rodríguez Varela prees in zijn dichtbundel deze vrijheden en de rechten van de Filipijnse bevolking. Volgens de Spaanse historicus Wenceslao Retana ontstond door Varela's werk bij de lokale bevolking een verkeerde interpretatie van de nieuwe Grondwet. Dat leidde tot opstanden, die ontstonden toen de verwachtingen niet werden waargemaakt. (1894), El precursor de la político redentorista (1894) in (1907), The Philippine Islands, 1493-1803, Vol 51, p.47

Op 18 februari 1823 werd Rodríguez Varela samen met zestien andere mannen, die verdacht werden van het plannen van een nieuwe opstand, met het fregat Victoria gedeporteerd naar Spanje. Dit zou niet voorkomen dat enkele maanden later een groep creoolse officieren onder leiding van Andrés Novales in opstand kwam. Deze Novales-muiterij werd al snel neergeslagen en de leiders van de opstand werden geëxecuteerd.

Rodríguez-Varela overleed in 1824 op 56-jarige leeftijd in ballingschap in de Spaanse stad Sevilla.

Rodríguez Varela werd in de geschiedschrijving veelal beschouwd als een vroege voorloper van het Filipijnse nationalisme. Een voorbeeld hiervan is de beschrijving door Retana. Recentere studies benadrukken echter dat zijn ideeën, ondanks zijn verbanning, grotendeels binnen het kader van de Spaanse koloniale orde bleven en dat hij in principe loyaal was aan de Spaanse monarchie. Zijn geschriften getuigen van een groeiend bewustzijn van een eigen identiteit onder in de Filipijnen geboren Spanjaarden (creolen). Hij wordt daarom gezien als een overgangsfiguur tussen koloniale loyaliteit en een beginnende lokale identiteit.

Bronnen (1987), The Philippines at the Cortes de Cádiz, Philippine Studies: Historical & Ethnographic Viewpoints, vol. 61, no. 3, 2013, p. 331–61, online via deze link (1907), The Philippine Islands, 1493-1803, Vol 51, p.47-51, The Arthur H. Clark Company, Cleveland, online via deze link (1999), Manila, my Manila, The Bookmark, Inc, Makati, p.142-144 (2019), Luis Rodríguez Varela: literatura panfletaria criollista, Revista de Crítica Literaria Latinoamericana, vol. 45, nr. 90, p. 123–145, via JSTOR

Noten

Categorie:Persoon in de 18e eeuw Categorie:Filipijns schrijver Categorie:Graaf Categorie:Persoon in de Spaans koloniale Filipijnen Categorie:Ridder