Richens Lacy Wootton (Mecklenburg County, 6 mei 1816 - Trinidad, 22 augustus 1893), beter bekend als Uncle Dick Wooton, was een Amerikaanse ondernemer, veeboer en handelaar. Hij bracht het grootste deel van zijn leven door in het Wilde Westen en rond de Sante Fe Trail, waar hij in 1865 een tolweg over Raton Pass aanlegde.
Jeugdjaren Wootton groeide op in Mecklenburg County, Virginia. Toen hij zeven jaar oud was verhuisde het gezin naar Kentucky. Hij zou hier blijven wonen tot zijn zeventiende. Vervolgens werkte hij twee jaar lang op de katoenplantage van zijn oom in Mississippi.
Bent's Fort In 1836 vertrok Wootton naar Indepence in Missouri, waar hij aan de slag ging bij de handelsfirma Bent, St.Vrain & Co. Deze firma exploiteerde een handelsroute naar Bent's Fort in Colorado. Toen Wootton in Bent's Fort aan kwam, werd hij al snel met huifkarren vol handelswaar uitgezonden naar de Sioux. Met hen ruilde hij onder andere dekens, geweren, buskruit en kralen tegen buffelhuiden, kleding en ponies. Wootton verzorgde voor de firma nog jarenlang het goederenvervoer via de Santa Fe Trail.
Voornaam Tijdens zijn eerste handelstocht werd de voornaam van Wootton verkeerd verstaan: van 'Richens' maakte men 'Richard'. Deze naam werd vervolgens afgekort tot Dick, een naam die hij de rest van zijn leven behield.
Pelsjager en veeboer Wootton was lange tijd actief als pelsjager en handelaar, waarbij hij contacten onderhield met de Sioux, Ute, Cheyenne, Arapaho en Comanche. Zijn reizen brachten hem tot in Washington, Californië en Arizona.
Rond 1840 keerde Wootton terug naar Bent's Fort. De pelshandel leverde steeds minder op en daarom ging hij nu als jager, gids en vervoerder aan de slag. In 1846 werkte hij als verkenner en buffeljager voor het Amerikaanse leger, dat inmiddels verwikkeld was in de Mexicaans-Amerikaanse oorlog. Vervolgens had hij een boerderij in de buurt van Pueblo, waar hij buffels en ander vee fokte. Na drie jaar trok hij met zijn kudde via de Santa Fe Trail naar Kansas City en verkocht het vee met winst.
In 1848 trouwde hij in Taos met Mary Delores LeFevre. Zij overleed in 1855 in het kraambed.
Schapen Wootton wist in 1852 een kudde van 9000 schapen te verplaatsen van Colorado naar Sacramento in Californië. De schapen waren bedoeld als voedsel voor de vele goudzoekers in die regio. Hij deed er 107 dagen over om de kudde in Sacramento te krijgen, met slechts minimale verliezen.
Denver In 1858 kwam Wootton terecht in Denver. Hij maakte zich geliefd bij de bevolking toen hij hen met kerstmis twee vaten van zijn zelfgemaakte sterke drank 'Taos Lightning' schonk. Deze drank zou chilipeper en buskruit bevatten. Dit geschenk leverde hem de koosnaam 'Uncle Dick' op en hij kreeg het verzoek om in de regio van Denver te blijven wonen. Hij bouwde er een huis en startte in nabijgelegen Auraria een winkel en saloon.
Op de tweede verdieping van hun huis zou in 1859 de Rocky Mountains News worden gevestigd. In april van dat jaar was de saloon de vergaderlocatie waar de staat Colorado werd gevormd.
In 1861 vertrok het gezin weer, omdat Wootton verwachtte dat Denver weinig kans maakte en zou vervallen.
Tolweg over Raton Pass miniatuur|Restant van de Santa Fe Trail in de buurt van Raton In 1865 woonde het gezin in Trinidad, Colorado. Deze stad was drie jaar eerder gesticht en zou zich gaan ontwikkelen tot een belangrijk handelsknooppunt. Wootton had inmiddels een nieuwe onderneming opgestart: hij legde over de Raton Pass - deel van de Santa Fe Trail - een 27 mijl lange tolweg aanleg die Trinidad moest verbinden met Willow Springs (het latere Raton) in New Mexico. Het was echter moeilijk om personeel te krijgen voor de aanleg van de weg, waardoor hij een stam van Ute-indianen onder leiding van Chief Conniach inhuurde.
In april 1865 kon Wootton de nieuwe tolweg alvast openen. Hij bouwde in 1866 voor zijn gezin aan de zijde van Trinidad een woonhuis dat tevens diende als tolhuis. De Indianen waren overigens door hem vrijgesteld van tolbetaling: zij hadden hem niet alleen geholpen met de aanleg van de weg, maar de route liep ook dwars door hun woongebied, waardoor tolheffing voor hen onlogisch zou aanvoelen. Verder kregen ook agenten die achter voortvluchtigen aan zaten, vrijstelling van tol.
De nieuwe weg was een aanzienlijke verbetering van dit deel van de Santa Fe Trail. Tot dan toe was de pas namelijk een zeer moeilijk onderdeel geweest van de route, maar dankzij de vele verbeteringen die Wootton aanbracht - zoals insnijdingen, bruggen en egalisatie - was het reizen een stuk eenvoudiger en sneller geworden.
Hotel De vondst van goud in New Mexico in 1867 zorgde voor een flinke toename van het verkeer over de tolweg. Ook de postkoetsen van Barlow and Sanderson maakten voortaan gebruik van de nieuwe weg en kenden een reguliere stop bij de woning van Wootton. Hierop besloot Wootton om zijn huis om te bouwen tot hotel, restaurant en bar en zo extra geld te verdienen aan de reizigers. De postkoetsen trokken overigens ook weer bandieten aan die de koetsen onderweg beroofden.
Het hotel werd tevens populair bij jongeren uit Trinidad en El Moro. Wekelijks vonden er dansavonden plaats.
Aankoop door de AT&SF In 1878 wilde de Atchison, Topeka and Santa Fe Railway (AT&SF) de tolweg aankopen vanwege de gepland aanleg van een spoorlijn. De spoorwegmaatschappij bood Wootton een bedrag van 50.000 dollar, maar hij wees het aanbod af. Wel had hij een tegenbod: hij vroeg één dollar, maar de AT&SF moest dan zijn vrouw Maria Pauline Lujan tot aan haar dood voorzien van 25 dollar per maand aan boodschappengeld én ze mochten allebei hun hele leven lang gratis reizen met de trein. Hiermee ging het bedrijf akkoord.miniatuur|Dick Wootton en Jesus Silva (1890) Tot 1879 bleef de tolweg nog in bedrijf. Toen verhuisde Wootton naar Trinidad.
Overlijden Wootton overleed in 1893. Hij werd begraven op de katholieke begraafplaats van Trinidad. Hij was gedurende zijn leven vier maal getrouwd geweest. In totaal kreeg hij twintig kinderen, mogelijk ook enkele bij Indiaanse vrouwen.
De New Mexico & Southern Pacific Railroad kocht een zware stoomlocomotief die de naam Uncle Dick kreeg, ter ere van Wootton.
Weduwe Maria Pauline Lujan stierf in 1935 en heeft tot haar dood gratis met de trein mogen reizen. Ook voorzag de AT&SF haar al die tijd van de afgesproken 25 dollar per maand. In 1925 werd dit bedrag zelfs verdubbeld en vijf jaar later nog eens opgehoogd tot 75 dollar. Nadat zij was overleden kreeg haar invalide dochter Fidelis eveneens een uitkering van de AT&SF van 25 dollar per maand voor de rest van haar leven.
De woning van Wootton is in 1980 afgebroken. Delen van de oorspronkelijke tolweg zijn nog begaanbaar, maar het doorgaande verkeer maakt gebruik van de Interstate 25. De spoorlijn is in eigendom van de Burlington Northern and Santa Fe Railway.
Categorie:Amerikaans ondernemer Categorie:Pionier Categorie:Wilde Westen