José Elodie August Joseph De Poortere (Sint-Niklaas, 25 juni 1935 – Deinze, 15 augustus 2019) is een Vlaamse priester-dichter en -prozaïst, die ook onder de pseudoniemen Haarspit en José Reunes (naar zijn moeders familienaam) schreef.
Biografie Zijn vader werkte in het ouderlijk breigoedbedrijf en werd later handelsreiziger voor Franstalige bedrijven in Brussel en Verviers. Zoon José groeide op in Sint-Niklaas, worstelde lange tijd met een ernstige vorm van eczema, volgde voordracht bij Dries Waterschoot (werkte ook voor de BRT) in de stedelijke muziekschool en maakte in het college kennis met Edmond Schietecatte (Paul Snoek). Hij kreeg er ook les van Anton van Wilderode die wellicht een opmerkelijke stempel heeft gedrukt op zijn leerling. De Poortere verbleef geregeld bij zijn tante in Soignies (Wallonië) om zijn Frans bij te spijkeren en maakte via zijn neef kennis met de Belgische surrealisten.
Daarna studeerde hij Germaanse filologie en filosofie aan de Katholieke Universiteit Leuven en volgde theologie aan het Gentse Grootseminarie. Zijn legerdienst deed hij op de dienst consultatie chirurgie en als brancardier in het militair hospitaal in Elsene (Brussel).
José De Poortere werd op 25 april 1965 tot priester gewijd.
Hij werd leraar Nederlands aan het Sint-Gregoriuscollege te Ledeberg, waar hij de leerlingen ook begeleidde op voettocht naar het bedevaartsoord Lourdes-Oostakker. Hij was vanaf 1984 daarbij ook diocesaan inspecteur Engels en rector van de zusters Onze-Lieve-Vrouw Visitatie in Sint-Amandsberg (Heilig Hartparochie). Hij woonde toen voor het eerst buiten religieuze muren, in de nabijgelegen Doornakkerstraat.
Van 17 mei 1995 tot zijn overlijden was hij algemeen directeur van de Zusters van Vincentius a Paulo in Deinze (Meulenstraat). Zijn ontmoetingen met psychiatrische patiënten bij de Broeders van Liefde in Ledeberg en gehandicaptenzorg in Deinze (verbonden met een Sint-Vincentiusstichting in Oekraïne) beïnvloedden zijn poëzie sterk. De Poortere bereisde verder Oost-Europa en New York.
Hoewel hij medewerker was van verschillende literaire tijdschriften, redactiesecretaris van het kunsttijdschrift Vlaanderen en in 1974 lid werd van de Provinciale commissie voor Letterkunde, voelde hij zich altijd een wat vreemde eend in het literaire veld.
José De Poortere schreef jaren lang een poëziekroniek waarin hij nieuwe dichtbundels signaleerde en recenseerde, eerst in het maandblad De Periscoop (1976-1980) en vanaf 1979 in de Poëziekrant waarvoor hij bijdragen schreef tot 1991. Van 1992 tot 1994 verschenen vier afleveringen van Schoontijd, een door hemzelf opgericht literair tijdschrift.
Hij werd lid van de in 1963 aan de Gentse Normaalschool ontstane groep die het literaire tijdschrift Yang uitgaf. Hij werkte ook actief mee aan het Gentse tijdschrift Koebel en werd door het dagblad De Gentenaar aangezocht om artikels te schrijven vanuit het perspectief van een priester-schrijver/dichter.
Hij debuteerde als dichter in het Gentse germanistenblad Germania en publiceerde tijdens zijn studietijd ook al in Dietsche Warande en Belfort en in De Nieuwe Gids, o.m. met gedichten over de joodse auteur Franz Kafka en de existentiële situatie van de mens in een wereld vol gruwel. Zijn eerste bundel Gedichten verscheen in 1967, twee jaar later gevolgd door Omdat ik bang ben (o.m. over de dood van zijn vader), het begin van een lange reeks regelmatige poëziepublicaties die aanhouden tot in zijn overlijdensjaar. Hij schreef ook verzen voor verzamelbundels en bloemlezingen, zoals de reeks Leievaart (1971-1973) en Denken(d) aan Vlaanderen (1982).
Na zijn bekroonde debuutroman De bruine engel (1975) hernam hij dezelfde problematiek van de jodenvervolging en repressie in België tijdens en na de Tweede Wereldoorlog in de novelle Ik dood niet meer (1977).
Hij schreef ook essays over de Nederlandse dichters Martinus Nijhoff (gebaseerd op zijn eindscriptie KUL) en Huub Oosterhuis, over zijn leermeester Anton van Wilderode en de Gentse professor Duitse letterkunde Herman Uyttersprot en over Gentse schrijvers zoals Romain De Coninck, Jan Emiel Daele, Roel Richelieu Van Londersele, naast honderden recensies voor Boekengids in de periode 1970-1986.
Op het eind van zijn leven wijdde hij ook poëzie aan zijn demente moeder, het verdwijnen van het polderdorp Doel en aan asielzoekers. Zijn latere werk verscheen meestal in (vermomd) eigen beheer.
Zowel critici als academici waren het vaak niet eens over de kwaliteit van zijn werk; zijn filosofische inslag en sobere stijl werden geroemd, anderen karakteriseerden sommige bundels als ‘kolderpoëzie’.Zie onder meer Hugo Brems over Omdat ik bang ben in Dietsche Warande en Belfort, 1970; Gery Florizoone over Op het Vogelrek (1984) en Guido Goedemé over De navel van de wereld (2000), allebei in kunsttijdschrift Vlaanderen, tegenover Georges Wildemeersch over De sophar in het Nieuw Vlaams Tijdschrift, 1980, via DBNL: https://www.dbnl.org/auteurs/auteur.php?id=poor007
Gentse thema’s In zijn poëziekroniek in Poëziekrant schreef hij expliciet over zijn betrokkenheid bij Gent, waar zijn collegekamer aan de Hundelgemsesteenweg in Ledeberg vlakbij het daverende verkeersviaduct richting Koning Albertpark en Gent-centrum was gesitueerd.De Poortere, José (documentatiemap, Archief Gent): “Zoals je weet woon ik vlakbij het Zuidpark te Gent. Het is twee uur in de nacht, ik tracht te spreken, hoewel elke dag en elke nacht de E3 aan mijn raam staat te lallen en als een gek met een betonnen arm dreunend naar het Gentse Zuid slaat.” Ook zijn late roman De glazen bol in de Okapistraat 52 (2013) verwijst naar een (huizenloze!) straat bij dat viaduct, een absurd adres waar een erfgenaam een al even absurd dagboek en fortuin vindt.
In de dichtbundel Een dakhaas (1976) schreef hij over datzelfde ‘Zuidpark’ en over het ‘Casinopark’ [het Gentse Citadelpark], ook opgenomen in de bloemlezing Om Gent gedicht (2010), samengesteld door Guido Lauwaert.
Bij zijn vertrek naar Deinze schreef hij een “Afscheid van Gent”José De Poortere: Een hoogwerker, 1996 (waarin Arabieren en Jehova’s getuigen figureren op het openbaar vervoer) en ter gelegenheid van de vernieuwde beiaard in het Gentse belfort dichtte hij in 1985 het vers “Belfort van Gent”, opgedragen aan vaste beiaardier Jos d’Hollander.
Op 4 april 1987werd het gedicht “Heeft zacht zijn wel zin” openbaar gemaakt, geschreven voor de oud-leerlingenbond van het Sint-Gregoriuscollege in Ledeberg. In 1993 leverde hij een bijdrage aan de herdenkingsbundel Woorden voor Anton [Van Wilderode].
Andere Gentse onderwerpen in zijn poëzie zijn de oude jezuïetenabdij aan de Leie in de Gentse deelgemeente Drongen en de Gentse Sint-Michielskring.José De Poortere, Verzamelde gedichten 2 (2005)
In De navel van de wereld (1999) werd de jonggestorven Gentse dichter-schilder Roger Serras vereeuwigd, en in de dichtbundel Een drieling (2001) figureerde ook de Gentse schilder Hubert de Volder. In De laatste fles (2011) voerde hij ook Karel Van de Woestijne op, ‘de dichter uit het Patershol’.
In zijn roman Ben je dood, vader (1977) schreef De Poortere over de kloof tussen arm en rijk. Informatie over sociale toestanden in Zuid-Amerika, die hij uit de correspondentie van zijn vader lichtte, zette hij om naar een Gentse problematiek. Op die manier bracht hij mensen en buurten aan het woord, onder meer uit de sociale wijk aan de Gentse Watersportbaan.
Ook andere Gentse ervaringen (drugsgeweld, een lijkschouwing in het rechtskundig laboratorium) bleven hem nadrukkelijk bij, zonder dat er in zijn literair werk precies de hand op gelegd kan worden.
Prijzen 1975 - Prijs voor het Beste Prozadebuut van de Provincie Oost-Vlaanderen
Werken
Poëzie
Gedichten (1967) Omdat ik bang ben (1969) Een dode jongen in een boom (1971) Een dakhaas (De bladen voor de poëzie; 1976,5 - 1976) De Sophar: gedichten 1978 (De bladen voor de poëzie; 1980,2) Op het vogelrek (1983) Darwins gele schoentje (De bladen voor de poëzie; 1987,2) Een kleine milaan (1991) Een hoogwerker (Gent: Van Melle, 1996?) Van een man zonder helm: poemata viri sine galea: gedichten 1997 (Papaverreeks; 26 - Beringen: Zuid en Noord, 1997) De navel van de wereld (Papaverreeks; 34 - Beringen: Zuid en Noord, 1999) Gouden koepels rijzen op boven de zwarte aarde (1999) Als een tilde (2000) De oorlog volgens Dewey: gedichten 2000 (Papaverreeks; 38 - Beringen: Zuid en Noord, 2000) Wie zal mij vinden (viertalig Nederlands-Frans-Duits-Engels, 2000) Een drieling: gedichten 2000-2001 (Papaverreeks; 42 (Beringen: Zuid en Noord, 2001) In de ruwte (2001) Wie ß [Bèta] zegt moet ook A [Alfa] zeggen (Papaverreeks; 44) Beringen: Zuid en Noord, 2002 Verzamelde gedichten 2 dl. (Papaverreeks ; 22 /60 – 1996 en 2005 / , ) Moeder (2008) Tot de reiger komt: 20 gedichten 2009 (2009) Zestalige poëzie en schilderijen (2009) De langste adem: 36 gedichten (2010) De laatste fles in zee: moeilijke en andere gedichten (2011) Onbruikbaar: 11 gedichten 2013 (2013) Arraboon: analecta poetica (2014) De kromme riffel: 26 gedichten (2014) Wat onmeetbaar blijft (2014) Betrokken op verwerkelijking: 9 gedichten (2015) 14 bijschriftjes gescand (2016) Taalschip met takeling: een globaal lichaam (2016) 6 lessen: 1935-2018 (2018) De Taborman (2018) Kliniekplaket (2018) Kreupel triplet (2018) 4 tekens (2019) 10 machines: opgetekend in 2019 over vroegere feiten (2019) Einde reeks (2019) Van joon naar joon: 11 latere gedichten (Deinze: Careel, [z.j.]
Proza
De bruine engel (1975, roman) Ben je dood, vader (1977, roman) Ik dood niet meer (1977, novelle) Brugge: Orion & Nijmegen: Gottmer, 1977 - 90-264-1246-0 Les sans logis (2007, Franstalige, autobiografisch geïnspireerde roman) De glazen bol in de Okapistraat 52 (2013, roman)
Essays en non-fictie
Martinus Nijhoff (Ontmoetingen 36) - Brugge: Desclée De Brouwer, 1960 Herman Uyttersprot - Gent : Provinciebestuur Oost-Vlaanderen, 1978 Over Wase auteurs - Beverlo: Zuid en Noord, 2000 Letland - [S.l.]: [De Poortere], 2002 De Siamese drieling - [S.l.]: De Poortere, 2002 (cultuurgeschiedenis van Oekraïne) 65 x over poëzie: essay (Korenbloemreeks; 4) - Beringen: Zuid en Noord, 2003) – De Kopkapel Lokeren (i.s.m. Hugo Arens, Vedastius Verstegen) – Lokeren: Parochie Onze-Lieve-Vrouw, 1979
Categorie:Vlaams dichter Categorie:Belgisch rooms-katholiek priester Categorie:Vlaams essayist Categorie:Vlaams romanschrijver Categorie:Literatuur in Gent