Karl Otto Kurt Kaufmann (Krefeld, 10 oktober 1900 - Hamburg, 4 december 1969) was een Duits politicus en parlementslid voor de NSDAP in de Rijksdag. In de Schutzstaffel en de Nationalsozialistisches Kraftfahrkorps droeg hij de rang van een Obergruppenführer (luitenant-generaal).

Leven Op 10 oktober 1900 werd Karl Kaufmann geboren in Krefeld. Hij was de zoon van de oprichter van de wasserijfabriek Karl und Richard Kaufmann. Zijn vader was getrouwd met Friederike (geboortenaam Peters). Hij had twee broers en een zuster.Hamburgs „Führer“ Karl Kaufmann (1900–1969). p.26. Geraadpleegd op 5 april 2026. In 1901 verhuisde zijn familie naar Elberfeld.

Na zijn schooltijd, die hij afsloot zonder Abitur, volgde Kaufmann een opleiding in de landbouw. Aansluitend kreeg hij een leerplaats in dezelfde sector.

Eerste Wereldoorlog In 1917 ging Kaufmann in dienst van de Luftstreitkräfte en werd hij geplaatst bij de Fliegerersatz-Abteilung 7, die gestationeerd was in Brunswijk. Hij volgde de opleiding tot piloot, maar deze werd afgebroken vanwege gezichtsverlies (een ernstige ontsteking aan het rechteroog). Kaufmann werd overgeplaatst naar het 92e infanterieregiment (Brunswijk), maar werd opgenomen in het ziekenhuis met een dubbele longontsteking. Na zijn genezing werd hij toegewezen aan het Gebirgs-MG-Abteilung 5, maar door de Wapenstilstand van 11 november 1918 kreeg Kaufmann geen frontervaring.

Interbellum Zo doelloos zijn beroepsloopbaan verliep, zo consequent zocht hij bevestiging in het politieke werk. Zo was hij lid van het vrijkorps Opper-Silezië en vocht hij in 1923 in de illegale organisatie “Heinz” tegen de bezetting van het Ruhrgebied door de Fransen.

Van februari 1919 tot mei 1920 diende Kaufmann in de Marinebrigade Ehrhardt. In 1920 werd hij leider van de jeugdgroep van de Deutschvölkischer Schutz- und Trutzbund, de grootste, meest actieve en invloedrijkste antisemitische federatie in Duitsland. In 1921 volgde zijn lidmaatschap van het vrijkorps "von Killinger", en vocht hij tegen de Poolse opstand in Opper-Silezië en tijdens de Slag om Annaberg. Als lid van de Kameradschaft Schill pleegde hij sabotage- en andere acties tegen de Franse bezetter in het Ruhrgebied. Dit leidde ertoe dat Kaufmann door de politie werd gezocht en naar Beieren vluchtte.

In 1921 werd hij lid van de NSDAP. Hoewel zijn lidmaatschapsnummer onbekend was, werd hem in 1935 met terugwerkende kracht het nummer 95 toegekend. Hij was de oprichter van de NSDAP in het Ruhrgebied. In enkele weken richtte Kaufmann NSDAP-Ortsgruppen op in Elberfeld, Barmen, Bochum en Langenberg. Gedurende deze tijd werkte hij als bouwvakker, houtbewerker en lader in Marquartstein. Ook werd hij lid van de SA.

Kaufmann nam deel aan de Bierkellerputsch, die mislukteKlee 2021, p.301., waarna hij naar Westfalen moest vluchten. Hij werd gearresteerd, kort vastgehouden en daarna overgebracht naar Opper-Beieren, waar hij als arbeider werkte. In februari 1925, toen het verbod op de nazi-partij werd opgeheven, verhuisde hij terug naar het Ruhrgebied en sloot hij zich weer aan bij de SA.Miller & Schulz 2017, p.52-53.

In 1925 werd Kaufmann, op slechts 25-jarige leeftijd, gouwleider van de gouw ‘Rijnland-Noord’. Deze gouw, met zetel in Düsseldorf, was het jaar daarvoor door hemzelf opgericht, samen met Joseph Goebbels en Franz Pfeffer von Salomon.John 2007, p.460. De Geschäftsführer bleef Goebbels, die toen de enige vriend van Kaufmann was. Dit duurde tot 26 september, toen Kaufmann de volledige controle kreeg.Longerich 2015, p.96-97.

In september 1925 werd hij lid van de Nationalsozialistische Arbeitsgemeinschaft (vrije vertaling: Nationaalsocialistische werkgemeenschap), een kortstondige groep van noordelijke en westelijke Duitse gouwleiders. Deze werd georganiseerd en geleid door Gregor Strasser, die de "socialistische" vleugel van de partij steunde en tevergeefs probeerde het partijprogramma te wijzigen. In 1926 werd de groep tijdens de Bamberg Conferentie opgeheven.Miller & Schulz 2017, p.54-55.

Op 7 maart 1926 breidde zijn gouw zich uit door te fuseren met de gouw Westfalen onder leiding van Franz Pfeffer von Salomon. De nieuwe gouw, Gau Rhine-Ruhr (later Großgau Ruhr), omvatte het gehele Rijn-Westfaalse industriegebied. Opnieuw werd een soort driemanschap gevormd met Kaufmann, Pfeffer von Salomon en Goebbels, die de macht deelden. Conflicten en meningsverschillen leidden er echter toe dat Adolf Hitler ingreep en Kaufmann op 20 juni 1926 tot enige gouwleider benoemde.Longerich 2015, p.96-97.

Op 20 mei 1928 werd Kaufmann gekozen in het Pruisische Landdag.Miller & Schulz 2017, p.55. De parlementaire vergoeding was zijn eerste regelmatige inkomen. In juli 1928 werd hij redacteur van het nazi-weekblad Die Neue Front in Essen.

Op 27 december 1928 trouwde Kaufmann met Else Speth (geboren op 10 januari 1901 in Elberfeld). Volgens zijn SS-personeelsdossier bleef het huwelijk kinderloos.

Op 1 mei 1929 werd hij gouwleider in Hamburg, waar de NSDAP bij de laatste Burgerschapsverkiezingen in 1928 slechts 2,2% had behaald. Dit was een beproevingsopdracht, aangezien hij in zijn vorige functie in het Ruhrgebied na hevige conflicten met Erich Koch niet langer houdbaar werd geacht. Hij wist echter zijn positie te versterken, interne partij-intriges te overwinnen en een sterke machtsbasis op te bouwen. Zijn ambtstermijn werd gekenmerkt door conflicten en onrust, onder meer toen zijn plaatsvervanger Erich Koch hem beschuldigde van het verduisteren van partijgelden. Een onderzoekscommissie vond bewijs van onregelmatigheden, maar Kaufmann werd niet uit zijn functie ontheven.

In september 1930 werd Kaufmann als afgevaardigde van de NSDAP voor kieskring 34 (Hamburg) gekozen in de Rijksdag. Hij werd tevens benoemd tot Reichstagsschriftführer (secretaris) en lid van het uitvoerend comité.

Op de avond van 5 maart 1933 (de laatste Rijksdagverkiezingen in de Weimarrepubliek) gaf hij de nationaalsocialistische politiebeambte Peter Kraus de leiding over een opsporingscommando van de Hamburgse Gestapo, dat communistische en socialistische groepen moest oprollen die door de Rijksdagbrandverordening van 28 februari 1933 illegaal waren verklaard.

Op 16 mei 1933, enkele maanden na de machtsovername door de nazi’s, werd Kaufmann benoemd tot Rijksstadhouder van Hamburg. In deze functie nam hij in 1936 de politieke leiding van de Hamburgse Gestapo over en oefende daarmee aanzienlijke invloed uit.

In september 1933 gaf Kaufmann persoonlijk toestemming voor de oprichting van het concentratiekamp Fuhlsbüttel, waar uiteindelijk meer dan 250 mensen werden vermoord. Op 15 november 1933 werd hij opgenomen in de SS met de rang van SS-Oberführer en als Ehrenführer geplaatst in de Persönlicher Stab Reichsführer-SS van Heinrich Himmler.Miller & Schulz 2017, p.58.

In juli 1936 werd Kaufmann door Hitler benoemd tot Führer der Landesregierung, waardoor hij meer directe zeggenschap kreeg over het bestuur van Hamburg, ten koste van Carl Vincent Krogmann, de titulair regerend burgemeester. Daarmee verenigde hij de vijf belangrijkste politieke ambten van Hamburg in zijn persoon: gouwleider, Rijksstadhouder, regeringsleider van de deelstaat, hoofd van het staats- en gemeentebestuur en Rijksverdedigingscommissaris van het 10e militaire district. In hetzelfde jaar werd hij ook redacteur van het Hamburger Tageblatt.

Op 26 januari 1937 werd de Groot-Hamburgwet aangenomen (van kracht vanaf 1 april), waarmee Hamburg werd uitgebreid door de toevoeging van verschillende voorheen Pruisische steden. Tijdens de Kristallnacht, in de nacht van 9 op 10 november 1938, gaf Kaufmann tijdens een bijeenkomst in München telefonisch opdracht om de synagogen, winkels en woningen van Joden in Hamburg te vernietigen.

Tweede Wereldoorlog Op 1 september 1939, na het begin van de Tweede Wereldoorlog, werd Kaufmann benoemd tot Rijksverdedigingscommissaris van het 10e militaire district. Dit militaire district omvatte, evenals gouw Sleeswijk-Holstein, ook het grootste deel van de gouwen Weser-Ems en Oost-Hannover. Na de Duitse bezetting van Denemarken in 1940 begon de architect Heinrich Bartmann, in opdracht van Kaufmann, met het uitwerken van bouwklare plannen voor een "Vogelfluglinie" (de Fehmarnsundbrücke en de veerverbinding naar Denemarken) die Groot-Hamburg met Scandinavië moest verbinden. In tegenstelling tot een ouder plan uit 1912Wayback Machine: Brückenplan von 1912. Geraadpleegd op 18 april 2026. zou over de Fehmarnsundbrücke nu naast een spoorlijn ook een rijksautosnelwegWayback Machine: Brückenplan von Januar 1941. Geraadpleegd op 18 april 2026. met vier rijstroken worden aangelegd. In Denemarken was in 1937 al de Storstrømbrug tussen de eilanden Falster en Seeland ingewijd.

Kaufmann zag zichzelf als een onafhankelijk bestuursorgaan voor de burgers en hield wekelijks spreekuur. In zijn machtspositie vernietigde hij bestuurlijke beslissingen wanneer hij dat nodig achtte, waardoor de rechtszekerheid binnen het Hamburgse bestuur aanzienlijk werd ondermijnd. Zijn vorm van sociaal populisme maakte hem enigszins populair bij de inwoners van Hamburg. Hij lichtte de intentie achter zijn "socialisme van actie" toe in een toespraak voor de Hamburgse Kamer van Koophandel in oktober 1940:

“Wenn ich vor dem Kriege auf dieses Kapitel der Betreuung, Erziehung und Führung der deutschen Arbeiter so großen Wert gelegt habe, so geschah dies in der Erkenntnis, daß der totale Krieg in einem Industriestaat nicht nur mit Waffen und Soldaten, sondern vor allen Dingen mit Arbeitern geführt wird.”Vierteljahrshefte für Zeitgeschichte: Gauleiter in Hamburg. Zur Person und Tätigkeit Karl Kaufmanns (1900–1969). p.287. Geraadpleegd op 18 april 2026.

“Als ik vóór de oorlog zoveel waarde heb gehecht aan dit hoofdstuk van de zorg, opvoeding en leiding van de Duitse arbeiders, dan gebeurde dat vanuit het besef dat een totale oorlog in een industriestaat niet alleen met wapens en soldaten wordt gevoerd, maar vooral met arbeiders.”

Na de geallieerde bombardementen van 15 en 16 september 1941, waarbij meer dan 600 mensen in Hamburg dakloos raakten, verzocht Kaufmann Hitler om toestemming de lokale Joden te deporteren, zodat hij hun bezittingen kon confisqueren om ontheemde Duitsers te huisvesten. Hitler stemde snel toe en de deportaties begonnen de volgende maand, onder meer naar het getto van Łódź in Polen. Naar schatting kwamen tijdens zijn bewind uiteindelijk circa 10.000 Joden uit Hamburg om het leven.Miller & Schulz 2017, p.61-62.

Als lid van het Nationalsozialistisches Kraftfahrkorps (NSKK) werd Kaufmann op 20 april 1941 bevorderd tot NSKK-Obergruppenführer.Miller & Schulz 2017, p.62. Op 30 januari 1942 volgde zijn bevordering tot SS-Obergruppenführer (luitenant-generaal).Williams 2017, p.54.

Op 30 mei 1942 werd Kaufmann, als leider van Duitslands grootste zeehaven, benoemd tot Reichskommissar (Rijkscommissaris) voor de Zeescheepvaart. Daarmee deelde hij de verantwoordelijkheid voor de bevoorrading van overzeese onderdelen van de Wehrmacht, zoals het Afrikakorps. Op 24 augustus 1942 werd hij tevens benoemd tot Rijksverdedigingscommissaris voor de Noordkust (Duitse Bocht). Op 16 november 1942 werd de jurisdictie van de Rijksverdedigingscommissarissen gewijzigd van het militaire districtsniveau naar het gouw-niveau, waarbij hij alleen de controle behield over gouw Hamburg en de Duitse Bocht.Miller & Schulz 2017, p.62-63.

Sinds het bombardement op Hamburg in juli/augustus 1943 ("Operatie Gomorra") leek Kaufmann zich vooral te richten op het beperken van zijn persoonlijke schade. Zijn tot dan toe onvoorwaardelijke vertrouwen in Hitler was verdwenen. Zijn rapporten als Rijkscommissaris voor de overzeese scheepvaart lieten geen twijfel bestaan over de wanhopige militaire situatie, en hij legde grote voorraden voedsel en buitenlandse valuta aan in zijn woning in het natuurreservaat Duvenstedter Brook. Uit voorzorg werd de naam van zijn vrouw opgenomen in de pachtovereenkomst.