Eugène Jacques Pierre Louis Jungers (Messancy, 9 juli 1888 - Brussel, 17 september 1958) was een Belgisch magistraat en ambtenaar. Hij was gouverneur-generaal van Belgisch-Congo van 31 december 1946 tot 1 januari 1952.
Biografie Eugène Jungers was een zoon van Jean-Pierre Jungers, raadsheer in het hof van beroep in Luik. Hij trouwde in 1910 in Schaarbeek met Julie de Meyst. Na zijn middelbare studies aan het atheneum van Aarlen studeerde hij aan de Universiteit van Luik, waar hij in 1910 afstudeerde als doctor in de rechten.
Hij begon zijn carrière in Afrika in 1911. Hij was achtereenvolgens substituut-procureur des Konings in Boma en Lomami en procureur des Konings in Boma en Léopoldville. Tegelijkertijd was hij rechter. In 1911 werd hij rechter in de rechtbank van eerste aanleg in Stanleyville en in 1922 in Léopoldville. In 1925 werd hij voorzitter van het hof van beroep in Léopoldville. In 1932 werd hij benoemd tot vicegouverneur-generaal van Belgisch-Congo en gouverneur-generaal van Ruanda-Urundi, een door België beheerd mandaatgebied. Hij stimuleerde er de ontwikkeling van landbouw en veeteelt in regio's met weinig minerale rijkdom.
In juli 1946 werd hij tijdelijk benoemd tot gouverneur-generaal van Belgisch-Congo door prins-regent Karel, na de terugkeer van zijn voorganger Pierre Ryckmans. Op 31 december 1946 werd hij definitief benoemd en bleef in functie tot 1 januari 1952, wanneer Léon Pétillon hem opvolgde.
Na zijn ambtstermijn werd hij voorzitter van OTRACO en leidde hij de zeevisserij van Congo.
In 1956 werd hij opgenomen in de erfelijke adel.
Literatuurlijst M. Van den Abeele, 'Eugène Jungers', in Biographie belge d'outre-mer, vol. 6, Brussel, Académie royale des sciences d'outre-mer, 1968, 562-566.
Categorie:Ambtenaar in de Onafhankelijke Congostaat Categorie:Belgische adel Categorie:Procureur des Konings Categorie:Belgisch raadsheer in het hof van beroep