Bertha van Blangy (Artesië, 642 – Blangy-sur-Ternoise, 4 juli 723 of 725) was een edelvrouw ten tijde van het Merovingisch bestuur in Neustrië; zij is een heilige in de Roomse Kerk. Bronnen over haar leven ontstonden pas eeuwen na haar dood. Klooster in Blangy Het klooster dat Bertha stichtte (680) werd in 882 verwoest door Noormannen die voeren op de rivier Ternoise. In de 11e eeuw werd het klooster een tweede maal gesticht, en dit met de relieken van de toen reeds vereerde heilige Bertha. De tweede stichting gaf een stimulus aan legendes rond Bertha die er vier eeuwen tevoren leefde. In 1424, na de Slag bij Azincourt, werden er enkele soldaten verzorgd.
Na de Franse Revolutie werd het klooster verkocht en definitief afgebroken (1792), met uitzondering van de boerderij. De boerderij werd in de 19e eeuw eerst een jongensschool en dan een hospitium (tot 1954). In 1957 heeft een lekenorde er het Institut Notre-Dame de Vie ondergebracht. De naam Bertha van Blangy leeft er verder als de oorspronkelijke stichteres.
Legende Bertha was een dochter van Rigobert, die een natuurlijke zoon was van koning Clovis II. Aangezien Rigobert een groep Hunnen had verslaan in Blangy, kreeg Rigobert de toelating tot de bouw van een slot aldaar. De omliggende streek werd aan Rigobert verleend. In het slot in Blangy groeide Bertha op, wat haar dit epitheton gaf. De naam in het Latijn van deze plek destijds was Blengiacum in pago Taruanorum. Ter hare ere verhief Clovis II haar vader tot graaf van Blangy.
Bertha’s moeder Ursanne was een koningsdochter uit het koninkrijk Kent. Haar grootvader langs moeders zijde was Earconbert, koning van Kent.
Bertha huwde met Sigefroy, baron van Auxi-le-Château, die een verwant was van Clovis II, mogelijks een neef. Bertha bracht Blangy in het huwelijk als bruidsschat. Het echtpaar had vijf dochters Gertrudis, Deotilis, Emma, Gisa en Geste. De laatste twee stierven als baby. Na de dood van haar man nam Bertha een deel van de bruidsschat terug in haar bezit en stichtte nabij het slot van Blangy een klooster voor vrouwelijke religieuzen. Ravengerus, bisschop van Terwaan – Blangy behoorde tot het bisdom Terwaan – steunde Bertha hierin. De bouw begon vanaf 680. De zusters volgden de regel van Benedictus. Bertha werd de eerste abdis. Haar drie oudste dochters traden in in het klooster van hun moeder. Bisschop Ravengerus wijdde in een plechtigheid de kloosterkerk in in het jaar 682.
Naar het einde van haar leven trok Bertha zich terug als recluse. Hiertoe werd ze ingemetseld in een kleine ruimte aan de buitenzijde van de kloosterkerk. Via een raampje volgde ze de kerkdiensten. Haar drie dochters volgden haar elk afzonderlijk op als abdis.
In 723 stierf Bertha. Bisschop Erkembodo van Terwanen leidde de begrafenisdienst. De bisschop liet een graf voor haar bouwen in de kloosterkerk. Rond het graf vonden er miraculeuze genezingen plaats. Het ging frequent om genezingen van oogkwalen.
Varianten van de legende Engelen toonden aan Bertha de plek waar ze het klooster diende te bouwen. Dit werd met vier stenen aangegeven in een weide nabij het slot en de Ternoise. Nadat Bertha weduwe was geworden, dong ridder Ruodgarius naar haar hand. Bertha wees hem af om zo haar plannen door te zetten voor een kloosterstichting. De ridder roddelde aan het hof van koning Theuderik III over haar; hij betichtte haar van landverraad. Bertha reisde naar het hof van Theuderik III om haar verhaal te doen. Toen Ruodgarius Bertha in de troonzaal zag, werd hij blind. Later schonk Bertha vergiffenis aan Ruodgarius en deze laatste genas van de blindheid. De derde dochter van Bertha, Emma, werd uitgehuwelijkt aan een Angelsaksische vorst. Deze vorst bedroog Emma met de hofdame Theide. Theide behandelde Emma als haar slavin. Emma kon ontsnappen en terugkeren naar Blangy. Emma was stervende bij aankomst. Bertha bracht de ogen van haar dochter nog even tot leven toen deze in het klooster werd binnen gedragen.
Categorie:Heilige in het christendom Categorie:Heilige of zalige van koninklijke afkomst Categorie:Frans heilige of zalige Categorie:Merovingisch heilige Categorie:7e-eeuws abt Categorie:8e-eeuws abt