Het Beleg van Landrecies vond plaats tussen 17 en 30 april 1794 en was een militaire operatie tijdens de Eerste Coalitieoorlog. Het Staatse leger onder leiding van erfprins Willem Frederik van Oranje-Nassau slaagde erin om de stad Landrecies op de troepen van de Eerste Franse Republiek te veroveren.

Achtergrond Op 1 februari 1793 verklaarde de Franse Nationale Conventie de oorlog aan de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden. In voorbereiding op een mogelijke oorlogsverklaring stuurde stadhouder Willem V van Oranje-Nassau zijn zoon Willem Frederik naar Frankfurt am Main om aldaar afspraken te maken met de opperbevelhebber van het Oostenrijks-Pruisische leger, Frederik Jozias van Saksen-Coburg-Saalfeld, om zijn troepen naar de Oostenrijkse Nederlanden te dirigeren. Willem Frederik verzamelde een eigen legertje in Nassau, maar toen hij op 2 maart terugkeerde in de Republiek verkeerde het land al in oorlog. Op 18 maart 1793 versloeg Coburg het Franse leger in de slag bij Neerwinden en hierna zou de strijd tussen de geallieerden en de Fransen zich met name concentreren rondom de grensposten Valenciennes, Charleroi en Menen.

Begin april kwamen de verschillende legeraanvoerders te Den Haag overeen dat ze halverwege die maand een offensief zouden starten, waarbij de Britten en de Oostenrijkers zouden optrekken naar Guise en de Nederlanders de taak kregen om Landrecies te veroveren. De stad Landrecies had een reputatie van onoverwinnelijk te zijn. Zo waren eerdere pogingen om de stad te veroveren door keizer Karel V en Eugenius van Savoye niet succesvol geweest.

Beleg thumb|Plattegrond van Landrecies en omgeving in 1794 Op 17 april verliet het Staatse leger onder aanvoering van Willem Frederik het hoofdkwartier te Le Cateau-Cambrésis onder de begeleiding van Oostenrijkse hulptroepen die onder het commando van Maximiliaan de Baillet Latour en Johann Kollowrat stonden. De prins van Hessen-Kassel en generaal-majoor Willem van der Duyn konden nog diezelfde avond Catillon-sur-Sambre innemen. De volgende dag marcheerde hij verder naar Landrecies en wisten ze enkele dorpen die nabij de vesting lagen in te nemen. De middelste kolonne van het leger bestormde de redoutes van de vesting vervolgens en wist het garnizoen te verdrijven naar de stad. Bij deze eerste aanval had het Staatse leger 23 officieren en 358 soldaten het leven gekost.

De Staatse troepen gingen direct aan de slag met het aanleggen van loopgraven rondom de stad en de Oostenrijkers sloegen hun kamp op in het bos van Mormal. De erfprins koos het kasteel van Bousies uit tot zijn hoofdkwartier. Het belegeringskorps moest diverse malen troepen afstaan om uitvallen vanuit Landrecies af te weren. Een van die uitvallen vond plaats op 22 april. Vier dagen later besloot de Erfprins om te starten met het bombardement toen zijn vader Willem V een bezoek bracht aan het leger.

De Franse bevelhebber sloeg tot tweemaal toe een aanbod om zich over te geven af en verklaarde dat hij zich tot het uiterste wilde verdedigen. Op 30 april verzocht hij een wapenstilstand en vervolgens begonnen de onderhandelingen voor overgave. De Fransen capituleerden uiteindelijk en het resterende garnizoen legde de wapens neer. Hierop trokken de Nederlandse en Zwitserse troepen de stad in. Het beleg had grote verwoestingen in de stad aangericht en tweeduizend inwoners waren daarbij om het leven gekomen.

Nasleep Lang duurde het bewind van de geallieerden over Landrecies niet. Op 16 juli startte het Franse republikeinse leger van Barthélemy-Louis-Joseph Schérer een nieuw beleg en het garnizoen gaf zich al na drie dagen aan hem over.

Geraadpleegde literatuur

Categorie:Belegering Categorie:Veldslag in Frankrijk Categorie:Veldslag van de Verenigde Provinciën Categorie:Veldslag van de Oostenrijkse Nederlanden Categorie:Veldslag tijdens de Franse revolutionaire oorlogen Beleg Categorie:Militaire operatie in de 18e eeuw Categorie:Eerste Coalitieoorlog Beleg