Coscinodiscus wailesii is een soort kiezelalg (centrische diatomeeën) die oorspronkelijk alleen voorkwam in de Indische en Grote Oceaan. De soort behoort tot het mariene fytoplankton en komt voor in de bovenste lagen van het zeewater, zowel in kustwateren als in open zeeën. Beschrijving Coscinodiscus wailesii behoort tot de grotere soorten kiezelwieren. De diameter is maximaal 500 μm (0,5 mm). Het zijn ééncellige algen met een kiezelskelet (van siliciumdioxide) dat bestaat uit twee helften die als een rond trommeltje met een deksel op elkaar passen, met daartussenin enkele zogenaamde gordelbanden. De ongeslachtelijke voortplanting vindt plaats door celdeling. Voorkomen en leefomgeving De eerste gedocumenteerde waarnemingen in Europa dateren uit 1977 in het kustwater bij Plymouth. Twee jaar later werd het kiezelwier aangetroffen in monsters uit het Nederlandse deel van de Noordzee, maar pas na 1984 was sprake van een permanente vestiging van C. wailesii in het zuidelijk deel van de Noordzee. Anno 2020 komt het kiezelwier voor in kustwateren in het oostelijk deel van de Atlantische Oceaan van Midden-Frankrijk tot aan Midden-Noorwegen. De hoogste dichtheden worden gemeten tijdens de lente en de herfst, vooral in het zuidelijk deel van de Noordzee tot aan het Skagerrak.

Hoe deze soort in de Noordzee terecht gekomen is, weten onderzoekers niet. Dit kiezelwier vormt zogenaamde ruststadia. Dit zijn levende cellen die in extreme omstandigheden, zoals hoge temperatuur en zoutgehaltes, kunnen overleven. Deze rustcellen zijn mogelijk via ballastwater uit de Indische Oceaan in de Noordzee terecht gekomen. Een andere mogelijkheid is via de import van oesters Crassostrea gigas uit Japan.

Nadelige effecten Door zijn relatieve grootte kan C. wailesii ontsnappen aan vraat door zoöplankton en zich uitbundig vermenigvuldigen. In Japan vormt deze algenbloei in de nabijheid van kwekerijen van eetbaar roodwier zoals Nori een mogelijke schadepost. Een algenbloei zorgt er ook voor dat het wier massaal sterft door gebrek aan voedingsstoffen. In die laatste groeifase produceren de kiezelalgen voornamelijk slijm. De afgestorven algen zakken naar diepere lagen en vormen daar matten van slijm die visnetten kunnen verstoppen.

Categorie:Algen Categorie:Chromista Categorie:Kiezelwieren