Portret van Eleonora Susette is een portretschilderij van de Nederlandse schilder Jeremias Schultz (1723–1800) dat in 1775 werd vervaardigd. Aanvankelijk was er weinig bekend over het schilderij tijdens de aankoop in 2020 door de Art Gallery of Ontario (AGO). Zowel de identiteit van de zitter en kunstenaar waren door de tijd verloren gegaan, en het schilderij droeg de algemene titel Portret van een vrouw met een oranjebloesem. Op basis van een jarenlang onderzoek bleek de zitter Eleonora Susette te zijn, een slavin uit de voormalig Nederlandse kolonie Berbice.
Onderzoek In 2020 kocht de Art Gallery of Ontario (AGO) het portret van een jonge vrouw aan met steun van de European Curatorial Committee. Op dat moment was de identiteit van zowel de geportretteerde als de kunstenaar onbekend (op een haast onleesbare handtekening "J.Schul...fec" na). Gedurende een aantal jaren hebben onderzoekers in opdracht van de AGO zich verdiept in het schilderij, waarbij er brononderzoek werd gedaan en advies werd ingewonnen bij deskundigen op het gebied van 18de-eeuws Europees koloniale en modegeschiedenis, en plantkunde. Een belangrijke doorbraak kwam toen in een oude veilingcatalogus van Christie's een bijbehorend portret werd herontdekt van een jonge man in een net groen pak met een kanten kraag en wandelstok (destijds bekend als Portret van een jonge man in een groene jas met een wandelstok). De geportretteerde werd later geïdentificeerd als Michiel. De vorderingen werden tegelijkertijd via de AGO-podcast A Portrait of Possibilities met het publiek gedeeld, waardoor het onder de aandacht kwam van de Nederlandse nazaten van de opdrachtgeefster, en met diens hulp de puzzelstukjes samen kwamen.
Uit het onderzoek blijkt de geportretteerde vrouw een slavin te zijn, genaamd Eleonora Susette (soms ook als Johanna) geboren in slavernij te 1756 in de toenmalige Nederlandse kolonie Berbice (hedendaags Guyana). Net als haar moeder, Lucia Afiba, was zij in dienst aan het koloniaal Fort Nassau in Berbice.
Ontstaan Eleonora Susette is in de tweede helft van de 18e-eeuw in dienst is van de Familie Schultz–de la Sablonière, de gouverneur van Berbice. De familie uit Kampen vertrok op 20 oktober 1768 met het schip De Zeevaart naar Berbice en kwam daar aan op 6 januari 1769. Het gezin bestond uit gouverneur Stephen Hendrik de la Sablonière (1714–1773), diens vrouw Beata "Bartje" Louise Schultz (1724–1779) en hun vier kinderen (twee zonen en twee dochters), waaronder zoon Jacobus "Cootje" Johannes Christoffel. Slechts zeer zelden vertrokken er Europese vrouwen naar de West Indische koloniën. Beata Louise is afkomstig uit het Kamperse burgemeestersgezin Schultz–Bruinier, en is via haar vader, Ephraïm Schultz, familie van schilder Jeremias Schultz (haar neef).
Berbice is op dat moment aan het bijkomen van een rumoerige periode. In 1763-64 bevindt het zich in een grootschalige slavenopstand met een jaar van bezetting en verwoesting van de plantages. De meeste plantage-eigenaren ontvluchtten de kolonie en alleen de kuststrook bleef in handen van de kolonisten. Als gevolg een onderdrukking en herovering door de kolonisten. In deze gebeurtenis verliezen in Berbice in totaal ongeveer 40 van de 346 Europese kolonisten en 1800 van de 3833 slaven met Afrikaanse achtergrond het leven.
Stephen Hendrik is van 19 maart 1768 tot zijn dood op 17 July 1773 de gouverneur van Berbice. De oudste zoon van de familie komt te overlijden in 1770, en in 1771 wordt er een dochtertje (Ephraïma "Eefje" Bartha Johanna) geboren. Zoon "Cootje" keert in 1772 voor zijn opleiding terug naar Kampen. Na de dood van vader Stephen Hendrik en de middelste dochter in 1773, keert Beata Louise in september 1774 met haar dochtertje terug naar Nederland en brengt twee bedienden met zich mee; Eleonora Susette en Michiel. Zij vraagt hiervoor vooraf toestemming aan de Nederlandse overheid.
Eenmaal aangekomen in Amsterdam, portretteert Jeremias rond 1774/'75 op verzoek van Beata Louise de twee bedienden, haar dochtertje "Eefje" en zoon "Cootje". De twee bedienden keren na acht maanden in april 1775 weer terug naar Berbice, aangezien binnen Nederland een tot slaaf gemaakte zichzelf vrij kon laten verklaren in een rechtbank (manumissie). Deze wet gold niet binnen de Nederlandse koloniën, waar slavernij wel legaal was.
Het portret van Eleonora Susette is te zien in de Art Gallery of Ontario. Het portret van Michiel is in privébezit van een onbekende eigenaar. De portretten van Stephen Hendrik de la Sablonière, zijn vrouw Beata "Bartje" Louise Schultz en hun zoon Jacobus "Cootje" Johannes Christoffel zijn in het bezit van hun nazaten, Familie van den Hoek–Veldjesgraaf uit Kampen.
Literatuur
Categorie:Schilderij van de Nederlandse Gouden Eeuw