De Stadsbegraafplaats is een voormalige algemene begraafplaats in Doetinchem, gelegen op de hoek van de Dominee Van Dijkweg en de Hofstraat. De begraafplaats werd in 1829 in gebruik genomen door de toenmalige gemeente Stad-Doetinchem en werd per 1 januari 1893 gesloten verklaard. Sinds 2005 is de Stadsbegraafplaats samen met de Ambtsbegraafplaats gemeentelijk monument. Op de begraafplaats liggen onder anderen de burgemeesters Evert Jan Planten, Willem Colson Aberson, Wolter Derk Coops en Dirk Simons begraven, alsmede twee viceadmiraals en de orgelmaker Hendrik Christiaan Haffmans.
Aanleiding Tot het begin van de 19e eeuw werd in en om de Catharinakerk te Doetinchem begraven, zoals in de meeste Nederlandse steden gebruikelijk was. In de tweede helft van de 18e eeuw werden steden en dorpen herhaaldelijk geteisterd door epidemische ziekten, hetgeen leidde tot toenemende kritiek op het begraven binnen de bebouwde kom. Met de komst van de Bataafse Republiek werd het begraven in de kerken in 1795 verboden, maar aan dat verbod werd, zoals elders in Nederland, in Doetinchem nauwelijks gevolg gegeven.
In 1827 vaardigden de Provinciale Staten van Gelderland, in lijn met de wensen van koning Willem I, een verordening uit waarbij de regels uit de Franse tijd opnieuw van kracht werden. Per 1 januari 1829 werd het in steden en dorpen met meer dan duizend inwoners daadwerkelijk verboden om in of bij de kerk te begraven. Voor Stad-Doetinchem en het aangrenzende Ambt Doetinchem betekende dit dat een nieuwe begraafplaats moest worden ingericht.
Beide gemeenten waren aanvankelijk van plan om gezamenlijk één begraafplaats aan te leggen, dicht bij de stad. Gedeputeerde Staten van Gelderland verleenden hiervoor zelfs toestemming. Het plan strandde echter op een geschil over het benodigde stuk grond, waarna beide gemeenten ieder een eigen begraafplaats inrichtten: Stad-Doetinchem ten noorden van de stad en Ambt-Doetinchem net buiten de stadsgrens langs de oostelijke uitvalsweg richting Varsseveld.
Aanleg en inrichting De gemeente Stad-Doetinchem kocht voor 175 gulden een driehoekig perceel van ongeveer 2.200 m² aan, gelegen bij de splitsing van twee wegen ten noorden van de stad. Het stuk grond werd geleverd door de zittend burgemeester Evert Jan Planten (1768–1832), zelf chirurgijn van beroep, die er later ook zou worden begraven. De begraafplaats werd direct in 1829 in gebruik genomen.
Over de oorspronkelijke inrichting is weinig bekend, omdat het grootste deel van het Doetinchemse gemeentearchief verloren is gegaan tijdens de Engelse bombardementen op Doetinchem van maart 1945. Wel is bekend dat de oorspronkelijke toegang aan de zuidzijde lag, dat de eerste klas graven aan de oostzijde lagen en dat omstreeks 1872 een lijkenhuisje is gebouwd, waarvan inmiddels geen sporen meer resteren.
Gebruik en sluiting De begraafplaats raakte in de loop van de 19e eeuw snel volgeraakt, ondanks de oprichting in 1857 van een aparte rooms-katholieke begraafplaats waardoor een deel van de bevolking geen gebruik meer maakte van de gemeentelijke begraafplaats. Nadat aan de Loolaan in Doetinchem een nieuwe begraafplaats was aangelegd, werd de Stadsbegraafplaats per 1 januari 1893 gesloten verklaard. Doordat na de sluiting niet meer in eigen graven kon worden bijgezet, moesten langstlevende partners noodgedwongen een graf op de nieuwe begraafplaats aanschaffen. Een aantal grafmonumenten werd daarbij overgebracht naar de begraafplaats aan de Loolaan.
Verval en herstel Na de sluiting in 1893 raakte de Stadsbegraafplaats geleidelijk in verval. Zerken verzakten, het groen drong zich op en het onderhoud werd jarenlang verwaarloosd. Vandalisme verergerde de schade. In 1977 kwam voor het eerst publieke kritiek op de toestand, maar pas in de 21e eeuw kwam een gerichte actie tot herstel op gang. In 2005 werd de Stadsbegraafplaats samen met de Ambtsbegraafplaats aangewezen als gemeentelijk monument. In 2006 werd de Stichting Behoud Stads- en Ambtsbegraafplaats Doetinchem opgericht, die sindsdien in samenwerking met de gemeente Doetinchem en het uitvoeringsbedrijf BUHA herstelwerkzaamheden uitvoert aan zowel de grafmonumenten als het groen op beide begraafplaatsen.
Grafcultuur en symboliek De grafmonumenten op de Stadsbegraafplaats liggen dicht opeen, mogelijk in een poging het beeld van de begraafvloer in de Catharinakerk na te bootsen. Een deel van de oorspronkelijke monumenten is verdwenen, zodat dit beeld nog maar gedeeltelijk aanwezig is. De begraafplaats kent voornamelijk zerken, soms op een lage roef die kan wijzen op een grafkelder. Tussen de zerken staan enkele exemplaren van zandsteen, een materiaalkeuze die niet ongebruikelijk is in het oosten van Nederland. De stèles, doorgaans van hardsteen, zijn jonger dan de zerken en worden hier en daar in een klassiek decoratieschema (de zogeheten aedicula, een Griekse-tempelmotief) uitgevoerd.
In symboliek zijn de monumenten over het algemeen sober. In een aantal gevallen komen zonsymbolen voor in de hoeken van zerken, als verwijzing naar onsterfelijkheid en opstanding. Twee hekwerken hebben een vaas als motief. Het rijkst voorzien van symboliek is het samengestelde grafmonument voor de predikant Westerbeek van Eerten (1817–1888): een zespuntige ster (verwijzend naar Jezus Christus), daaronder een rouwdoek en een handdruk tussen twee handen, en daaronder een guirlande. De handdruk symboliseert de verbintenis tussen man en vrouw of tussen mens en Christus, terwijl rouwdoek en guirlande verwijzen naar rouw en verdriet.
Belangwekkende graven Onder de op de Stadsbegraafplaats begraven personen bevinden zich opvallend veel militairen en bestuurders, alsmede leden van gegoede families die zich uit andere delen van Nederland in Doetinchem hadden gevestigd. Volgens funerair historicus Leon Bok was Doetinchem in de 19e eeuw "kennelijk een goed oord om van de oude dag te genieten". Op de Stadsbegraafplaats liggen onder meer begraven.
Burgemeesters Evert Jan Planten (1768–1832), chirurgijn en burgemeester van Stad-Doetinchem (1813–1832), die in 1828 het perceel aan de gemeente verkocht waarop de begraafplaats werd ingericht; Willem Colson Aberson (1784–1843), majoor en burgemeester (ca. 1833–1843), met zijn beide echtgenotes Wilhelmina Elisabeth Planten (1795–1838) en Jacoba Louwrentia Muller; Wolter Derk Coops (1764–1847), koopman, zoutzieder en burgemeester (1843–1847); Dirk Simons (1797–1870), azijnfabrikant en de langstzittende burgemeester van Doetinchem (1847–1869), met echtgenote Annetta Johanna van der Schalk (1796–1878).
Militairen
Jan Schröder (1800–1885), viceadmiraal in zowel Nederlandse als Pruisische dienst. Schröder werd geboren in Vlissingen, woonde lange tijd in Kleef en trad op twaalfjarige leeftijd in dienst van de keizerlijk-Franse marine. In 1830 diende hij als luitenant 1e klasse naast Van Speijk in Antwerpen tijdens de Belgische afscheiding. Na zijn ontslag in 1849 begeleidde hij in opdracht van Pruisen de opbouw van de Pruisische marine en bracht hij het tot Erster Minister van Marinezaken in Berlijn. Zijn graf wordt gemarkeerd door een eenvoudige hardstenen zerk; Herman Hendrik Timoteus Coops (1793–1865), eveneens viceadmiraal en zoon van burgemeester Wolter Derk Coops. Coops diende eerst onder Frans bevel, was later betrokken bij de blokkade van Antwerpen en maakte een reis naar Japan. In 1850 werd hij bevorderd tot schout-bij-nacht en in 1853 bij zijn pensionering titulair tot viceadmiraal. Zijn graf is in vormgeving vrijwel gelijk aan dat van Schröder.
Andere begravenen
Willem Coops (1772–1850), koopman en fabrikant, broer van burgemeester Wolter Derk Coops; Hendrik Christiaan Haffmans (1809–1876), orgelbouwer die in de regio talrijke kerkorgels bouwde, aanpaste of verbouwde; Predikant Westerbeek van Eerten (1817–1888), wiens grafmonument symbolisch het rijkst gedecoreerd is.
Huidige toestand Anno 2026 maakt de Stadsbegraafplaats vanuit de stad benaderd meer de indruk van een plantsoen dan van een begraafplaats: een lage heg omsluit een open grasveld met daarachter een groot aantal struiken en bomen. Het slingerende pad over de begraafplaats en het meeste groen dateren naar alle waarschijnlijkheid van na de sluiting in 1893. Aan de oostzijde resteren nog vijftien rijen grafmonumenten van de eerste klasse. De Stichting Behoud Stads- en Ambtsbegraafplaats Doetinchem heeft sindsdien een fietsroute "Gelegen in het groen" laten ontwikkelen die langs de achttien begraaflocaties in de gemeente voert, en organiseert rondleidingen tijdens Open Monumentendag.
Categorie:Begraafplaats in Doetinchem