Boyacasaurus is een geslacht van de Plesiosauria dat tijdens het vroege Krijt leefde in het gebied van het huidige Colombia. De enige benoemde soort is Boyacasaurus sumercei.
Vondst en naamgeving In 1968 ontdekte Peter Creutzberg in de heuvel van La Catalina het skelet van een plesiosauriër bij Boyacá. In de jaren negentig ontdekte José Espitia een tweede skelet op de El Chulo-vindplaats in de heuvel van Monsalve. Het materiaal was van lage kwaliteit en werd in eerste instantie niet intensief bestudeerd. Dat veranderde in de eenentwintigste eeuw toen CAT-scans aantoonden dat beide schedels kenmerken deelden en een nog onbekende soort vertegenwoordigden.
In 2025 werd de typesoort Boyacasaurus sumercei benoemd en beschreven door Cristian David Benavides-Cabra, Renzo Alejandro Garavito-Camacho, María Euridice Páramo-Fonseca & Daniel Eduardo Pomar. De geslachtsnaam verwijst naar Boyacá. De soortaanduiding verwijst naar een plaatselijk idioom, sumercé, een eerbiedige aanspreekvorm afgeleid van het middeleeuwse Spaans vuestra merced, "uwe genade".
Het holotype, CFSTA 2–1, is gevonden in een laag van Pajaformatie die dateert uit het late Aptien. Het betreft het tweede skelet. Het bestaat uit een schedeldak, een verhemelte, het atlas-axis-complex (de verbonden eerste twee halswervels), verweerde overige wervels en fragmenten van de ledematen. Het in 1968 gevonden skelet, specimen MHNS 870, is het paratype. Het behelst vrijwel dezelfde elementen maar bewaart ook de snuit. Beide exemplaren betreffen vermoedelijk jongvolwassen individuen.
Beschrijving Grootte en onderscheidende kenmerken De schedel heeft een geschatte lengte van zevenennegentig centimeter. Daar is een totale lichaamslengte van vijf à zes meter afgeleid.
De beschrijvers stelden enkele onderscheidende kenmerken vast. Twee daarvan zijn autapomorfieën, unieke afgeleide eigenschappen. Het parasfenoïde van de onderste hersenpan is uitzonderlijk langwerpig en steekt vooraan tot voorbij de achterrand van de holte tussen de pterygoïden en scheidt deze helemaal aan de achterzijde. De verhemltebeenderen veranderen naar buiten toe van helling, van een vlakke zone in het midden naar meer opstaande zones aan de zijkanten.
Verder is er een unieke combinatie van op zich niet unieke kenmerken. Het bovenkaaksbeen vormt een deel van de voorrand, zijrand en achterrand van de choana, het interne neusgat. Direct achter de choana is er een korte binnenste tak van het bovenkaaksbeen. De achterhoofdsknobbel is glad en mist iedere insnoering van de hals terwijl de neergaande tak zwak ontwikkeld is. Het verhemeltebeen steekt ver voor de voorrand van de pterygoïden uit.
Skelet De tanden zijn trihedraal, dus gevormd als viervlakken. In 2025 was het de jongste bekende soort met dat kenmerk waarvan men dacht dat het tijdens het Barremien verdween. De tanden zijn dan beter geschikt voor het verscheuren van grote prooien.
Het atlas-axiscomplex is vergroeid om de zware kop te stabiliseren bij het uitvallen naar grote prooien.
Fylogenie Boyacasaurus is in de Brachaucheninae geplaatst in een vrij basale positie.
Literatuur
Categorie:Plesiosauria