Richard Brooke Garnett (Essex County, 21 november 1817 – Gettysburg, 3 juli 1863) was een Amerikaans beroepsmilitair. Na een loopbaan in het United States Army koos hij bij het begin van de Amerikaanse Burgeroorlog partij voor de Geconfedereerde Staten van Amerika. Hij klom op tot de rang van brigadegeneraal. Na de Eerste Slag bij Kernstown werd hij door Stonewall Jackson voor de krijgsraad gebracht. Garnett sneuvelde op de derde dag van de Slag bij Gettysburg.
Vroege jaren Richard B. Garnett werd geboren op 21 november 1817 in "Rose Hill", een landgoed in Essex County, Virginia. Hij was de zoon van William Henry Garnett en Anna Maria Brooke. Zijn tweelingbroer William overleed in 1855 in Norfolk. Hij was de neef van Robert M. T. Hunter en Robert S. Garnett die de dubieuze eer heeft om als eerste Zuidelijke generaal te sneuvelen tijdens de burgeroorlog.
Na zijn schooltijd werd Richard Garnett samen met zijn neef Robert toegelaten tot de United States Military Academy in West Point. In 1841 studeerde hij af als 29ste in een klas van 52 kadetten (twee plaatsen lager dan zijn neef).Eicher, p. 249. Garnett werd ingedeeld in het 6th U.S. Infantry als tweede luitenant. Hij diende in verschillende forten in Florida waar hij deelnam aan schermutselingen en gevechten tegen de Seminole. Daarna werd hij naar de westelijke grensstreek gestuurd waar hij het bevel kreeg over Fort Laramie.
Tijdens de Mexicaans-Amerikaanse Oorlog diende hij in verschillende staffuncties in New Orleans. Op 16 februari 1847 werd hij bevorderd tot eerste luitenant. Daarna werd hij opnieuw naar de grensstreek gestuurd waar hij op 9 mei 1855 werd bevorderd tot kapitein. Garnett nam deel aan de Utahoorlog in 1857.
Amerikaanse Burgeroorlog Garnett diende in Californië toen hem het nieuws bereikte dat Virginia had gekozen voor secessie. Zoals veel officieren was hij verscheurd tussen de loyaliteit aan de Verenigde Staten en zijn thuisstaat. Garnett was uitgesproken voorstander van de unie. Toch nam hij op 17 mei 1861 ontslag uit het United States Army. Hij werd tot majoor in de artillerie benoemd. Op 31 augustus werd hij bevorderd tot luitenant-kolonel in Cobb’s Legion en op 14 november kreeg hij een promotie tot brigadegeneraal. Garnett kreeg het commando over de 1st Brigade in de Valley District van het Confederate Army of the Potomac,. Deze brigade werd oorspronkelijk geformeerd en aangevoerd door Thomas J. "Stonewall" Jackson.
Tijdens de Eerste Slag bij Kernstown in Jacksons veldtocht in de Shenandoahvallei, in het voorjaar van 1862, kreeg de reputatie van Garnett een deuk. Jackson liet zijn leger 64 km marcheren om een deel van het Noordelijke leger onder leiding van generaal-majoor Nathaniel P. Banks aan te vallen. Op 23 maart kreeg Jackson verkeerde informatie van zijn cavaleriecommandant kolonel Turner Ashby dat de Noordelijke divisie van brigadegeneraal James Shields slechts vier regimenten had achtergelaten bij Winchester om zijn aftocht te dekken. Omdat deze strijdmacht ongeveer even groot was als die van Jackson, stuurde hij Garnett met zijn brigade erop af om deze Noordelijke achterhoede aan te vallen en te verslaan. Onbekend voor de Zuidelijken had Shields echter een volledige infanteriedivisie van bijna 9.000 manschappen sterk bij Winchester geposteerd. De Zuidelijke aanval liep volledig verkeerd. Garnett had al snel een tekort aan munitie en werd langs drie kanten aangevallen. Daarom gaf hij het bevel tot de terugtocht. Jackson was furieus en ontnam Garnett op 1 april zijn commando wegens het verwaarlozen van zijn plicht en het negeren van bevelen. In augustus 1862 begon de krijgsraad waar enkel Jackson en zijn aide-de-camp getuigden. Het proces werd opgeschort wegens het begin van de Veldtocht in noordelijk Virginia die uitmondde in de Tweede Slag bij Bull Run.
Generaal Robert E. Lee gaf het bevel aan Jackson om Garnett vrij te laten. Hij kreeg het bevel over de oude brigade van brigadegeneraal George Pickett die herstelde van zijn verwondingen. Door zijn aanpak, inzet en moed tijdens de Slag bij Antietam in september kreeg Garnett op 26 november definitief het commando over de brigade toen Pickett bevorderd werd tot generaal-majoor. Garnett nam niet deel aan de Slag bij Chancellorsville omdat zijn brigade deel uitmaakte van het korps van luitenant-generaal James Longstreet die op dit moment in Suffolk opereerde.
In de gevechten rond Chancellorsville werd Stonewall Jackson door eigen soldaten onder vuur genomen. Hij verloor zijn arm en genas van zijn verwondingen tot hij oveleed aan de gevolgen van een longontsteking. Toen het nieuws bekend raakte over Jacksons dood, keerde Garnett terug naar Richmond waar Jacksons lichaam lag opgebaard. Ondanks de meningsverschillen tussen beide generaals trad Garnett op als drager van de lijkkist.Dozier, Graham T. Richard B. Garnett (1817–1863) Encyclopedia Virginia. Geraadpleegd op 5 mei 2026.
Gettysburg thumb|300px|Overzichtskaart van Pickett’s Charge op 3 juli 1863 Garnetts brigade maakte tijdens de Gettysburgveldtocht nog altijd deel uit van de divisie van George Pickett. Door de marsorde vanuit Chambersburg, Pennsylvania bereikte Garnett het slagveld bij Gettysburg pas in de late namiddag van 2 juli 1863 waardoor hij de eerste twee dagen van de veldslag had gemist. Op 3 juli kreeg de divisie van de Pickett de opdracht van generaal Robert E. Lee om het centrum van het Noordelijke leger op Cemetery Ridge aan te vallen. Garnetts brigade werd opgesteld in de voorste linie naast de brigade van James L. Kemper. Garnett was echter niet in vorm om de aanval te leiden. Hij had koorts en een pijnlijk been nadat zijn paard hem had geschopt waardoor hij niet kon stappen. Toch verlangde Garnett erna om de smet van de opgeschorte krijgsraad weg te wassen. Ondanks protesten van zijn officieren besteeg Garnett zijn paard om de aanval van zijn brigade te leiden waardoor hij een uitstekend doelwit werd voor Noordelijke scherpschutters.
Net voor het begin van de aanval sprak Garnett met brigadegeneraal Lewis Armistead die een andere brigade in Picketts divisie aanvoerde. Garnett zei: "Dit is een waanhopig iets om te proberen" waarop Armistead antwoordde "dit wordt een verschrikkelijke slachtpartij."Wert, p. 287. Garnett raakte tot op 20 meter van de Noordelijke slaglinie toen het geraakt werd in het hoofd en ter plaatse overleed.Krick, p. 122; Wert, p. 213; Hess, p. 265; Eicher, p. 249."Battles and Leaders of the Civil War Vol 3, p. 388. Zijn bode, soldaat Robert H. Irvine, was getuige van de dood van Garnett. Irvines paard werd geraakt en viel bovenop Garnetts lichaam. Hij trok het lichaam van Garnett onder het paard vandaan en recupereerde zijn horloge die hij later aan de adjudant van de brigade overhandigde. Er zijn verschillende versies over wat er gebeurde met Red Eye, het paard van Garnett. Volgens een versie galoppeerde het zwaar gewonde paard naar de achterhoede.Hess, p. 265. Een andere bron stelt dat het paard zwaargewond naast Garnett viel.Krick, p. 122. Hoewel Garnett een nieuw uniform droeg,E. Porter Alexander in Battles and Leaders of the Civil War Vol 3, p. 365. werd zijn lichaam niet geïdenticifeerd als een Zuidelijke generaal en werd hij in een massagraf begraven samen met Noordelijke soldaten. Robert K. Krick gaat ervan uit dat zijn lichaam later toch opgegraven werd en op het Hollywood Cemetery in Richmond, Virginia bijgezet werd.Krick, p. 123. Garnett en Armistead sneuvelden. Kemper raakte zwaargewond.Wert, pp. 291-93. Armistead overleed twee dagen later aan zijn verwondingen in een Noordelijk veldhospitaal. Kemper werd gevangen genomen om kort daarna bevrijd te worden door Zuidelijken soldaten. thumb|left|Cenotaaf voor Richard B. Garnett in Hollywood Cemetery.
Nalatenschap In 1872 werden de stoffelijke overschotten van Zuidelijke soldaten opgegraven en overgebracht naar Hollywood Cemetery in Richmond waaronder die waarschijnlijk van Garnett. In 1991 plaatse de Hollywood Memorial Association een cenotaaf ter ere van Garnett.
Jaren na de oorlog werd het zwaard van Garnett terug gevonden in een pandjeszaak in Baltimore, Maryland. Het werd aangekocht door de voormalige Zuidelijke brigadegeneraal George H. Steuart. Hij overleed echter voor hij het zwaard kon schenken aan de nabestaanden van Garnett. Uiteindelijk was het een neef van Steuart die het zwaard teruggaf.Eicher, pp. 249-50.
Zie ook Lijst van generaals in de Amerikaanse Burgeroorlog (Confederatie)
Categorie:Amerikaans generaal Categorie:Generaal van de Geconfedereerde Staten