Gotfrid van Tienen (hertogdom Brabant, 13e à 14e eeuw - ) was een neolatijns dichter afkomstig uit de Nederlanden.
De inhoud van zijn gedichten zijn grotendeels volksverhalen en fabels. Zijn stijl is satirisch, en is opvallend voor die tijd antiklerikaal. Gotfrid was geen geestelijke. Mogelijks werd hij kerkrechtelijk vervolgd in Tienen in Brabant en zocht hij daarom kerkasiel in de abdij van Sint-Truiden, gelegen in het prinsbisdom Luik.
Andere namen Godefridus de Tenis; Gotfridus de Thenis; Godefroid de Tirlemont; Gotffried von Thienen. Zijn familie was afkomstig van Tienen in het hertogdom Brabant.
Werken Acht gedichten zijn toegeschreven aan Gotfrid, waarvan een met zekerheid van zijn hand is omdat zijn naam in een vers vermeld staat. Het gaat om Omne punctum. Over de resterende zeven gedichten bestaat geen eensgezindheid over het feit dat Gotfrid van Tienen de auteur was. De reden om toch Gotfrid als de auteur te zien, zijn het gebruik van dezelfde rijmwoorden en dezelfde fouten tegen de metriek. De inhoud van de verhalen zijn ontleend aan andere manuscripten die beschikbaar waren in de Nederlanden. Een lijst van de gedichten volgt hieronder; ze zijn alle in het Latijn.
Omne punctum of Punctus. Een manuscript aan de universiteit van Heidelberg uit 1452 bevat dit gedicht naast andere gedichten. De kopiist was Conrad Worheim, een pastoor in Frankfurt-am-Main. Dit manuscript diende mogelijks voor diens lessen Latijn. De naam van Gotfrid van Tienen is vermeld als auteur. Luparius Brunellus of Paenitentiarius lupi. Het is een gedicht over een verhaal van dieren die aan de pest lijden. Er zijn parallellen met het epos Van den vos Reynaerde. Militarius. Dit gedicht behandelt een mirakel door de Maagd Maria. Rapularius. Dit gedicht behandelt de fabel over een reusachtige raap. Een arme ridder verkoopt de raap aan de koning, die haar op zijn beurt doorgeeft aan de broer van de ridder. Probra mulierum. Een gedicht die een komedie brengt. Alexander Magnus. Een gedicht over Alexander de Grote. Asinarius vel Diadema. Dit is een gedicht over de fabel van de prinses met het ezelsvel. In de Klassieke Oudheid brengt Apuleius reeds deze fabel. Na Gotfrid zal onder meer Charles Perrault de fabel internationaal bekend maken onder de naam Peau d’Âne (1694).
Categorie:Zuid-Nederlands dichter (voor 1830) Categorie:Neolatijns schrijver Categorie:Persoon in de Nederlanden in de 13e eeuw Categorie:Geschiedenis van Tienen Categorie:Persoon in het prinsbisdom Luik Categorie:13e-eeuws schrijver Categorie:14e-eeuws schrijver