Poëzie in Carré was een poëziemanifestatie die op 28 februari 1966 werd gehouden in Theater Carré in Amsterdam. Het evenement, georganiseerd door Simon Vinkenoog en op afstand geregistreerd door de VPRO, wordt algemeen beschouwd als de doorbraak van de poëzievoordracht naar een groot publiek in Nederland en als de directe voorloper van de jaarlijkse Nacht van de Poëzie.

Achtergrond Vinkenoog, die in 1951 met de bloemlezing Atonaal de Vijftigers op de kaart had gezet, wilde poëzie uit het besloten circuit van het tijdschrift en het studeerkamergesprek tillen. In het Amsterdamse circustheater, met bijna tweeduizend plaatsen, ondernam hij wat in literaire kring vooraf als een waagstuk gold: de vraag was of er genoeg publiek bestond om een zaal van die omvang te vullen voor dichters die hun eigen werk voordroegen. Het antwoord viel ondubbelzinnig uit: alle plaatsen waren binnen twee dagen uitverkocht, tien dagen voor het optreden.

Het publiek bleek bovendien jong, voor het overgrote deel tussen de zeventien en de vijfentwintig jaar.

Opzet en deelnemers thumb|Adriaan Roland Holst in Carré (1966) Vinkenoog trad zelf op als ceremoniemeester. De avond bracht een opvallend brede dwarsdoorsnede van de Nederlandse poëzie samen: van de toen 77-jarige Adriaan Roland Holst, op dat moment nestor van de vaderlandse dichtkunst, tot de 22-jarige debutant Johnny van Doorn (Johnny the Selfkicker). Vrijwel alle stromingen waren vertegenwoordigd, met uitzondering van de Vlaamse poëzie: Hugo Claus had op het laatste moment afgezegd, waardoor Gust Gils in zijn eentje het Vlaamse geluid moest dragen.

Volgens de optreedvolgorde traden op:

K. Schippers Adriaan Roland Holst Ed. Hoornik Hans Verhagen thumb|Cees Nooteboom in Carré (1966) Cees Nooteboom Louis Th. Lehmann Jules Deelder Cees Buddingh' Gerrit Kouwenaar Bert Voeten Johnny the Selfkicker van Doorn Gerard Reve Jan Hanlo Jan Elburg Remco Campert Gust Gils Simon Vinkenoog

Voor Gerard Reve, die in een onberispelijk wit kostuum verscheen, was het de eerste keer dat hij in het openbaar uit eigen poëzie voorlas. Jules Deelder maakte zijn entree in een bloemetjesoverhemd; voor hem betekende de avond de doorbraak naar een landelijk publiek. Cees Buddingh' droeg er voor het eerst zijn op zijn Engels uitgesproken Marmite-gedicht voor, dat de zaal plat zou krijgen.

Iedere dichter kreeg een spreektijd van zeven minuten. Toen Johnny van Doorn die limiet in zijn opwinding overschreed, ontstond er een klein incident: de zaal verdeelde zich in juichers en boe-roepers, waarna Van Doorn met boze blik naar zijn plaats terugkeerde terwijl een aantal dichters opstond om voor zijn dichterlijke vrijheid te protesteren.

Ontvangst Onder de kop Parade der poëten trok door circuszaal Carré schreef recensent Kool dat het festival een doorslaand succes was geworden. Het optreden van Roland Holst, die zich vooraf had verontschuldigd dat hij zo ouderwets en bovendien hees was, kreeg het grootste applaus van de avond. De avond werd pas drie weken later, vrijwel integraal, door de VPRO uitgezonden. De televisieregistratie groeide daarna uit tot een van de bekendste documenten van de Nederlandse literatuurgeschiedenis van de twintigste eeuw.

In hetzelfde jaar verscheen een grammofoonplaat met opnamen van de avond, uitgebracht onder de titel Poëzie in Carré (Fonos LP-3167).

Betekenis Met Poëzie in Carré werd de podiumvoordracht een gevestigd onderdeel van de Nederlandse poëziecultuur. Het festival luidde de opkomst in van de performing poet, een type dichter dat zijn werk niet alleen op papier maar ook in de zaal liet horen. Het succes vormde de directe aanleiding tot de oprichting van de Nacht van de Poëzie, die in 1980 voor het eerst werd gehouden en sindsdien jaarlijks plaatsvindt.

Tegelijk werd op de avond zichtbaar wat later als blinde vlek zou worden benoemd: van de zeventien deelnemers was er geen enkele vrouw, een feit dat in 1966 vrijwel onopgemerkt voorbijging.

Latere edities Het festival kreeg veertig jaar later, in 2006, een opvolger onder dezelfde naam. Bij die tweede editie, gepresenteerd door Joost Zwagerman, traden onder anderen Ilja Leonard Pfeijffer, Liesbeth Lagemaat, Tjitske Jansen, H.H. ter Balkt, Gerrit Komrij en Menno Wigman op.

Op 13 april 2026 vond Poëzie in Carré III plaats, samengesteld door Joost Oomen, Ingmar Heytze en De Poezieboys. Onder de optredenden waren Lieke Marsman, Kees 't Hart en Babs Gons; Spinvis maakte met de compositie De hoest van Holst een muzikale verwijzing naar de avond van 1966. Ruim vijftienhonderd toeschouwers, voornamelijk jongeren, vulden de zaal.

Zie ook Simon Vinkenoog Nacht van de Poëzie Vijftigers Theater Carré

Externe links

Week van de Poëzie, Andere Tijden (VPRO) 1966: Poëzie in Carré, Editio Poëzie in Carré III, Neerlandistiek (2026)

Noten

Categorie:Cultuur in Amsterdam Categorie:Literair evenement