De Basevi codex (Florence,Biblioteca del Conservatorio di Musica Luigi Cherubini, MS 2439) is een muziekhandschrift dat rond 1508 werd vervaardigd in het atelier van Petrus Alamire. Het is daarmee een van de vroegere bekende handschriften uit het oeuvre van het atelier. Dit handschrift dateert in ieder geval nog uit de periode dat het atelier feitelijk geleid werd door een scribent, aangeduid als scribent B. Het handschrift is vervaardigd voor een onbekend en waarschijnlijk vrouwelijk lid van de familie Agostini Ciardi, een prominente familie van kooplieden en handelaars in de zestiende eeuw in Siena. In de negentiende eeuw kwam het handschrift in handen van de musicoloog en componist Abramo Basevi die het aan de bibliotheek en huidige eigenaar doneerde.
Het boek is het enige nog bewaarde muziekhandschrift van een liedboek uit de zestiende eeuw uit een Noord-Europees atelier voor een Italiaanse opdrachtgever. Het oblongformaat van dit boek is ook uitzonderlijk voor een Noord-Europees muziekhandschrift. Veel muziekhandschriften van Alamire werden niet gemaakt om gebruikt te worden in de praktijk van een koor, maar waren bedoeld als een prestigieuze gift. Dit handschrift is echter duidelijk wel vervaardigd om daadwerkelijk voor koordoeleinden gebruikt te worden.
Het handschrift bevat in totaal 87 composities. De meeste daarvan zijn drie- of vierstemmig. Er zijn 20 religieus van aard. Dat zijn 3 missen, 9 motetten, 8 motet-chansons. Het bijzondere van dit handschrift is dat een grote meerderheid van de composities wereldse, seculiere muziek is in de vorm van chansons, liederen. Daarvan zijn er 58 in het Frans, 7 in het Vlaams en 1 in het Latijn en Italiaans. Er zijn slechts drie handschriften van de in totaal 51 bewaard gebleven handschriften uit het atelier van Alamire die geheel of in meerderheid seculiere muziek bevatten. Dat zijn VienNB 18746, een van de koorboeken van Raimund Fugger, het Groot liedboek van Margaretha van Oostenrijk en deze Basevi codex. De Basevi codex heeft ook het grootste aantal seculiere composities van de drie. Het geeft in samenhang met de overige twee handschriften een inzicht en beeld van de seculiere muziek in die periode over onder meer de populariteit van sommige werken en melodien. Het chanson Fors seulement bijvoorbeeld komt in acht verschillende versies in deze codex voor.
De werken zijn van componisten uit de tweede en derde generatie van de Franco-Vlaamse School, zoals Alexander Agricola, Pierre de la Rue, Loyset Compère, Johannes Ghiselin, Matthaeus Pipelare, Josquin des Prez, Jacob Obrecht, Johannes Ockeghem, Antoine Brumel, Johannes Prioris, Heinrich Isaac, Gaspar van Weerbeke en Marbriano de Orto. Vier composities zijn anoniem gebleven.
Er zijn nauwelijks fouten in de notatie van de muziek aanwezig. Een aanzienlijk deel van de chansons is echter zonder tekst. Dat werd vroeger aan slordigheid van de kopiist geweten. Er is echter nu het inzicht dat in Italiaanse manuscripten of voor de Italiaanse markt bestemde handschriften bij de lagere stemmen alleen de beginwoorden werden vermeld en verder vaak tekstloos bleven. Dat betekende dat in Italië deze muziek meer dan in Noord-Europa moet zijn uitgevoerd met instrumenten die de tekstloze delen begeleidden.
Zie ook Voor alle 51 bewaarde handschriften van Alamire Lijst van muziekhandschriften van Petrus Alamire
Categorie:16e-eeuws boek Categorie:Verlucht handschrift