Het Hertogenhof was een kasteel en bestuurscentrum in de Nederlandse stad Venlo, provincie Limburg. Het eind 13e eeuw gebouwde Hertogenhof heeft tot begin 17e eeuw bestaan, waarna op hetzelfde terrein het Prinsenhof en een klooster zijn gebouwd. Van het Hertogenhof zijn geen zichtbare delen bewaard gebleven, maar de fundamenten zijn in 1991 opgegraven.
Geschiedenis De oudste vermeldingen dateren uit de jaren 1340, maar waarschijnlijk is het Hertogenhof al rond 1275 gebouwd. Het was een landsheerlijk huis, in eigendom van de graven (en later: hertogen) van Gelre. Het Hertogenhof had een enigszins afgescheiden plek in het noordoosten van de stad: het was gelegen binnen de stadsomwalling, maar de Panhuismolenbeek - die door de stad heen stroomde - scheidde het kasteel fysiek van de stedelijke bebouwing. Verder lag het kasteel op een relatief hoog terrein.
Het Hertogenhof evolueerde van een stadskasteel naar een residentie en bestuurscentrum voor de landsheer: hij verbleef er tijdens zijn bezoeken aan Venlo, ontving er gasten en regelde hier de staatszaken. Uit de stadsrekeningen komt bovendien naar voren dat het hof ook voor stedelijke evenementen werd gebruikt.
Regelmatig was er onderhouds- en herstelwerk aan het Hertogenhof nodig. In 1422 en 1431 raakte het complex bijvoorbeeld beschadigd door brand. In 1474 nam Karel de Stoute de stad Venlo in en het Hertogenhof bleek toen in vervallen staat. Renovatie volgde, waarbij een nieuwe poort werd aangebracht die toegang gaf tot de straat naar de kerk.
In 1511 werd Venlo belegerd. Hierbij raakte het Hertogenhof mogelijk ook beschadigd.
Hertog Karel van Gelre droeg in 1535 de ambtman van Kriekenbeck op om het Hertogenhof te gaan wonen. De ambtman moest dan wel eerst het hof bewoonbaar maken, waarbij hij gebruik moest maken van sloopmateriaal van kasteel Kriekenbeek. Het is onbekend of dit herstelwerk daadwerkelijk heeft plaatsgevonden.
Verval Na het overlijden van hertog Karel van Gelre in 1538 kwam er vijf jaar later een definitief einde aan de zelfstandigheid van het hertogdom Gelre: de regering zat voortaan in Brussel en het Hertogenhof had geen functie meer. In 1547 werd het Hertogenhof nog wel schoongemaakt vanwege het verblijf van keizer Karel V in Venlo.
In 1548 bleek dat de Hertogenhof al enige tijd in gebruik was als ambtswoning van de schout. De staat van onderhoud was problematisch, waardoor het niet meer mogelijk was om er gevangenen in onder te brengen. Vanaf 1554 werd het complex verhuurd.
In 1565 werd gemeld dat de daken en vensters kapot waren, waardoor het onbewoonbaar was. Rentmeester Thomas Maeszoon huurde het Hertogenhof vanaf 1565 en liet reparaties aanbrengen. Ook de rosmolen werd aangepakt: in 1568 vonden hier werkzaamheden aan plaats en in 1584 kreeg de molen leien pannen die afkomstig waren van het hof. Kennelijk was men al begonnen met de gedeeltelijke sloop van het hof.
Afbraak en nieuwbouw In 1600 en 1601 werd het hof niet meer gebruikt om gasten te ontvangen: de stadhouder moest logeren in het kruisherenklooster en zijn paarden werden ondergebracht bij diverse herbergen in de stad. Ook in de jaren 1603-1607 moest de stadhouder elders verblijven, namelijk in een herberg aan de Oude Markt. Desondanks zijn er in 1605 en 1606 nog wel pogingen gedaan om de vorstenkamer te vernieuwen en het meubilair te repareren. In 1611 en 1612 werd het dak nog aangepakt.
Vanaf 1613 werd aan de oostzijde van het complex het nieuwe gouvernement of Prinsenhof gebouwd.Het Hertogenhof en de Prinsenhof worden soms als hetzelfde gebouw beschouwd. Hermans (1999) geeft echter aan dat het om twee aparte, opeenvolgende bouwwerken ging op hetzelfde terrein. Een jaar later werd op het terrein begonnen met de bouw van het minderbroedersklooster. De laatste restanten van het Hertogenhof zullen toen tot op de fundering zijn afgebroken.
Beschrijving miniatuur|Kaart van het Hertogenhof (1550) In 1991 zijn restanten van de Hertogenhof teruggevonden. Het betrof een versterkt huis van 15,5 bij 11 meter groot, gebouwd rond 1275. In de eerste helft van de 14e eeuw volgde een uitbreiding op de kopse kanten van het gebouw, waarbij aan de zuidzijde een zware toren van 11,5 bij 9,25 meter groot werd toegevoegd. De zaal van het hoofdgebouw werd eveneens vergroot.
In de 14e eeuw was aldus een groot kasteelcomplex ontstaan. Uit diverse bronnen en een plattegrond - deze was in 1550 getekend voor het inspectierapport van rekenmeester Gregorius van Dieve - wordt duidelijk dat de Hertogenhof uiteindelijk bestond uit het kasteel zelf, een losstaand wachthuis, een paardenstal, een poortgebouw met twee woningen, een gevangenistoren, een rosmolen en een tiendschuur. Ook waren er een weide en moestuin. Het kasteel zelf beschikte over een grote zaal, een kamer en een twee verdiepingen grote kamer voor de hertog, de vorstenkamer. Met een lengte van circa 45 meter was het bouwwerk een van de grootste in Venlo. Het gehele complex besloeg een oppervlak van drie morgen. De noordoost- en zuidoostzijde werden beschermd door de stadsmuur van Venlo.
Het hoofdgebouw was opgetrokken in mergel en baksteen en had een dak van leistein. Onder het gebouw was een kelder.
Categorie:Verdwenen kasteel in Nederland Categorie:Kasteel in Limburg (Nederland) Categorie:Geschiedenis van Venlo